jump to navigation

Kunstroof historisch museum Grünes Gewölbe Dresden Duitsland november 26, 2019

Posted by jandewandelaar in Dresden, duitsland, Grünes Gewölbe, kunstroof, museum, roofkunst.
Tags: , , , , , , , ,
add a comment

AD 26.11.2019

Kunstroof in Museum Grünes Gewölbe

Gouden en zilveren juwelen, smaragden en robijnen zijn bij een grote kunstroof buitgemaakt uit het historisch museum Grünes Gewölbe in het Duitse Dresden.

Telegraaf 26.11.2019

In de nacht van maandag 25.11.2019 braken onbekenden in bij het museum in de Duitse deelstaat Saksen. Vermoedelijk hebben zij eerst een stroomkastje in brand gestoken, waarna de straatverlichting uitviel en mogelijk ook een deel van de beveiliging van het museum. De inbrekers gingen via het raam naar binnen. Op beveiligingsbeelden zijn ten minste twee daders te zien, die nog voortvluchtig zijn, aldus melden de Duitse media.

In het verleden brachten prinses Beatrix en bondskanselier Angela Merkel een bezoek aan het Grünes Gewölbe:

1/2 In 2011 bezocht Beatrix het Grünes Gewölbe ANP

2/2 Angela Merkel bij de gestolen collectie in 2006 Reuters

Een van de vergulde kamers in het historische Grünes Gewölbe.

Een van de vergulde kamers in het historische Grünes Gewölbe. Ⓒ Hollandse Hoogte / Imago Stock & People GmbH

De ’juwelenkamer’ in het museum in Dresden.

De ’juwelenkamer’ in het museum in Dresden. Ⓒ AFP

Collectie overleefde bombardementen en oorlogsroof

Het aanleggen van de museumcollectie begon in de zeventiende eeuw door August de Sterke, keurvorst van Saksen en later koning van Polen. Een van de bekendste kunstschatten in het museum is de Groene Diamant van Dresden, een edelsteen van 41 karaat. Die is momenteel uitgeleend aan het Metropolitan Museum of Art in New York.

Andere praalstukken in het Grünes Gewölbe zijn een gouden koffieservies uit 1701 en een beeld van een Indiaas koninklijk hof uit de zeventiende eeuw. Het beeld heeft ongeveer de omvang van een tafel en is gemaakt van goud, zilver, parels en waardevolle edelstenen.

De collectie overleefde geallieerde bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd als oorlogsbuit naar de Sovjet-Unie gebracht. In 1958 werden de kunstschatten teruggebracht naar Dresden.

Half miljoen tipgeld in zaak kunstroof Dresden

Telegraaf 28.11.2019 De politie in het Duitse Dresden heeft een half miljoen euro beloning uitgeloofd voor de tip die leidt naar de daders en de buit van de kunstroof in het ’Residenzschloss’, het voornaamste museum van de stad. Bij de roof zijn volgens de politie zeker vier daders betrokken.

„We laten niets onbenut om dit geval op te lossen”, verklaarde de politie. Bij de roof braken twee daders in en roofden waardevolle juwelen uit wat de schatkamer van keurvorst August ’de Sterke’ wordt genoemd.

Vluchtauto

Twee anderen namen buiten het pand aan de roof deel. Zij vluchtten met z’n vieren in een Audi die 3 kilometer noordelijker in een ondergrondse parkeergarage in brand is gestoken.

De politie heeft veertig rechercheurs op de zaak gezet.

Bekijk ook: 

Spectaculaire miljardenroof uit Duits museum 

Screenshot van beveiligingscamera.

Screenshot van beveiligingscamera. Ⓒ EPA

Bekijk ook: 

Spectaculaire kunstroof: dit hebben dieven gepakt 

Bekijk meer van; rechtshandhaving diefstal bibliotheek en museum Dresden Residenzschloss Dresden

Gouden tip in zoektocht kunstrovers levert half miljoen euro op

AD 28.11.2019 De gouden tip die naar de daders en de buit van de kunstroof in Residenzschloss in Dresden leidt, levert een half miljoen euro op. De politie in de Duitse stad looft een beloning uit om de daders te vinden. ,,We laten niets onbenut om dit geval op te lossen.”

De politie heeft veertig rechercheurs aan de geruchtmakende zaak werken. Afgelopen maandag braken twee daders in bij het Duitse museum. Ze ontvreemdden juwelen uit wat de schatkamer van keurvorst August ‘de Sterke’ wordt genoemd. Buiten wachtten twee anderen in een Audi, waarmee ze na de roof vluchtten.

Het incident wordt ‘de grootste kunstroof in de naoorlogse geschiedenis’ genoemd. De beveiligers zagen de inbrekers via camerabeelden hun gang gaan, maar alarmeerden de politie in plaats van dat ze zelf ingrepen. Dat is volgens protocol, omdat de beveiligers niet bewapend zijn.

De daders konden de benen nemen. In een ondergrondse parkeergarage, drie kilometer verderop, werd de Audi uitgebrand aangetroffen. Hoewel niet de hele vitrine is leeggeroofd, zijn zeker tien sieraden uit de achttiende eeuw gestolen.

Politie zoekt vier verdachten na spectaculaire kunstroof Dresden

NU 27.11.2019 De Duitse politie gaat ervan uit de spectaculaire kunstroof in Dresden eerder deze week door vier daders is uitgevoerd. Minister Monika Grüters van Cultuur wil ondertussen overleg met de Duitse musea over de beveiliging en plant zelfs een conferentie. Zij overlegt hierover met de Deutscher Museumsbund, melden Duitse media.

De overval in het museum Grünes Gewölbe (Groen Gewelf) in de Duitse stad Dresden vond maandagochtend plaats. De dieven maakten elf sieraden met een waarde tot 1 miljard euro buit. Eerder ging de politie uit van twee daders, omdat er twee mensen door de bewakingscamera’s zijn vastgelegd.

De inbrekers kwamen het museum binnen door een raam met tralies te vernielen. Ze sloegen vervolgens drie vitrinekasten kapot en maakten de juwelen die daarin lagen buit. Het gaat om drie verzamelingen van achttiende-eeuwse juwelen met diamanten, robijnen en smaragden, lieten de politie en het museum weten.

Politie onderzoekt museum Grünes Gewölbe na grote inbraak

Veel sporen zijn gewist door gebruik brandblusser

Het onderzoek wordt bemoeilijkt doordat de dieven, om sporen uit te wissen, een brandblusser hebben leeggespoten op de plekken waar zij de vitrines insloegen. Museumdirecteur Dirk Syndram heeft zijn verwondering uitgesproken over het feit dat de vitrines het zo snel begaven; zij zouden eigenlijk een kwartier lang slagen met een bijl moeten kunnen weerstaan.

In het Grünes Gewölbe wordt een van Europa’s grootste en waardevolste collectie van juwelen en andere schatten afkomstig van koninklijke hoven tentoongesteld.

De vluchtauto is inmiddels wel gevonden. Het gaat om een Audi A6. De wagen werd op een paar kilometer van het museum in een ondergrondse parkeergarage in brand gestoken.

Lees meer over: Duitsland Buitenland

Voorbijgangers kijken achter politielint naar het onderzoek EPA

Politie gaat uit van vier daders bij kunstroof Dresden

NOS 27.11.2019 De Duitse politie vermoedt dat er vier mensen achter de kunstroof in Dresden zitten; eerder werd nog gesproken van twee verdachten. De daders zijn na de roof gevlucht in een Audi A6. De auto werd een paar kilometer verderop in brand gestoken in een ondergrondse parkeergarage.

Maandagochtend vroeg sloegen de inbrekers toe bij het museum Grünes Gewölbe, een van de schatkamers van Duitsland en Europa. Ze gingen ervandoor met kostbare juwelen uit de achttiende eeuw.

Bij de kunstroof is echter minder meegenomen dan aanvankelijk werd gedacht. In de vitrine die door een van de daders kapot werd geslagen, lagen zo’n honderd voorwerpen. Daarvan zijn elf stukken in zijn geheel meegenomen, waaronder een kostbare degen en een erekoord. Ook zijn een aantal knopen en delen van twee andere stukken gestolen.

Een deel van de gestolen juwelen Politie Saksen

Er zijn twintig rechercheurs op de zaak gezet. Het politieonderzoek verloopt moeizaam omdat de dieven een brandblusser in het museum hebben leeggespoten. Op die manier wilden ze sporen wissen.

Het was niet de bedoeling dat het vitrineglas het zo snel zou begeven, zegt museumdirecteur Dirk Syndram in een interview met de Sächsische Zeitung. Het glas zou pas moeten sneuvelen als er een kwartier met een bijl op zou worden ingehakt.

Duitse politie geeft bewakingsbeelden vrij van kunstroof Dresden

Twee dagen na de kunstroof is er nog geen spoor van de daders. Ook is nog onduidelijk hoe het kan dat de inbrekers niet zijn opgemerkt door voorbijgangers of beveiligers. Om binnen te komen, moesten de inbrekers tralies voor het raam verwijderen.

Het kasteel in Dresden waar het museum is gevestigd, ging vandaag voor het eerst weer open voor publiek. Het museum zelf is vanwege politieonderzoek nog gesloten.

Bekijk ook;

Duitse politie: zeker vier daders bij grote kunstroof Dresden

AD 27.11.2019 Bij de kunstroof uit het ‘Residenzschloss’ en voornaamste museum van Dresden zijn volgens de politie minstens vier daders betrokken geweest. Twee braken in en roofden waardevolle juwelen uit wat de schatkamer van keurvorst August der Starke wordt genoemd. Twee anderen namen buiten het pand aan de roof deel.

De kunstroof wordt de grootste in de na-oorlogse geschiedenis genoemd. © AP

Ze zijn met z’n vieren in een Audi gevlucht die vervolgens 3 kilometer noordelijker in een ondergrondse parkeergarage in brand is gestoken. Twintig rechercheurs zijn op de zaak gezet. Aanvankelijk spraken de autoriteiten van twee inbrekers.

De dieven drongen maandag door een raam de schatkamer binnen en sloegen een vitrine aan diggelen. Ze namen de benen met een waardevolle collectie juwelen. Maar de chef van de schatkamer die het Groene Gewelf heet, Dirk Syndram, zei dat de overvallers slechts een beperkt deel van de verzameling meenamen.

Dat maakt Syndram naar eigen zeggen ‘niet gelukkig, maar de vitrines zijn niet leeg’. De inbrekers gingen er bij, wat ‘de grootste kunstroof in de na-oorlogse geschiedenis’ wordt genoemd, in elk  geval vandoor met tien sieraden uit de 18de eeuw uit een van de schatkamers van de keurvorsten van het Huis van Wettin.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Politie zoekt vier daders kunstroof Dresden, minister wil overleg met musea

MSN 27.11.2019 De Duitse politie gaat ervan uit de spectaculaire kunstroof in Dresden eerder deze week door vier daders is uitgevoerd. Minister Monika Grüters van Cultuur wil ondertussen overleg met de Duitse musea over de beveiliging en plant zelfs een conferentie.

Zij overlegt hierover met de Deutscher Museumsbund, melden Duitse media.

De overval in het museum Grünes Gewölbe (Groen Gewelf) in de Duitse stad Dresden vond maandagochtend plaats. De dieven maakten elf sieraden met een waarde tot 1 miljard euro buit. Eerder ging de politie uit van twee daders, omdat er twee mensen door de bewakingscamera’s zijn vastgelegd.

De inbrekers kwamen het museum binnen door een raam met tralies te vernielen. Ze sloegen vervolgens drie vitrinekasten kapot en maakten de juwelen die daarin lagen buit. Het gaat om drie verzamelingen van achttiende-eeuwse juwelen met diamanten, robijnen en smaragden, lieten de politie en het museum weten.

Veel sporen zijn gewist door gebruik brandblusser

Het onderzoek wordt bemoeilijkt doordat de dieven, om sporen uit te wissen, een brandblusser hebben leeggespoten op de plekken waar zij de vitrines insloegen. Museumdirecteur Dirk Syndram heeft zijn verwondering uitgesproken over het feit dat de vitrines het zo snel begaven; zij zouden eigenlijk een kwartier lang slagen met een bijl moeten kunnen weerstaan.

In het Grünes Gewölbe wordt een van Europa’s grootste en waardevolste collectie van juwelen en andere schatten afkomstig van koninklijke hoven tentoongesteld.

De vluchtauto is inmiddels wel gevonden. Het gaat om een Audi A6. De wagen werd op een paar kilometer van het museum in een ondergrondse parkeergarage in brand gestoken.

Onderzoek naar megakunstroof Duitsland: sporen van museum in uitgebrande auto en al 91 tips

AD 26.11.2019 De Audi A6 die gisteren na de spectaculaire kunstroof in Dresden uitgebrand werd aangetroffen in een ondergrondse parkeergarage in een buitenwijk, is als vluchtauto gebruikt door de daders. Dat meldt de politie van de deelstaat Saksen.

Het Team Grootschalige Opsporingen, dat de kunstroof uit museum Grünes Gewölbe onderzoekt, vermoedde al dat de Audi als vluchtwagen werd gebruikt en dat staat nu vast. In het autowrak zijn sporen van het museum gevonden. Om wat voor sporen het gaat, is nog niet bekendgemaakt. De ondergrondse parkeergarage werd tijdelijk afgesloten.

Van de daders ontbreekt nog steeds elk spoor. De politie lanceerde gisteren op sociale media een getuigenoproep. Die leverde tot dusver al 91 tips op.

De politie gaat er inmiddels vanuit dat de kunstrovers ook verantwoordelijk zijn voor de brand in een verdeelkast vlakbij het museum. Daardoor viel de straatverlichting rond het historisch museum uit. Dat gebeurde vlak na de roof, vermoedelijk om te zorgen dat de daders ongezien konden ontkomen.

Bovenstaande elementen, in combinatie met het gegeven dat de inbrekers razendsnel te werk gingen (ze drongen het museum binnen om 04.59 uur en waren vijf minuten later al weer weg), doen de politie concluderen dat de kunstroof een doelgerichte en goed voorbereide daad was.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Lees meer

 WELT

✔ @welt

Juwelenraub: Diebe sprühten weißes Pulver auf die Perlen. Später verbrannten sie ihr Auto http://to.welt.de/iVNPEkJ 

6:10 PM – Nov 26, 2019 See WELT’s other Tweets

de inbrekers sloegen hun slag in een van deze vitrines in de juwelenzaal van het museum. © Grünes Gewölbe.

Totale buit 

Het sporenonderzoek in en rond het museum werd vanmorgen hervat. Forensische speurders waren gisteren van 07.00 tot ongeveer 21.00 uur bezig sporen veilig te stellen. Pas als het forensische onderzoek is afgerond, kan een definitieve inventarisatie van de buit gemaakt worden.

De inbrekers gingen er in ieder geval vandoor met tien sieraden uit de 18de eeuw uit een van de schatkamers van de keurvorsten van het Huis van Wettin. Die beheersten eeuwenlang het gebied van de huidige deelstaten Saksen en Thüringen. Bewakers keken lijdzaam toe hoe de kunstrovers een megaslag sloegen, maar handelden daarmee volgens het boekje, bleek. Volgens Duitse media zou de diefstal van de eeuwenoude kroonjuwelen weleens ‘de grootste kunstroof in de na-oorlogse geschiedenis’ kunnen zijn.

Deze kroonjuwelen maakten de inbrekers buit tijdens megaroof in museum

AD 26.11.2019 De politie van de Duitse deelstaat Saksen heeft foto’s vrijgegeven van de sieraden die gisteren zijn gestolen uit het historisch museum in Dresden. Het blijkt te gaan om tien met briljanten, diamanten, robijnen en saffieren bezette objecten die deel uitmaakten van de kroonjuwelen van ‘de zonnekoning van Saksen’.

De inbrekers wisten overduidelijk waar ze moesten zijn en welke sieraden ze moesten hebben maar slaagden er niet in om alle 94 objecten uit de vitrine mee te nemen. Dat is volgens het museum te danken aan het feit dat elk van de stukken vastgenaaid zit aan de ondergrond waarop ze tentoongesteld worden. Hoe het kan dat de inbrekers sommige sieraden wél en andere níet konden losrukken, is nog niet bekend.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Op bewakingsbeelden van het museum die gisteravond zijn vrijgegeven door de politie, is te zien dat een van de twee inbrekers grof geweld gebruikt. Hij verschaft zich met een bijl toegang tot de vitrine. Dat lukt blijkbaar niet meteen want de man hakt minstens vier keer in op het veiligheidsglas.

Daarna gaat het snel. In luttele minuten graaien de inbrekers hun buit bijeen. Die verdwijnt in een rugzak en bestaat uit onder andere een parelketting van 177 Saksische parels, een degen bezet met 770 diamanten, een borst-ster van de Poolse Orde van de Witte Adelaar, een epaulet van goud en zilver met 20 grote en 216 kleine diamanten, een tiara met briljanten in de vorm van een halve maan en een met 83 briljanten bezette broche geslepen van goud, zilver, messing en staal in de vorm van een palmboom.

Het gaat om tien sieraden uit de achttiende eeuw, variërend van diamanten en briljanten broches en epauletten tot een ketting met Saksische parels en een met 770 diamanten bezette sabel. © Polizei Sachsen

Na de spectaculaire kunstroof gaan de inbrekers er vandoor in een Audi 6. Ze handelden vliegensvlug. Tussen het moment waarop de bewakers alarm sloegen bij de politie en de aankomst van de eerste patrouillewagen, om respectievelijk 04.59 uur en 05.04 uur, verstreken slechts vijf minuten.

Beveiliging

De bewakers waren getuige van de inbraak en diefstal maar grepen niet in zoals deze site gisteravond al meldde. Dit omdat het veiligheidsprotocol voorschrijft dat ze alleen de politie moeten waarschuwen en nooit zelf mogen ingrijpen aangezien ze ongewapend zijn. Dat roept vragen op over de beveiliging van het museum met een historische schatkamer die nota bene een van de oudste en rijkste van Europa is.

Volgens de Duitse Museumbond zien musea zich voortdurend geconfronteerd met een belangenconflict tussen de beveiliging van hun objecten en de toegang voor het publiek. ,,We zijn openbare instellingen die bezoekers willen aanspreken met onze collecties, maar zijn geen bankkluis en dat brengt een bepaald risico met zich mee’’, verklaarde voorzitter Eckart Köhne tegenover Duitse media.

Het beveiligingssysteem in het historische museum Grünes Gewölbe (Groene Gewelf) in Dresden functioneerde volgens hem zoals het moest. ,,De inbraak werd meteen opgemerkt en is vastgelegd op video. Bij genoeg brutaliteit en criminele kracht komt het tot dit soort diefstallen. Honderd procent veiligheid bestaat nu eenmaal niet.’’

Museumdirecteur Dirk Syndram omschrijft de collectie als ‘een soort werelderfgoed’. Volgens hem is er nergens in Europa een vergelijkbare verzameling. De door de dieven buitgemaakte sieraden vormen samen drie sets. Ze lagen met zeven andere in de vitrine in de juwelenkamer van het museum. Die is gevestigd op de begane grond van de westelijke vleugel en maakt deel uit van de voormalige schatkamers van de Wettiner vorstenfamilie. Het Belgische en Britse koningshuis stammen af van een van de zijtakken van deze dynastie.

August de Sterke

De schatkamers dateren uit de zestiende eeuw. De gestolen sieraden maakten deel uit van de collectie van keurvorst Frederik August II (1670-1733), ook wel August de Sterke genoemd of ‘de zonnekoning van Saksen’ vanwege de vele barokke gebouwen vol kunst die hij liet neerzetten. Het ‘Groene Gewelf’-museum, dat zijn naam dankt aan de gedeeltelijk malachietgroen geverfde muren, is gehuisvest in het Residentieslot.

Het kasteel werd tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest, en daarmee ook delen van de schatkamers, maar is daarna herbouwd.

 

Kunstdetective over roof Dresden: ‘Goede beveiliging is juist uitdaging’

NOS 25.11.2019 Gouden en zilveren juwelen, smaragden en robijnen zijn bij een grote kunstroof buitgemaakt uit het historisch museum Grünes Gewölbe in het Duitse Dresden. Ondanks de beveiliging van de omvangrijke collectie zijn de dieven toch binnengedrongen. “Het gaat hier echt om topcriminelen”, vertelde kunstdetective Arthur Brand bij Nieuws en Co op NPO Radio 1.

Het museum had een grote collectie eeuwenoude voorwerpen. “Het was een echte schatkamer met voorwerpen uit de 18e eeuw die destijds in Duitsland werden gemaakt”, zegt Brand. “De buit is dan ook vrij groot.”

Afgelopen nacht braken onbekenden in in het museum in de Duitse deelstaat Saksen. Vermoedelijk hebben zij eerst een stroomkastje in brand gestoken, waarna de straatverlichting uitviel en mogelijk ook een deel van de beveiliging van het museum. De inbrekers gingen via het raam naar binnen. Op beveiligingsbeelden zijn ten minste twee daders te zien, die nog voortvluchtig zijn.

De politie heeft bewakingsbeelden van de kunstroof vrijgegeven.

De collectie was volgens het museum goed beveiligd. “Maar voor sommige professionele dieven is het juist een uitdaging als de beveiliging goed is”, vertelt Brand. “Ze zijn het museum binnengeslopen en gevlucht vlak voordat de politie kwam.”

Volgens Brand proberen kunstdieven in veel gevallen de buit te verkopen. “Maar dat gaat hier niet. Niemand wil dit aanraken of kopen. In dit geval zullen de dieven het goud en zilver waarschijnlijk omsmelten, en de robijnen en smaragden verkopen.”

De kunstdetective denkt dat de politie snel moet zijn, willen ze de collectie nog kunnen redden. “In bepaalde andere zaken werden de dieven uiteindelijk ook gepakt, maar waren de voorwerpen al verdwenen in de smeltoven. Het zou in en in triest zijn als we de collectie niet meer zouden terugzien. Echt pijnlijk.”

In het verleden brachten prinses Beatrix en bondskanselier Angela Merkel een bezoek aan het Grünes Gewölbe:

1/2 In 2011 bezocht Beatrix het Grünes Gewölbe ANP

2/2 Angela Merkel bij de gestolen collectie in 2006 Reuters

Bekijk ook;

Bewakers waren getuige van spectaculaire kunstroof in Duits museum maar grepen niet in

AD 25.11.2019 Bewakers hebben vanmorgen lijdzaam toegekeken hoe inbrekers een megaslag sloegen in het historisch museum in Dresden. Daarmee handelden ze volgens het boekje, blijkt. De indringers gingen aan de haal met de kroonjuwelen van August de Sterke alias de ‘zonnekoning van Saksen’.

De bewakers van het Grünes Gewölbe zagen op hun beeldscherm hoe een van de twee inbrekers in de sieradenzaal een vitrine insloeg met een bijl, daarna enkele sieradensets weggriste en weer verdween. In plaats van in te grijpen, belden ze de politie.

Daarmee handelden de beveiligers conform het protocol, verklaarde technisch directeur Michael John vanmiddag tegenover Duitse media. ,,Overdag gaan de bewakers naar de zaal zodra een bezoeker in aanraking komt met een van de vitrines, maar ‘s nachts niet. Dat is te gevaarlijk omdat ze geen wapens hebben, in tegenstelling tot inbrekers.’’

De inbrekers sloegen toe om iets voor 05.00 uur. Volgens de politie forceerden ze aan de westkant van het museum een tralierooster voor een van de ramen op de eerste verdieping. Daarna begaven ze zich naar de sieradenkamer op de benedenverdieping en sloegen ze hun slag. De hele operatie duurde slechts enkele minuten.

Vervolgens verdwenen ze met hun buit in een Audi A6. Een identiek voertuig werd later uitgebrand aangetroffen in een ondergrondse parkeergarage in de wijk Pieschen in het noordwesten van de stad, vlakbij de snelweg A4 richting Polen en Nederland. De Audi is in beslag genomen en onderzocht op sporen.

Lees ook;

Lees meer

Stroomuitval

Omstreeks 05.09 uur viel de stroom uit in de omgeving van het museum. Dit als gevolg van een brand in een verdeelkast. De politie gaat uit van een verband met de inbraak en diefstal omdat de stroompanne alle straatverlichting uitschakelde.

De inbrekers verdwenen volgens het museum met drie sieradensets voorzien van diamanten en briljanten. In de bewuste vitrine lagen zo’n 100 zeer waardevolle sieraden.

Ze zijn onderdeel van de collectie van Frederik August, koning van Polen en grootvorst van Litouwen (1694-1733). Hij staat ook bekend als August II van Polen, August de Sterke en wordt ook wel ‘de zonnekoning van Saksen’ genoemd omdat hij enorm van kunst en barokke bouwwerken hield en Dresden in het begin van de 18de eeuw omtoverde tot kunstmetropool.

Een van de ontvreemde sieradensets is een epaulet (schouderversiering), zo maakte de politie vanmiddag bekend. Het Team Grootschalige Opsporingen dat de spectaculaire sierradenroof onderzoekt, kreeg daarom dezelfde naam.

De geschatte waarde van de gestolen kroonjuwelen bedraagt volgens de Duitse krant Bild een miljard euro, maar volgens het museum is de materiële waarde veel lager dan de culturele waarde. ,,De speciale betekenis en kwaliteit ligt in het feit dat de sieraden onderdeel zijn van een collectie en alleen als zodanig waarde hebben.

Afzonderlijk zijn de stukken nu zo goed als waardeloos omdat ze onverkoopbaar zijn. De hele kunst- en museumwereld kent ze en de sets staan wereldwijd gesignaleerd als gestolen’’, verklaarde directrice Marion Ackermann tegenover zakenkrant Handelsblatt.

Van de daders ontbreekt tot nu toe elk spoor. De politie lanceerde in de namiddag een getuigenoproep op sociale media. In een persbericht legde ze uit dat de bewakers van het museum om 04.59 uur de politie waarschuwden over de inbraak en dat het eerste patrouillevoertuig vijf minuten later ter plaatse was.

Om 05.05 uur kwam er een eerste aanwijzing over een vluchtauto en om 05.09 uur startten zestien politiewagens een zoekactie naar de inbrekers. De recherche arriveerde om 05.08 uur bij het museum. Om 07.00 uur begonnen forensische speurders met een sporenonderzoek. Dat was om 18.30 uur nog steeds bezig.

Twee van de vitrines in de juwelenzaal van het museum. © Grünes Gewölbe

Chantage 

Volgens kunstverzekeringsmakelaar Nikolaus Barta is gestolen kunst in Europa niet zo gemakkelijk te verkopen, maar wel in de Aziatische regio, Rusland, China en Zuid-Amerika omdat de Duitse politie (en collega’s in andere Europese landen) daar geen grip op heeft. Waarom de inbrekers het alleen op sieraden met edelstenen gemunt hadden?

 Polizei Sachsen

✔ @PolizeiSachsen

Wir suchen #Zeugen nach dem Einbruch in das Museum #GrünesGewölbe in #Dresden. Wer hat Wahrnehmungen gemacht, verdächtige Personen am Tatort gesehen o. kann Hinweise zum Verbleib der Gegenstände geben? unter 0351 483 22 33. Weitere Informationen hier: https://www.polizei.sachsen.de/de/63999.htm 

70  5:35 PM – Nov 25, 2019 116 people are talking about this

,,Diamanten kunnen worden versnipperd en verwerkt, wat het voor criminelen nog eenvoudiger maakt. Maar vaak zijn de kunstdieven niet eens geïnteresseerd in verkoop. De georganiseerde misdaad gebruikt gestolen kunststukken als ruilmiddel. We spreken daarom ook wel van art-napping, een variant van kidnapping waarbij de buit wordt gebruikt om te chanteren’’, verklaarde hij tegenover de Süddeutsche Zeitung.

Dieven in Dresden stelen kunstschatten met waarde ‘tot 1 miljard euro’

NU 25.11.2019 Dieven hebben maandagochtend vroeg juwelen met een waarde tot 1 miljard euro buitgemaakt bij een inbraak in het museum Grünes Gewölbe (Groen Gewelf) in de Duitse stad Dresden.

De inbrekers kwamen het museum binnen door een raam met tralies te vernielen. Ze sloegen vervolgens drie vitrinekasten kapot en maakten de juwelen die daarin lagen buit. Het gaat om drie verzamelingen van vroeg-18e-eeuwse juwelen met diamanten, robijnen en smaragden, lieten de politie en het museum weten.

De dieven werden geholpen door een stroomstoring in de wijk waarin het museum ligt, veroorzaakt door een brand in een transformatorhuisje. Het is nog niet duidelijk of die brand deel uitmaakte van hun plan, aldus de politie.

Museumdirecteur Marion Ackermann omschrijft de gestolen juwelen als “van onschatbare waarde” en stelde dat het onmogelijk is ze op de open markt te verkopen.

“We hebben het hier over objecten met een onmeetbare culturele waarde”, zei haar collega Dirk Syndram. “Het is bijna werelderfgoed. Een juwelencollectie met deze vorm, kwaliteit en kwantiteit kan nergens anders worden gevonden.”

‘Klap voor heel Saksen’

De politie heeft het gebouw afgesloten en verricht onderzoek. “We hebben nog geen dader op het oog, noch is er iemand gearresteerd”, zei een politiewoordvoerder.

De premier van Saksen, Michael Kretschmer, noemt de diefstal een klap voor de hele deelstaat. “De werken in het Grünes Gewölbe zijn opgebouwd door de inwoners van Saksen met vele eeuwen hard werk”, zei hij.

In het Grünes Gewölbe wordt een van Europa’s grootste en meest waardevolle collecties van juwelen en andere schatten afkomstig van koninklijke hoven tentoongesteld.

Politie onderzoekt museum Grünes Gewölbe na grote inbraak

Collectie overleefde bombardementen en oorlogsroof

Het aanleggen van de museumcollectie begon in de zeventiende eeuw door August de Sterke, keurvorst van Saksen en later koning van Polen. Een van de bekendste kunstschatten in het museum is de Groene Diamant van Dresden, een edelsteen van 41 karaat. Die is momenteel uitgeleend aan het Metropolitan Museum of Art in New York.

Andere praalstukken in het Grünes Gewölbe zijn een gouden koffieservies uit 1701 en een beeld van een Indiaas koninklijk hof uit de zeventiende eeuw. Het beeld heeft ongeveer de omvang van een tafel en is gemaakt van goud, zilver, parels en waardevolle edelstenen.

De collectie overleefde geallieerde bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd als oorlogsbuit naar de Sovjet-Unie gebracht. In 1958 werden de kunstschatten teruggebracht naar Dresden.

Lees meer over: Duitsland Buitenland

Spectaculaire miljardenroof uit Duits museum

Telegraaf 25.11.2019 Op een spectaculaire manier werden in de nacht van zondag op maandag voor miljarden aan antieke juwelen buitgemaakt uit de schatkist van keurvorst August II, bij de oosterburen ook wel bekend onder de naam August de Sterke (1670-1733). Volgens Duitse media is het mogelijk de grootste kunstroof in de Duitse naoorlogse geschiedenis.

De klopjacht op de daders is inmiddels in volle gang. Ondertussen komen steeds meer details over de brute roof uit de Grunes Gewölben (Groene Gewelf) naar buiten. Zo namen de daders drie sets juwelen uit de achttiende eeuw mee. De gestolen juwelen zijn volgens het hoofd van de Staatliche Kunstsammlungen Dresden (SKD), die gaat over musea in Saksen, van onschatbare waarde.

De verdachten handelden in eerste oogopslag doordacht. Zo werd naar verluidt omstreeks 05.00 uur brand gesticht in een elektriciteitshuisje onder de August brug, net voordat een van de smalle ramen van het museum sneuvelde. Mogelijk lieten de kunstrovers wel één steekje vallen: hoewel de stroomtoevoer door de brand werd afgesloten, zou er toch nog een bewakingscamera hebben gedraaid.

Een van de vergulde kamers in het historische Grünes Gewölbe.

Een van de vergulde kamers in het historische Grünes Gewölbe. Ⓒ Hollandse Hoogte / Imago Stock & People GmbH

De ’juwelenkamer’ in het museum in Dresden.

De ’juwelenkamer’ in het museum in Dresden. Ⓒ AFP

’Opvallend kleine rovers’

Op die beelden valt volgens Bild te zien hoe twee ’opvallend kleine’ rovers via een smalle schacht hun weg naar buiten weten te vinden, maar mogelijk waren er nog meer mensen betrokken. Ze vernielden ruiten van een vitrine en gingen er met drie collecties juwelen vandoor in een auto. De autoriteiten kunnen echter nog niet bevestigen of de rovers daadwerkelijk op die manier wisten te ontkomen.

In het getroffen museum bevinden zich duizenden sieraden en voorwerpen van goud, zilver of andere waardevolle materialen. De dader of daders zouden hebben toegeslagen in het historische deel van de collectie.

Michael Kretschmer (rechts) zijn blik zegt meer dan duizend woorden.

Michael Kretschmer (rechts) zijn blik zegt meer dan duizend woorden. Ⓒ Sebastian Kahnert/dpa-Zentralbild/dpa

Minister-president Michael Kretschmer van de deelstaat Saksen haastte zich op maandagochtend naar de plaats des onheils. „Niet alleen de Staat werd van haar kunstcollectie beroofd, ook wij Saksen zijn bestolen!”, meldde hij aan het Duitse Bild. „Mensen uit onze vrijstaat hebben de afgelopen eeuwen hard gewerkt aan onze collectie. Zonder de Groene Gewelf zou men de geschiedenis van onze staat, en ons land niet begrijpen.”

Groene diamant

Ondanks de grote vangst voor de dieven, ligt het meest waardevolle kunststuk momenteel niet in Dresden. De zogenoemde groene diamant bevindt zich momenteel in het Metropolitan Museum of Art in New York. De gestolen collectie zou bovendien moeilijk te verkopen zijn zonder te worden opgemerkt. Ook als losse diamanten zouden de daders moeilijk helers kunnen vinden.

Geschiedenis

De Saksische vorst August en latere koning van Polen rivaliseerde met de Franse koning Lodewijk XIV over wie de mooiste en duurste juwelen had. De Franse pracht en praal aanbiddende August zou die strijd gewonnen hebben. Een belangrijk deel van zijn verzameling is voor Dresden behouden gebleven en onderbracht in het Grünes Gewölbe (Groene Gewelf) in het gerestaureerde slot van Dresden. Er staat een enorme kunstverzameling uitgestald die de schatkamer van de keurvorst wordt genoemd. De dieven hadden kennelijk speciaal de collectie op het oog die verband houdt met de rivaliteit van August en Lodewijk.

Kunstdieven blijken vaker creatief te zijn, en dit is dus zeker niet de eerste succesvolle roof. Zo werd op 27 maart 2017 kinderlijk eenvoudig een 100 kilo wegende gouden munt uit het Bode-Museum in Berlijn gestolen. Zonder blikken of blozen werd de reuzenmunt ter waarde van 3,6 miljoen euro in een kruiwagen naar buiten gereden.

Deze 100 kilo wegende munt werd met behulp van een kruiwagen het museum in Berlijn uitgereden tijdens een andere spraakmakende roof.

Deze 100 kilo wegende munt werd met behulp van een kruiwagen het museum in Berlijn uitgereden tijdens een andere spraakmakende roof. Ⓒ AP

Rookpauze

Met diezelfde eenvoud wist de Italiaanse Peruggia het meest beroemde schilderij uit het Louvre te ontvreemden. In 1913 liep hij het Parijse museum binnen, haalde de Mona Lisa van Da Vinci van de muur en verdween tijdens de rookpauze van de bewakers. Peruggia wilde naar eigen zeggen het kunstwerk van zijn landgenoot weer herenigen met het land van herkomst. Voor de roof kreeg hij twee jaar, maar door nationalisten werd hij voor eeuwig gezien als held.

Dertien, het ongeluksgetal. Zoveel schilderijen werden op 18 maart 1990 uit het Isabella Stewart Gardner museum in Boston gestolen. Tot op de dag van vandaag worden de werken van onder meer Vermeer, Rembrandt, Manet en Edgar Degas vermist. Met een beloning van 5 miljoen dollar blijft men hopen de buit ter waarde van 300 miljoen dollar (!) ooit weer terug te zien.

Bekijk meer van; bibliotheek en museum misdaad sociale wetenschappen monument en erfgoed August II August de Sterke Peruggia Leonardo da Vinci Johannes Vermeer Rembrandt van Rijn

Politieonderzoek bij het museum in Dresden EPA

Spectaculaire kunstroof in museum Dresden: ‘Aanslag op onze culturele identiteit’

NOS 25.11.2019 Onbekenden hebben in Dresden ingebroken in het historisch museum Grünes Gewölbe. Er zijn juwelen uit de 18e eeuw weg. Het museum geldt als een van de grootste schatkamers van Duitsland en Europa.

Roland Wöller, de minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat Saksen, zegt dat er kunststukken van “onmetelijke waarde” zijn gestolen. “De immateriële schade is niet in waarde uit te drukken. Het is een aanslag op de culturele identiteit van alle Saksen.”

Vitrine

De daders zijn voortvluchtig. Ze hebben vermoedelijk eerst een stroomkastje onder een brug in brand gestoken. Daardoor viel de straatverlichting uit en mogelijk ook een deel van de beveiliging van het museum. De politie wil dat laatste niet bevestigen. Op beelden zijn ten minste twee daders te zien, die via een raam zijn binnengekomen.

Daarvoor sloopten ze een rooster en sloegen ze een raam in. Vervolgens gingen ze gericht op een specifieke vitrine af, waar de juwelen lagen. Bewakers sloegen om 04.59 uur alarm toen ze inbrekers bezig zagen bij het raam. Vijf minuten later waren de daders ervandoor.

De website van Bild spreekt over een miljardenschade. Duitse media houden rekening met de grootste kunstroof in het naoorlogse Duitsland.

De politie is bezig met onderzoek in en rond het museum:

Inbraak in historisch museum Grünes Gewölbe

De collectie van het museum is rijk en bevat onder meer duizenden sieraden en voorwerpen van goud, zilver en andere materialen. De inbraak was in het historische deel van de collectie, meldt de politie. Een geluk bij een ongeluk was dat een van de topstukken van het museum, de Groene Diamant (41 karaats), is uitgeleend aan het Metropolitan Museum of Art in New York.

Premier Kretschmer van Saksen zegt dat de beveiliging goed was, maar “kennelijk niet voldoende”. Over de collectie zei hij: “Dit is Saksen, dit is onze identiteit. Je kunt deze deelstaat niet begrijpen of verklaren zonder deze verzameling, die in honderden jaren bijeengebracht is.”

Het museum blijft vandaag in elk geval dicht. Bij de ingang staat een bordje waarop staat dat dat “om organisatorische redenen” is.

© AFP Een van de kamers van het museum

Miljardenbuit bij kunstroof Dresden: ‘Kleine kans dat je juwelen nog terugziet’

MSN 25.11.2019 Duitsland is in de ban van een ongekende kunstroof in Dresden. Daar zijn in een museum juwelen ter waarde van een miljard euro gestolen. De kans dat ze nog worden teruggevonden, is heel klein, stelt kunstroofdetective Arthur Brand.

Het museum stond bekend als een van de grootste schatkamers van Europa. Op beveiligingsbeelden is te zien dat zeker twee inbrekers via een raam naar binnenslopen. Vervolgens gingen ze gericht op de vitrine af waar de juwelen lagen. Grote objecten als schilderijen en beelden lieten ze staan.

Volgens Brand ziet het er daarom naar uit dat hier om echte professionals gaat. “Ze gaan bewust voor het goud en de juwelen omdat ze daar aan kunnen verdienen.”

© Aangeboden door RTL Nederland

Twee typen inbrekers

Je hebt slimme en minder slimme dieven, zo stelt Brand. De minder slimme dieven gaan voor schilderijen en denken daar kopers voor te kunnen vinden. Maar je koopt kunst om het te kunnen laten zien en dat is bij iets herkenbaars als een schilderij heel lastig. De dieven komen dan vaak van een koude kermis thuis.

Maar volgens Brand gaat het bij deze kunstroof om slimme dieven. Die gaan vooral voor juwelen, want die kun je omsmelten. Denk bijvoorbeeld aan een kroon. Als je die omsmelt, kun je het goud alsnog voor veel geld verkopen. Het is dan niet meer te herkennen. “Juwelen hebben geen handtekening en zijn daarom makkelijker te verhandelen.”

Politie moet snel zijn

Twee jaar geleden werd er in Berlijn nog een munt van honderd kilo gestolen. Die zou heel herkenbaar zijn als je hem zo verkocht, maar die dieven smolten hem om en verkochten het goud. Brand vreest dat ook nu de kans klein is dat de politie de juwelen op tijd terug kan vinden.

“Ze moeten de daders vinden, voordat ze de kans hebben om alles om te smelten. De inbrekers zelf kunnen daarna nog wel worden opgespoord, maar de juwelen zijn dan voor altijd verloren.”

© Aangeboden door RTL Nederland

Geluk bij een ongeluk

De inbrekers kregen niet de kans om het meest waardevolle stuk uit de collectie van het museum te stelen. De zogenoemde groene diamant van Dresden, een steen van 41 karaat, bevindt zich momenteel in het Metropolitan Museum of Art in New York.

RTL: RTL Nieuws Kunstroof  Duitsland

Dieven plunderen schatkamer Duits museum: ‘Grootste kunstroof in na-oorlogse geschiedenis’

AD 25.11.2019 Inbrekers hebben vanmorgen toegeslagen bij historisch museum Grünes Gewölbe (Groene Gewelf) in het Duitse Dresden en antieke juwelen gestolen. Volgens Duitse media zou dit weleens ‘de grootste kunstroof in de na-oorlogse geschiedenis’ kunnen zijn. De daders zijn gevlucht.

De daders vernielden vanmorgen rond 05.00 uur een vitrine – zo is te zien op bewakingsbeelden – en hebben drie diamanten sieradensets uit de achttiende eeuw gestolen. Het gaat onder meer om een set met twintig delen en één met 37 onderdelen. Volgens de Duitse krant Bild zijn de juwelen een miljard euro waard, maar algemeen directeur van het museum Marion Ackermann kan de waarde niet precies uitdrukken. De materiële waarde is volgens haar veel lager dan de culturele waarde.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

De directeur liet tijdens een belegde persconferentie weten dat de gestolen juwelen niet verzekerd waren. Ze waren al zo lang eigendom van de deelstaat Saksen en dan is het volgens haar normaal dat ze op een gegeven moment niet meer verzekerd worden. Volgens Ackermann was de beveiligingsdienst tijdens de diefstal in het gebouw, maar kon de roof niet verhinderd worden en wisten de daders te ontkomen.

Onschatbare waarde

De daders wisten volgens de politie precies waar ze moesten zijn. ,,We zijn geschokt door de brutaliteit van deze inbraak”, zei de museumdirecteur tijdens een persconferentie. De dader of daders hebben toegeslagen in het historische deel van de collectie. Daar bevindt zich onder meer de schatkamer van keurvorst August de Sterke (1670-1733). Daar alleen al lagen minstens 3000 kunstobjecten die ‘van onschatbare waarde zijn’.

Duitse media berichten dat de inbrekers mogelijk de elektriciteitsvoorziening hebben gesaboteerd en daarna door een raam zijn geklommen. Op camerabeelden zijn twee inbrekers te zien. ,,We zijn nog steeds bezig om de verschillende video-opnamen leesbaar en evalueerbaar te maken”, aldus politiechef Volker Lange. In de loop van de middag worden de beelden van de daders gepubliceerd.

De daders namen alleen sieraden mee. Grotere voorwerpen zoals vazen en schilderijen lieten ze achter. Het museum is wereldberoemd om zijn kunstschatten. Er bevinden zich duizenden sieraden en voorwerpen van goud, zilver of andere waardevolle materialen. Een van de waardevolste stukken uit de collectie bevindt zich momenteel in het Metropolitan Museum of Art in New York. Het gaat om de zogenoemde groene diamant van Dresden, een unieke steen van 41 karaat.

Een rechercheur zoekt sporen bij de ingang van het museum. © epa

Aanval

© REUTERS

© EPA

De premier van de Duitse deelstaat Saksen, Michael Kretschmer (CDU), is ontzet. ,,Niet alleen de kunstcollecties van de staat werden beroofd, maar wij Saksen ook!” Volgens Kretschmer worden de schatten al vele eeuwen door de inwoners van Saksen beschermd. ,,Zonder het Grünes Gewölbe en de staatscollecties kan men de geschiedenis van ons land, van onze vrijstaat, niet begrijpen.”

Ook de minister van Binnenlandse Zaken, Roland Wöller (CDU), zegt dat de overval ‘een aanval is op de culturele identiteit van alle Saksen’. Een speciale commissie is opgezet om de daders op te sporen en de gestolen objecten terug te brengen. Het onderzoek is inmiddels Operatie Epaulette gedoopt. Of de daders op tijd worden gepakt is de vraag. Kunstdetective Amelie Ebbinghaus uit Londen vertelde de Duitse krant Die Welt dat de gestolen kunstschatten mogelijk al zijn omgesmolten: ,,Voor dergelijke kunstwerken is geen echte markt.”

Dat wordt erkent door de directeur van het museum. Het vooruitzicht dat de stukken worden vernietigd om bij de stenen te komen, noemde ze ‘een vreselijk idee’.

Politie-agenten doen sporenonderzoek. © EPA

Tentoonstelling Jonge Rembrandt – Rising Star in het Leidse museum De Lakenhal oktober 31, 2019

Posted by jandewandelaar in De Lakenhal, museum, Ode aan Rembrandt, Rembrandt van Rijn, Rising Star.
Tags: , , , ,
add a comment

Bezoekers bewonderen het schilderij ’Laat de kindertjes tot mij komen’, de nieuw ontdekte Rembrandt die nu voor het eerst voor het grote publiek is te zien.

De tentoonstelling is vanaf vrijdag 2 november tot en met 9 februari 2020 !!!!

Piepjonge Rembrandt eindelijk te zien

Telegraaf 31.10.2019 Zaterdag is het zover. Dan opent de allerlaatste tentoonstelling in dit Rembrandt-herdenkingsjaar in het Leidse museum De Lakenhal. Daar kan het publiek voor het eerst oog in oog staan met het nieuwste, aan Rembrandt toegeschreven doek Laat de kindertjes tot mij komen, een onafgemaakt Bijbelstuk dat de wereldberoemde Hollandse meester schilderde toen hij pas 21 jaar oud was.

Het schilderij werd ontdekt door de Amsterdamse kunsthandelaar Jan Six. Hij zag het in 2014 bij een Duits veilinghuis, waar het in de catalogus te boek stond als ’Nederlandse school, midden zeventiende eeuw’. Ondanks dat het doek vuil was en deels overschilderd, herkende Six naar eigen zeggen onmiddellijk de hand van Rembrandt van Rijn.

Conservator Christiaan Vogelaar, samensteller van de expositie Jonge Rembrandt – Rising Star is blij dat hij deze vondst mag onthullen. „Het is een mooie primeur. Als museum staan wij geheel achter de recente toeschrijving aan Rembrandt”, zegt hij. „Er zijn meerdere goede redenen om aan te nemen dat het hier om een echte Rembrandt gaat. Vooral de kwaliteit van de drie koppen achter de vrouw met de baby in het midden, is overtuigend.”

’Overduidelijk een zelfportret’

Hij wijst op de het gezicht van de oude vrouw links, die regelrecht ontleend lijkt aan een ets van Rembrandt van een oude vrouw die eveneens uit 1628 stamt. Nog overtuigender is de kop van de jonge man met ontblote schouder die helemaal boven in de compositie de museumbezoeker indringend aankijkt. „Dat is overduidelijk een zelfportret van de jonge kunstenaar”, zegt Vogelaar.

De rest van het doek is nogal atypisch voor Rembrandt. „Dat klopt”, stelt de conservator. „Alleen het bovenste gedeelte lijkt origineel van Rembrandt te zijn. De rest zijn latere zeventiende-eeuwse overschilderingen. Misschien van een leerling van Rembrandt. Daar wordt nog nader onderzoek naar gedaan. Verder is te zien dat dit doek niet af is. Waarom Rembrandt of een leerling van hem het onaf gelaten heeft, weten we niet. Dat blijft vooralsnog gissen.”

Het is voor het eerst dat er een groot overzicht gewijd is aan het vroegste werk van Rembrandt van Rijn (1606-1669). De Lakenhal, een museum dat op minder dan een kilometer afstand ligt van de Leidse Weddesteeg, waar Rembrandt werd geboren. „Het idee dat alle kunstwerken van hem die hier nu hangen op steenworp afstand zijn ontstaan, geeft een extra dimensie aan deze expositie”, vindt Vogelaar.

Meest getalenteerde leerling

In totaal zijn er veertig schilderijen, zeventig etsen en tien tekeningen van de Leidse molenaarszoon te zien, aangevuld met werk van zijn leermeesters Pieter Lastman en Jacob van Swanenburg, zijn vriend en concullega Jan Lievens en een van Rembrandts meest getalenteerde leerling in de sleutelstad, Gerrit Dou. Samen geven zij een goed beeld van hoe het talent van de jonge Rembrandt tot wasdom kwam.

Dat hij geen wonderkind was, zoals Jan Lievens, ziet het publiek meteen aan het vroegst bekende werk, het kleine paneeltje De brillenverkoper uit circa 1924. Het ziet er nog wat onbeholpen uit. Maar Rembrandt is een gretige leerling, geobsedeerd door verf, en een harde werker. In amper twee jaar maakt hij dan ook een grote ontwikkeling door. Zijn Historiestuk met zelfportret van de schilder (1626) getuigt van al van veel meer kunde en vaardigheid.

De Lakenhal heeft veel bijzondere bruiklenen weten te verkrijgen voor deze expositie, waaraan ruim vijf jaar intensief is gewerkt. Zo stond het Metropolitan Museum in New York het monumentale doek The Noble Slav (1632) af. Terwijl het Getty Museum in Los Angeles bij hoge uitzondering het schilderij Prins Ruprecht van de Palts met zijn mentor (1631) uitleende, waaraan Rembrandt-leerling Gerrit Dou ook meewerkte. Een unieke kans om deze twee meesterwerken nu eens in het echt te zien en met elkaar te vergelijken.

De expositie Jonge Rembrandt – Rising Star opent 2 november en is tot en met 9 februari in de Lakenhal te zien.

Bekijk meer van; schilderkunst Rembrandt van Rijn Museum De Lakenhal

Rembrandt komt thuis: 140 vroege werken te zien in Museum de Lakenhal

OmroepWest 31.10.2019 De bekendste zoon van Leiden is weer terug: voor het eerst zijn in Museum de Lakenhal 140 schilderijen van de jonge Rembrandt van Rijn (1606-1669) te zien. De schilderijen zijn van over de hele wereld naar Leiden gehaald en sommigen zijn voor het eerst voor het publiek te zien. Bij de overzichtstentoonstelling kijkt het publiek als het ware mee over de schouder van de schilder en ziet het hoe zijn talent in Leiden tot bloei kwam.

De tentoonstelling telt ongeveer veertig schilderijen, zeventig etsen en tien tekeningen. Naast werk van Rembrandt is er ook werk te zien zijn van zijn vriend Jan Lievens en Rembrandts leermeester Jacob van Swanenburg. Volgens conservator Chris Vogelaar van Museum de Lakenhal is het voor het eerst dat er zoveel werken van de jonge Rembrandt bij elkaar te zien zijn.

‘Een grote overzichtstentoonstelling van de eerste tien jaar is er nog nooit geweest’, zegt Vogelaar. ‘En dat is niet zo makkelijk gegaan. We hebben er jaren over gedaan om het gerealiseerd te krijgen.’

Uitzonderlijk talent

De tentoonstelling Jonge Rembrandt – Rising Star laat zien hoe het uitzonderlijke talent van Rembrandt van Rijn zich in de periode van 1624 tot 1634 ontwikkelde. De spectaculaire, pijlsnelle ontwikkeling van dat talent is in die eerste tien jaren van zijn kunstenaarschap van werk tot werk af te lezen.

Hij was een rasechte verkenner en vernieuwer en in deze eerste tien jaren legde Rembrandt het fundament voor zijn latere werk. Dat fundament leidde tot Rembrandts grote roem en droeg in hoge mate bij aan het karakter van de Nederlandse schilderkunst in de zeventiende eeuw.

Zoon van Leiden komt thuis

Rembrandt komt thuis, vindt Vogelaar. ‘Vrijwel alle werken zijn hier in Leiden gemaakt op een steenworp afstand van de Lakenhal.’ Rembrandt is geboren in de Weddesteeg en waarschijnlijk had hij een werkkamer daar in de buurt.

De tentoonstelling Jonge Rembrandt – Rising Star is een dikke drie maanden te zien voor het publiek, vanaf vrijdag 2 november tot en met 9 februari 2020.

LEES OOK: IN BEELD: Leiden is even terug in 17e eeuw tijdens de Rembrandt Dagen

Meer over dit onderwerp: LEIDEN MUSEUM DE LAKENHAL REMBRANDT

Pieter de Hooch “Binnenplaats van een huis in Delft” uit 1658 terug in Delft oktober 3, 2019

Posted by jandewandelaar in delft, museum, Pieter de Hooch, Prinsenhof.
Tags: , , , , ,
add a comment

AD 03.10.2019

Pieter de Hooch

Het wereldberoemde werk van de schilder, die samen met Johannes Vermeer internationaal wordt beschouwd als de belangrijkste Delftse meester uit de Nederlandse Gouden Eeuw, is hét pronkstuk in de toekomstige tentoonstelling met Pieter de Hooch in Delft.

Telegraaf 09.10.2019

AD 08.10.2019

In de tentoonstelling, getiteld ‘Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer’ ligt de nadruk dan ook op het leven van De Hooch in Delft. De expositie is te zien van 1 oktober 2019 tot en met 16 februari 2020.

Vingerafdruk gevonden op schilderij van Pieter de Hooch

OmroepWest 26.11.2019 Op het schilderij ‘Kaartenspelers in een zonovergoten ruimte’ uit 1658 van Pieter de Hooch is een vingerafdruk gevonden, vermoedelijk van de kunstenaar zelf. De vingerafdruk werd ontdekt toen het schilderij werd uitgepakt voor een tentoonstelling in Delft.

Het schilderij is eigendom van koningin Elizabeth II van Groot-Britannië en is uitgeleend door de Royal Gallery. De duimafdruk is hoogstwaarschijnlijk van de schilder zelf. Volgens medesamenstelster Anita Jansen is dat vrijwel zeker omdat de afdruk nog tijdens het maakproces op het doek is beland.

Het schilderij hangt sinds 11 oktober 2019 samen met bijna dertig andere werken van de schilder op een tentoonstelling in museum Prinsenhof in Delft. Daar bracht De Hooch acht jaar door van 1652 tot 1660. Hier maakte hij onder andere kennis met Johannes Vermeer.

Meerdere ontdekkingen

Tijdens infrarood onderzoek van ‘Hollandse Binnenplaats’, een ander werk van De Hooch uit dezelfde periode, zijn door de National Gallery of Art in Washington D.C. scheepsmasten ontdekt. Die masten zijn niet met het blote oog te zien. Op het schilderij ‘De Goudweegster’ uit 1664 zijn fragmenten van een signatuur ontdekt. Die ontdekking werd gedaan door de Gemäldegalerie Staatliche Museen in Berlijn.

Meer over dit onderwerp: PIETER DE HOOCH DELFT TENTOONSTELLING

Schilderijen van Pieter de Hooch na 400 jaar terug in Delft

Britse koningin leent schilderijen uit aan Museum Prinsenhof

Schilderijen Pieter de Hooch na vier eeuwen weer terug in Delft

Smalste huis ter wereld staat in Delft en jij kan er naar binnen… als het past

Museum Prinsenhof toont gezinsportret van Delftse kunstenaar Pieter de Hooch

Museum Prinsenhof Delft eert Jan Schoonhoven met expo o    

‘Delftse’ Pieter de Hooch één keer uit de schaduw van Vermeer

AD 08.10.2019 Uit de schaduw van Vermeer is het onderschrift van de expositie van schilder Pieter de Hooch, die vanaf vrijdag in Museum Prinsenhof in Delft is te zien. En niet zonder reden.

Anita Jansen, senior conservator van het museum, is heel duidelijk. Het is een illusie om te denken dat Pieter de Hooch nu opeens groter wordt dan Johannes Vermeer. Dat is ook nooit de inzet van de expositie geweest. Maar het is tegelijkertijd op zijn zachtst gezegd vreemd dat De Hooch 340 jaar heeft moeten wachten op een overzichtstentoonstelling in Nederland. Want De Hooch was, zeker in zijn Delftse periode, een grootheid.

Lees ook;

Fotogalerij: Deze straattekeningen sieren de Delftse binnenstad

Lees meer

‘Allermooiste werk’ van Pieter de Hooch weer op Delftse bodem

‘Allermooiste werk’ van Pieter de Hooch weer op Delftse bodem

Lees meer

,,Ik wil voorop stellen dat de beste Delftse schilders van die tijd elkaar beïnvloeden, het was een wisselwerking”, meent Jansen. ,,Maar De Hooch was de eerste die kwam met het schilderen van de binnenplaatsen met zijn doorkijkjes en inspireerde daarmee de anderen, dus ook Vermeer. Het straatje van Vermeer is waarschijnlijk daardoor ontstaan.” Maar Vermeer is zeker in de 20ste eeuw zo groot geworden, dat bijna iedere schilder in zijn schaduw is gedrukt. ,,En daarom wilden we voor De Hooch deze expositie: om hem één keer uit de schaduw te laten treden.”

Onderzoek

Daarbij is de Prinsenhof niet over één nacht ijs gegaan. Al in 2017 ontstond het idee voor de expositie, waarmee het museum zelfs een prijs won en daardoor ook geld kreeg voor het inrichten van de tentoonstelling. Maar er is ook in het kader daarvan voor het eerst uitgebreid onderzoek gedaan naar het leven en de ontwikkeling van De Hooch.

En dat leidde tot verrassende nieuwtjes. Zo blijkt de in Rotterdam geboren De Hooch veel Delftser dan gedacht, want zijn moeder bleek Delftse roots te hebben. Ook was zijn moeder niet twee, maar drie keer getrouwd. Zijn vader was metselaar en dat zou kunnen verklaren waarom De Hooch zijn muurtjes met zoveel perfectie schilderde.

© Daniella van Bergen

Ook is zijn jaar van overlijden niet langer 1684, maar wordt het nu weergegeven als in of na 1679, om de simpele reden dat er na zijn verhuizing naar Amsterdam na dat jaar niets meer te vinden is over hem in de officiële archieven. Lang werd gedacht dat hij in 1684 in een gekkenhuis was omgekomen, maar dat bleek om zijn gelijknamige zoon te gaan, die trouwens ook schilderde.

Werkplaats

Ook voor de ontwikkeling van zijn techniek is Delft bepalend geweest. Het wordt gezien als zijn beste periode ooit. De Hooch begon met zogenaamde kortegaardjes, kleine schilderijtjes van soldaten, waarbij hij zich liet inspireren door de Delftse schilder Antonie Palamedesz. Verder werkte hij samen met zijn zwager Hendrick van der Burgh. Mogelijk hadden ze zelfs samen een werkplaats.

De Hooch maakte de overstap naar perspectieven, waarbij hij spelden gebruikte om de lijnen uit te zetten. Maar al in Delft bleek dat hij aan één speld genoeg had om het beeld weer te geven dat hij voor ogen had.

 

© Daniella van Bergen

Overigens bleek ook uit het onderzoek van restaurator Anna Krekeler van het Rijksmuseum, dat De Hooch al schilderend zijn mening nog weleens veranderde en figuren weghaalde of op een andere plek zette. Zo is op een 3 te zien dat op een eerste versie nog een man en vrouw staan, die in de definitieve versie zijn verdwenen. En op een schilderij uit zijn Amsterdamse periode is – zelfs zonder scan – te zien dat een hond op het uiteindelijke schilderij een paar meter naar rechts is geschoven.

Zijn Amsterdamse periode was uiteindelijk niet zo’n groot succes. De interieurs werden wel rijker, gelijk de opdrachtgevers die er in woonden, maar het aantal nam wel af. Toch was er na zijn dood wel vraag naar zijn werk. Het stuk Een vrouw met een kind in de kelderkamer leverde op een veiling in 1789 2600 gulden op. Het melkmeisje van Vermeer bracht toen ruim duizend gulden minder op. Het is een uitkomst die nu moeilijk is voor te stellen.

© Daniella van Bergen

Eregalerij

In totaal heeft Pieter de Hooch ongeveer 160 schilderijen nagelaten, dertig tot veertig daarvan komen uit zijn Delftse periode, die liep van 1652 tot ongeveer 1660. ,,Door toedoen van liefst 21 bruikleengevers hebben wij hier een eregalerij van De Hooch kunnen samenstellen, waar we ongelooflijk trots op zijn”, zegt Janelle Moerman, directeur van Prinsenhof. De schilderijen komen uit Amerika, maar ook van het Britse koninklijk huis, de National Gallery in Londen en de familie Rothschild.

Aan de expositie heeft het museum ook een stadswandeling gekoppeld, waarbij de deelnemers worden gewezen op gebouwen die in het werk van De Hooch terugkeren, zoals de Nieuwe en Oude kerk. Maar hij liet zich ook inspireren door de vele binnenplaatsen die waren ontstaan op de plek waar ooit het St. Hiëronymusklooster aan de Oude Delft heeft gestaan.

Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer. Van 11 oktober tot 16 februari 2020, Museum Prinsenhof in Delft.

Schilderijen van Pieter de Hooch na 400 jaar terug in Delft

OmroepWest 05.10.2019 Ze komen overal vandaan: de 29 schilderijen van Pieter de Hooch, die je vanaf 11 oktober kunt zien in Museum Prinsenhof in Delft. De meest vooraanstaande collecties ter wereld leenden hun werken uit aan de eerste tentoonstelling ooit gewijd aan deze Hollandse meester, die in de stad woonde en werkte. ‘Het is fantastisch dat deze werken na 400 jaar terug zijn op de plaats waar ze zijn gemaakt’, zegt conservator Anita Jansen van het museum.

Bij Delft denk je eerder aan Vermeer. Het beroemde betonnen melkmeisje van Wim T. Schippers staat al jaren naast de Nieuwe Kerk in Delft en vanuit menig winkelruit staart het meisje met de parel je verwachtingsvol aan. Delft ‘ademt’ Vermeer, hoewel de stad zelf geen werk van de Hollandse meester in zijn bezit heeft. In het Sint Lucasgilde is Vermeer ongetwijfeld zijn collega Pieter de Hooch vaak tegengekomen. Zij waren collega’s en tijdgenoten.

‘Er is geen archivarisch bewijs voor, maar ze moeten elkaar gekend hebben. En dat ze ook naar elkaars werk hebben gekeken staat vast’, zegt Jansen. ‘Als zij samen hier in Delft aan het werk zijn, kun je zeggen dat Pieter de Hooch de innovator is. Dat hij degene is die voorop loopt en Vermeer inspireert. Toch is hij altijd in de schaduw van Vermeer blijven staan. Reden om hem eens op een voetstuk te plaatsen.’

‘Hij woonde om de hoek’

De stad zoals De Hooch hem zag, is er nog. ‘Hij woonde hier om de hoek, op de Binnenwatersloot, bij zijn schoonouders’, legt Anita uit. Dat is pas sinds kort bekend. Voor deze tentoonstelling deed het museum uitgebreid onderzoek naar leven en werk van de schilder. Daaruit bleek ook dat De Hooch vaak werkte op een steenworp afstand van zijn huis. Om precies te zijn: op de plek waar nu de tuin van het vorige stadskantoor ligt. Nu een kale, wat troosteloze locatie.

Op die plek lag ooit het Sint Hiëronimusklooster. Dat is al eind zestiende eeuw gesloopt, maar op het binnenterrein stonden woningen. Ook zijn er na de sloop nieuwe huizen neergezet. Huizen met typische Delftse binnenplaatsjes, waarvan De Hooch er heel wat vastlegde. Uit het onderzoek blijkt dat dit de plek was waar hij zijn standpunten koos. Vaak met zowel de toren van de Oude als de Nieuwe Kerk op de achtergrond. ‘En dat laatste is opmerkelijk’, zegt Anita Jansen. ‘Omdat de beide torens op die plek helemaal niet in één beeld zijn te vatten. Het geeft aan hoe hij zijn schilderijen componeerde. Dat waren echt elementen uit de stad die hij samenbracht in een schilderij.’

Delftse motieven

De binnenplaatsen en burgerlijke huizen in Delft, vlakbij zijn eigen woning. Dat zijn de Delftse motieven, die van De Hooch een van de grootste Hollandse meesters maakten. In 1655 keerde hij de stad de rug toe en vertrok naar Amsterdam. Waar hij zou gaan werken op dezelfde manier: ook hier werd zijn nabije nieuwe leefomgeving de grootste inspiratiebron voor zijn werk.

De tentoonstelling ‘Pieter de Hooch, uit de schaduw van Vermeer’ is vanaf 11 oktober te zien in Museum Prinsenhof in Delft.

LEES OOK: Britse koningin leent schilderijen uit aan Museum Prinsenhof

Meer over dit onderwerp: PIETER DE HOOCH DELFT

Gerelateerd;

Britse koningin leent schilderijen uit aan Museum Prinsenhof

Schilderijen Pieter de Hooch na vier eeuwen weer terug in Delft

Museum Prinsenhof toont gezinsportret van Delftse kunstenaar Pieter de Hooch

Ook Fransen in de rij voor Delfts Melkmeisje van Vermeer

controle schilderij Pieter de Hooch © Fred Leeflang

‘Allermooiste werk’ van Pieter de Hooch weer op Delftse bodem

AD 03.10.2019 Gespannen stonden senior conservator Anita Jansen en Janelle Moerman, directeur van Museum Prinsenhof, gisteren te wachten op bezoek uit Londen. Het ‘allermooiste werk’ van Pieter de Hooch kwam aan in Delft.

Het wachten was op medewerkers van de gerenommeerde National Gallery. En ze hadden iets meegenomen ook, iets om met fluwelen handschoenen aan te pakken: het schilderij ‘Binnenplaats van een huis in Delft’ uit 1658, van Pieter de Hooch.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Het wereldberoemde werk van de schilder, die samen met Johannes Vermeer internationaal wordt beschouwd als de belangrijkste Delftse meester uit de Nederlandse Gouden Eeuw, is hét pronkstuk in de toekomstige tentoonstelling Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer, van 11 oktober tot en met 11 februari. In Prinsenhof zijn dan 29 topwerken te zien van De Hooch, in bruikleen van musea uit de hele wereld. Ook komt er een ‘De Hooch’ uit de Royal Collection Trust, de privécollectie van de Britse koningin Elizabeth II. Het betreft de meest ambitieuze tentoonstelling ooit in het museum, zegt Janelle Moerman.

Minutieus

Alvorens het beroemde werk van De Hooch op te hangen, onderzochten medewerkers van The National Gallery het stuk minutieus, op zoek naar eventuele beschadigingen. Maar met de conditie van De Hooch’s meesterwerk bleek niets mis. ,,Dit schilderij is één van zijn allermooiste werken”, meent conservator Anita Jansen, medesamensteller van de tentoonstelling. ,,Het schilderij dateert uit 1658, het jaar waarin De Hooch tot volle bloei kwam. Daarnaast is het werk zeer karakteristiek voor Delft, met de gevelsteen boven de poort en het typische doorkijkje. We zijn trots dat het ‘Delftse’ schilderij hier te zien is in Museum Prinsenhof.’’

Binnenplaats van een huis in Delft noemt ze ‘een sleutelstuk in de tentoonstelling en tevens beelddrager van de campagne’.

Pieter de Hooch in Delft. Uit de schaduw van Vermeer focust op de bloeiperiode van de kunstenaar (ongeveer 1655-1660), waarin Delft een hoofdrol speelt.

Tentoonstelling van ‘De Gouden Eeuw’ naar Groepsportretten van de zeventiende eeuw Amsterdam september 12, 2019

Posted by jandewandelaar in amsterdam, mauritshuis, museum.
Tags: , , , , , ,
1 comment so far

 

“De Gouden Eeuw” versus de “Eeuw van het zwarte goud” !!!

Het Amsterdam Museum gebruikt de term Gouden Eeuw niet meer omdat die de lading niet zou dekken. De komende tijd verandert het museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. ’Hollanders van de Gouden Eeuw’ mag niet meer. In plaats daarvan wordt de naam van de tentoonstelling ’Groepsportretten van de zeventiende eeuw’.

De term ‘Gouden Eeuw’ is sterk gekoppeld aan nationale trots, maar dat dekt de lading van de historische werkelijkheid in deze periode niet”, schrijft het museum op de website.

Telegraaf 17.09.2019

Telegraaf 13.09.2019

Het Amsterdam Museum geeft aan dat het een plek wil zijn die voor iedereen relevant is en waar alle mensen zich welkom voelen. “Dat is een proces waar het museum samen met mensen uit de stad al jaren mee bezig is. Het Amsterdam Museum geeft ruimte aan mensen en verhalen die nog niet of onvoldoende gehoord worden.”

AD 14.09.2019

Geschiedenis heroverwogen

Nederland worstelt vaker met zijn koloniale verleden. Zo werd vorig jaar een borstbeeld van Johan Maurits van Nassau weggehaald uit het Mauritshuis in Den Haag en veranderde de Amsterdamse J.P. Coenschool zijn naam. Steeds vaker wordt de geschiedenis heroverwogen, zei historicus Dienke Hondius van de Vrije Universiteit toen tegen RTL Nieuws.

Telegraaf 14.09.2019

Historicus Dienke Hondius, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, verwijst naar de ‘internationale beweging’ die steeds vaker beelden en monumenten onder vuur neemt. Zo werden vorig jaar monumenten het mikpunt die herinneren aan Amerikaanse militairen die voor de zuidelijke staten vochten in de Amerikaanse burgeroorlog.

Ook de historici Frank Ankersmit en Piet Emmer zeggen  dat Nederland moet ophouden met het herschrijven van zijn geschiedenis onder druk van een kleine groep activisten. “De morele ijdelheid waarmee de slavernij nu wordt veroordeeld, duidt op een volkomen gebrek aan historisch besef.”

GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil was één van de mensen die de omstreden rol van Johan Maurits van Nassau aankaartten. Dat deed hij al in 2014. Hij kijkt ervan op dat het Mauritshuis zover gaat door het borstbeeld van zijn naamgever weg te halen. “Dat verbaast me”, zegt hij nu. “Ik ben er ook een beetje tegen, het is absoluut niet waar ik op uit was.”

Zie ook: In Nederland geen Amerikaanse toestanden, wel omstreden standbeelden

Zie ook: Coenschool verandert naam: ‘Past niet bij visie tolerantie’

zie ook: De Haagse beeldenstorm in het Mauritshuis

zie ook: De kwestie “Het Mauritshuis” het begin van de Haagse beeldenstorm ??

zie ook: Zwarte Piet alweer uit de kast

zie ook: Werelderfgoeddagen Slavernijverleden in Den Haag 11, 12 en 13 september 2015

zie ook: Demonstratie 15.02.2015 Nationale Herdenking Slavernijverleden op het Haagse Plein

zie ook: Tentoonstelling ‘Verbreek de ketenen’ 150 jaar afschaffing van de slavernij

zie ook: Michiel de Ruyter-race Scheveningen

Wel of geen Gouden Eeuw: ‘Laten we op zoek gaan naar een nieuwe term’

NOS 13.09.2019 Het plan van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ in de ban te doen, roept vandaag veel reacties op. Volgens het museum hoeft de term niet geheel afgeschaft te worden, maar moet er wel meer ruimte komen voor de schaduwkant van deze periode. Grote broer Het Rijksmuseum doet niet mee met de aanpassing.

Bekijk hier de overwegingen van de twee musea:

Video afspelen

‘Een klein groepje mensen is er rijk van geworden’

Premier Rutte noemt de actie van het museum “onzin waar hij niets mee kan” en minister Slob wordt “heel erg moe” van dit soort discussies. Historicus Karwan Fatah-Black vindt het juist goed dat het gesprek hierover gevoerd wordt.

“Veel musea zijn onbeschaamd heel blij met die Gouden Eeuw-marketing”, aldus Karwan Fatah-Black.

De discussie over het gebruik van de term Gouden Eeuw is niet nieuw. Volgens Fatah-Black is er al een jaar of 20 een zogenoemde Gouden Eeuw-hype gaande.

“Musea plakken heel graag de titel Gouden Eeuw op een tentoonstelling als het maar enigszins in de zeventiende eeuw heeft plaatsgevonden, ze zijn onbeschaamd heel blij met die Gouden Eeuw-marketing.”

Kritische kant

Met de Gouden Eeuw wordt dan vaak de ‘succesvolle’ periode bedoeld waarin Nederland een economische en militaire wereldmacht was. Maar het was ook een periode met veel armoede, oorlog en slavernij.

En die kant, die ontbreekt volgens Fatah-Black nog vaak. Maar daar lijkt verandering in te komen. “Je ziet bij musea de ontwikkeling dat ze tegenwoordig steeds meer openstaan voor kritische ideeën. Dat ze niet meer alleen de mooie dingen willen laten zien.”

“Steeds meer musea noemen die tijd niet meer vanzelfsprekend ‘goud’, aldus Karwan Fatah-Black.

Zo gebruikt het Scheepvaartmuseum de term Gouden Eeuw al langer niet meer zomaar. “En ik zie dat musea die nieuwe tentoonstellingen inrichten er al veel voorzichtiger mee zijn. Die tijd wordt niet vanzelfsprekend meer ‘goud’ genoemd.”

Dat de discussie over de term nu weer oplaait, vindt Fatah-Black opvallend. “Ik vind het interessant om te zien hoe fel erop gereageerd wordt vanuit de politiek. Dat zegt wel iets over het denkproces waarin we zitten met z’n allen.”

En dat vindt hij een goede zaak. “Dit soort thema’s is wat ons bij elkaar houdt. Het voelt niet altijd even fijn, maar we zijn er wel over in gesprek. Al denk ik wel dat de mensen die de term willen handhaven, beter moeten uitleggen wat er zo ‘goud’ is aan deze periode. Dan verbreed je alleen maar de kennis die we erover hebben.”

Nieuwe naam?

Dat Gouden Eeuw niet voor iedereen de juiste term is voor deze periode, begrijpt Fatah-Black. Al vindt hij het alternatief ‘de zeventiende eeuw’ ook niet helemaal de lading dekken. “Dat vind ik te zakelijk. Ik zou het mooi vinden als er iets nieuws voor terugkomt. Dat we het eens worden dat de term ‘goud’ misschien niet zo passend meer is.”

Zijn oplossing? “We kunnen er een prijsvraag voor uitschrijven. Het is toch een bijzondere tijd geweest, dus iets moois dat de lading dekt lijkt me wel een nationaal debat waard.”

Bekijk ook;

Vijf vragen over Gouden Eeuw

Telegraaf 13.09.2019  Het Amsterdam Museum doet de term De Gouden Eeuw in de ban. Het is te weinig inclusief en negeert de schaduwkant van de Gouden Eeuw, zoals oorlog, armoede en mensenhandel.

Historicus Piet Emmer, gespecialiseerd in de koloniale tijd, beantwoordt vijf vragen over deze bloeiperiode uit de Nederlandse geschiedenis.

Dat gaat over de zeventiende eeuw. We werden de vrachtvaarders van Europa en verdienden relatief veel geld aan de handel. Vanwege de rijkdom was er onder de gegoede burgerij een grote vraag naar niet-religieuze kunst. Daardoor ontstond er een geweldige explosie van schilderkunst en kunstnijverheid. Het beeld dat de Gouden Eeuw uitsluitend dreef op slavenhandel en uitbuiting van koloniën is onjuist.

Hoe kon de Gouden Eeuw in Nederland ontstaan?

Door het ontbreken van verstikkende machtsfactoren, zoals een adel, een dominante staatskerk of een oorlogszuchtig koningshuis. Daardoor kwam de economie, de wetenschap en kunst in tegenstelling tot omringende landen tot bloei. Overal in Europa liet men de boeken drukken in Amsterdam. Vanwege het ontbreken van censuur. Onze universiteiten trokken veel buitenlandse studenten.

Kennen andere landen ook een Gouden Eeuw?

Spanje had een vergelijkbare bloeiperiode tussen 1550 en 1650. Ook in Spanje ging het toen om de bloei van de kunsten en de architectuur.

Wie profiteerde van de Gouden Eeuw?

Vooral grote families in de grote steden hebben geprofiteerd. Maar uiteindelijk heeft iedereen meegedeeld. De rijkdom werd ook in weeshuizen of voorzieningen voor stedelijke armen- en ouderenzorg gestopt.

Wat heeft het Nederland blijvend opgeleverd?

Volle musea. Overal ter wereld kom je in exposities wel Nederlandse schilders tegen. En dat onze politiek weinig machtselementen kent. Het heeft onze cultuur getekend. Een land dat heel erg gericht is op de handel en dienstverlening.

Rutte: onzin om Gouden Eeuw niet meer zo te noemen

Elsevier 13.09.2019 De Gouden Eeuw moet zo blijven heten en verder moet Nederland zorgen voor een nieuwe gouden eeuw. Zo reageerde premier Mark Rutte (VVD) na de ministerraad op de losgebarsten discussie over de Gouden Eeuw.

Het Amsterdam Museum besloot om de zeventiende eeuw niet meer zo te noemen omdat de term negatieve kanten als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel negeert.

Rutte noemde het in zijn wekelijkse persconferentie onzin. ‘Hier kan ik niks mee.’ Hij zei trots te zijn op deze eeuw.

Hij wees erop dat in de Gouden Eeuw ook de vrijheid van meningsuiting ontstond. ‘In combinatie met commerciële vooruitgang ja. Daar mogen we trots op zijn.’

Rutte blijft zeventiende eeuw ‘Gouden Eeuw’ noemen

NU 13.09.2019 Premier Mark Rutte vindt het “onzin” dat het Amsterdam Museum heeft besloten om de term ‘Gouden Eeuw’ niet langer te gebruiken om de zeventiende eeuw aan te duiden. Volgens het museum dekt het begrip niet de lading van de tijd, maar volgens Rutte is de Gouden Eeuw een “prachtige benoeming” voor een eeuw waar hij “terecht trots” op is.

“Ik blijf het de Gouden Eeuw noemen”, zei hij vrijdag na afloop van de ministerraad.

Het Amsterdam Museum kondigde donderdag aan de de titel van de tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw te veranderen naar Groepsportretten van de zeventiende eeuw.

Op de website van het museum legt directeur Judikje Kiers uit dat het Amsterdam Museum met de wijziging van het termgebruik “ruimte wil geven aan mensen en verhalen die nog of onvoldoende gehoord worden”.

“Het museum wil een plek zijn die voor iedereen relevant is en waar alle mensen zich welkom voelen”, aldus het Amsterdam Museum.

Rutte: ‘Onzin, ik blijf zeventiende eeuw Gouden Eeuw noemen’

‘Armoede, oorlog, dwang en mensenhandel’

Kiers schrijft in een opiniestuk in de Volkskrant dat de Gouden Eeuw in de westerse geschiedschrijving een belangrijke plek inneemt die gekoppeld is aan nationale trots, maar de lading van de historische werkelijkheid niet dekt. “Denk aan armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel in een context waarin Amsterdam regeerde over verschillende bezette gebieden overzee”, aldus Kiers.

“Immers, wie bepaalt dat je een eeuw ‘goud’ noemt als velen van onze voorouders niet meedeelden in dat goud en de voorspoed of slachtoffer waren van de honger naar macht en rijkdom, in de vorm van uitbuiting, moord en slavernij?”, aldus de museumdirecteur.

Premier Rutte zegt vrijdag het prima te vinden dat beide kanten van de geschiedenis ruimte krijgen. “Ja, er zijn ook aspecten waarvan we nu zeggen: ‘Ai’, maar waarom moeten we het etiket eraf trekken?”, vraagt de premier zich af. “Laten we onze energie liever steken in een nieuwe Gouden Eeuw.”

Lees meer over: Politiek

Rutte over weghalen Gouden Eeuw: ’Wat een onzin!’

Telegraaf 13.09.2019 Het plan van Museum Amsterdam om de term ’Gouden Eeuw’ voortaan in de ban te doen valt in slechte aarde bij premier Rutte. „Wat een onzin”, reageert hij tijdens zijn wekelijke persconferentie na afloop van de ministerraad. „Daar kan ik helemaal niks mee.”

Rutte is van huis uit historicus. Dat komt hem nu goed van pas. „Het gewest Holland was in de Gouden Eeuw net zo machtig als de VS nu. Daar mogen we razend trots op zijn.”

Bij minister Bijleveld (Defensie) hangt een schilderij van Gouden Eeuw-zeeheld Michiel de Ruyter in haar werkkamer. „Ik vind dat je van de geschiedenis moet leren. Ik heb de discussies gevolgd over de Witte de Withstraat in Rotterdam, Michiel de Ruyter en het slavernijverleden. Ik vind dat we niets moeten weghalen. De geschiedenis is de geschiedenis. We moeten leren van periodes die goed waren en niet goed waren.”

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heeft eveneens weinig op met het schrappen van de uitdrukking. „Ik blijf het gewoon gebruiken, hoor. De Gouden Eeuw is een eeuw waarin Nederland als natie echt groot is geworden.”

Rutte: ‘Gouden Eeuw juist prachtige term, wat een onzin, pff’

AD 13.09.2019 Premier Mark Rutte begrijpt niet waarom het Amsterdam Museum heeft besloten ‘Gouden Eeuw’ te schrappen uit de naam van een tentoonstelling. Volgens hem moeten we ‘razend trots’ zijn op deze periode uit de vaderlandse geschiedenis.

,,Wat een onzin, pff”, reageerde Rutte in zijn wekelijkse persconferentie op de vraag hoe kijk keek naar het omstreden besluit van het Amsterdam Museum om de term te schrappen. ,,Ik heb er helemaal niks mee. Het is een prachtige term.”

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Nieuwe gouden eeuw

Volgens Rutte betekent het niet dat er ook gesproken kan worden over wat er in die eeuw niet goed ging. ,,Maar we moeten niet zeggen: we hebben al die honderden jaren de verkeerde term gebruikt.” Volgens de premier is het vooral belangrijk om te streven naar een nieuwe gouden eeuw.

Rutte, historicus, zei dat de Staten van Holland in de 17de eeuw ‘net zo belangrijk waren als de Verenigde Staten nu’. ,,En daar mogen we razend trots op zijn. Nu zijn er ook aspecten aan die periode waarvan we nu zeggen ‘ai’, maar ik begrijp werkelijk niet waarom we dat etiket eraf moeten halen.”

’Waar eindigt dit? Straks moet zelfs Nachtwacht aangepast’

Telegraaf 13.09.2019 Na Zwarte Piet, de VOC, ’besmette’ straatnamen van zeehelden, moet nu ook de term Gouden Eeuw eraan geloven. Te weinig inclusief, vindt het Amsterdam Museum. ’Waar eindigt dit?’

Door de term bij het grof vuil te zetten wil het museum ’andere perspectieven’ op de Gouden Eeuw mogelijk maken. Oorlog, armoede, dwangarbeid en mensenhandel worden nu te veel genegeerd, vindt het museum. De dumpactie past in het streven om het uitstalgebouw ’meerstemmig en inclusief te maken’.

Wat moeten we met die (niet voor iedereen zo) Gouden Eeuw?

AD 13.09.2019 Dat de Gouden Eeuw niet voor iedereen een feest van voorspoed en vrijheid was, daar zijn historici het over eens. Maar om de hele term daarom maar af te schaffen?

Tom van der Molen, conservator en specialist zeventiende eeuw bij het Amsterdam Museum wist wel dat zijn besluit de tongen los zou maken. ,,Ik ben niet naïef. Maar het gaat goed met me, hoor. Discussie is ook heel goed, dat juich ik alleen maar toe.”

Hij en zijn collega’s in het museum dachten lang na voor ze term Gouden Eeuw in de ban deden. ,,Waarom zit die ons nou in de weg?’, vroegen we ons steeds vaker af.

Lees ook;

Amsterdam Museum doet term ‘Gouden Eeuw’ in de ban

Lees meer

Rijksmuseum: niks mis met term Gouden Eeuw

Amsterdam Museum doet term ‘Gouden Eeuw’ in de ban

Lees meer

Van der Molen vond een antwoord. De Gouden Eeuw is een soort jubelterm, concludeerde hij, die automatisch de schijnwerpers zet op begrippen als macht, rijkdom, grachtenpanden, schilderkunst, zeehelden. ,,En niet op oorlog, slavernij, armoede. Alsof dat destijds uitzonderingen waren. Dat is niet waar. Maar je botst steeds tegen die term op.” En dus maakte het museum donderdag bekend ‘Gouden Eeuw’ in de ban te doen, om het te vervangen door het neutrale ‘zeventiende eeuw’.

Venlo

Zoals dat tegenwoordig gaat: Twitter ontplofte, en politici roeren zich. ‘Gouden Eeuw. Love it’, twitterde Thierry Baudet (FVD), die zijn partijbijeenkomsten graag aankleedt met enorme projecties van ‘het Holland van toen’. Premier Mark Rutte vindt het taboe op de ‘prachtige’ term ‘onzin’.

Geert Wilders (PVV) liet weten ‘beretrots’ te zijn op de Gouden Eeuw. Voor een geboren en getogen Venlonaar komt dat wat komisch over: de thuisstad van Wilders was in de zeventiende eeuw een speelbal tussen de Spanjaarden en Hollanders. Pestepidemieën decimeerden de bevolking, meldt het gemeentearchief van Venlo, economisch verging het de stad zeer moeizaam.

Kolonies

,,Eigenlijk waren provincies als Brabant en Limburg in die tijd binnenlandse kolonies van de door Holland gedomineerde Republiek”, stelt de Brabantse historicus Gerard Rooijakkers, die veel weet over het leven in de Gouden Eeuw búiten de machtige steden in het westen. ,,Deze gebieden hadden geen stem in het landsbestuur. Katholieken mochten er geen openbare functies vervullen.”

Model van De Zeven Provinciën, het vlaggenschip van Michiel de Ruyter.

Model van De Zeven Provinciën, het vlaggenschip van Michiel de Ruyter. © collectie muZEEum

En het was er arm, zoals overigens ook veel mensen in bruisende steden als Amsterdam en Leiden bepaald niet in weelde leefden. ,,Op veel plekken was het een beetje Bangladesh-achtig”, zegt historicus Han van der Horst. ,,De rijkdom was totaal niet eerlijk verdeeld. Sociale rechtvaardigheid, dat leefde niet.”

En dan de slavernij: ,,We vervoerden letterlijk duizenden en duizenden Afrikanen naar onze suiker- en katoenplantages in Suriname en de Caraïben”, brengt museumconservator Van der Molen nog maar in een keer in herinnering. ,,Johan Maurits, naar wie het Mauritshuis in Den Haag is vernoemd, had daar een grote rol in.”

‘Juist moeilijker’

Het is allemaal weinig fraai. De vraag is: betekent het dat de term Gouden Eeuw daarom geloosd moet worden? ,,Je maakt het juist moeilijker”, vindt Van der Horst. ,,Tegenover witte kanten staat altijd zwart. Dat kun je makkelijker uitleggen als je de term Gouden Eeuw blijft gebruiken.”

Zijn collega Gerard Rooijakkers is het met hem eens. Hij vindt het besluit van het museum ‘politiek correct’, maar niet logisch. ,,In de Gouden Eeuw wás Nederland een wereldmacht, we hebben er de grachtengordel aan te danken. Het is veel mooier om vanuit dat goud de schaduwkanten te kunnen belichten.”

Migratieachtergrond

In Amsterdam blijft Van der Molen achter het besluit staan. ,,Ik verbied niemand om de term Gouden Eeuw te gebruiken. Maar wij doen het niet meer. De helft van de Amsterdammers heeft een migratieachtergrond. Er komen hier mensen binnen voor wie de term Gouden Eeuw een pijnlijke is, omdat hun voorouders slachtoffer waren van slavernij. Ik wil dat we met een neutrale, open blik naar de zeventiende eeuw kijken. En dat kan beter zonder de term Gouden Eeuw.”

De benaming Gouden Eeuw is overigens pas in de negentiende eeuw bedacht. En het is ook zomaar een naam, en niet eens een hele beste, schreef de in de eerste helft van de vorige eeuw vooraanstaande historicus Johan Huizinga eens. Want waarom goud? ‘Als ons bloeitijdperk een naam moet hebben, laat het dan zijn naar hout en staal, pik en teer, verf en inkt, durf en vroomheid, geest en fantasie.’

Schuttersstukken en groepsportretten uit de 17e eeuw van het Amsterdam Museum en het Rijksmuseum ANP

Kritiek op ban Gouden Eeuw, Rijksmuseum handhaaft de term

NOS 13.09.2019 Van “geschiedvervalsing” en “zelfhaat” tot “een goed idee”. Het plan van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ in de ban te doen, roept veel reacties op. Volgens het museum negeert de bijnaam van de 17e eeuw de negatieve kanten van die eeuw, zoals armoede, oorlog en slavernij.

“We realiseerden ons dat we met de term ’17e eeuw’ beter uit de voeten kunnen”, zei museumdirecteur Judikje Kiers vanmorgen in het NOS Radio 1 Journaal. “Daarmee krijgen we ruimte om het beeld van die periode opnieuw in te kleuren.”

‘Heel erg moe’

Maar lang niet iedereen kan zich vinden in die redenering. Premier Rutte verzuchtte in zijn wekelijkse persconferentie: “Wat een onzin is dit. Hier kan ik niks mee”. Hij vindt de ‘Gouden Eeuw’ een prachtige term voor een tijd waar we “terecht trots” op mogen zijn. “Het Gewest Holland was toen net zo machtig als de Verenigde Staten nu. Dit was de plek van de grote zeevarenden, van de grote uitvinders en van de grote kunstenaars. En ja, er zaten aspecten aan waarvan we nu zeggen: ai. Maar die kun je ook gewoon benoemen.”

Minister Van Engelshoven (D66) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weet ook niet of het verstandig is om de term Gouden Eeuw te schrappen. “Voor mij is het én de 17e eeuw én de Gouden Eeuw. Zo noemen we het nu eenmaal. Het wás ook een gouden eeuw voor de handel en de kunst.”

Wel vindt de minister dat alle kanten van de 17e eeuw moeten worden belicht. “Maar de naamgeving in musea is echt een keuze van het museum zelf. Dat moet een eigen afweging maken.”

Minister Slob wordt “heel erg moe” van de vraag welke term we moeten gebruiken:

Video afspelen

Minister Slob over Gouden Eeuw: ‘Daar gaan we weer’

VVD-Kamerlid El Yassini viel naar eigen zeggen van zijn stoel toen hij het nieuws over de Gouden Eeuw vernam. “Eerst moesten de straatnaambordjes weg, toen de standbeelden en nu de hele Gouden Eeuw”, zei hij in het NOS Radio 1 Journaal. “Ik heb liever dat het Amsterdam Museum uitlegt wat de Gouden Eeuw ons land heeft gebracht én wat de negatieve kanten ervan zijn. Dat is ook de taak van een museum.”

Volgens El Yassini is voor de uitvoering van die taak geen naamswijziging nodig. “We moeten niet plotseling een Gouden Eeuw-gêne krijgen. Straks kennen we onze eigen geschiedenis niet meer.”

Reacties op het NOS-Facebookbericht over de Gouden Eeuw NOS

Directeur Kiers van het Amsterdam Museum erkent dat de term Gouden Eeuw in bepaalde contexten nog prima te gebruiken is, maar dat het woord ‘goud’ niet de lading dekt van alle verhalen uit die eeuw. “Natuurlijk wás de 17e eeuw de Gouden Eeuw van de schilderkunst, we hebben ongelooflijke welvaart gekend in die periode en we hadden relatieve religieuze tolerantie die veel heeft betekend voor Amsterdam.”

Maar, zegt Kiers: “Ik vind het ook belangrijk om ruimte te geven aan andere verhalen.” Volgens de museumdirecteur stelde een deel van de bezoekers daar weleens vragen over. “Was Amsterdam in de 17e eeuw alleen opgebouwd uit rijke mensen? En woonden er niet ook mensen van kleur? We proberen daar nu invulling aan te geven en daar past de term 17e eeuw beter bij.”

Rijksmuseum houdt vast aan term

Het Amsterdamse Rijksmuseum, waar ook veel zalen aan de 17e eeuw zijn gewijd, laat weten dat het de term Gouden Eeuw zal handhaven.

“De naam slaat op een periode in de geschiedenis van grote welvaart”, zegt directeur Taco Dibbits tegen de NOS. “Dat neemt niet weg dat wij de schaduwzijde hiervan erkennen. Het Rijksmuseum benadert de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven. Zo openen we volgend jaar een tentoonstelling over slavernij.”

Jurjen Hoekstra @jurjenhoekstra

De grote Nederlandse denker Lange Frans had in 2005 al scherpe kritiek op de term “Gouden Eeuw”.

Jazie Veldhuyzen @JazieAnthony

Goed nieuws van het @AmsterdamMuseum. Ze zijn goed bezig daar. Kijken de andere musea mee?! https://t.co/dFjONcQYfO

Eerder dit jaar was er ook al aandacht voor de schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis. Toen maakte minister Van Engelshoven bekend dat ze de Canon van Nederland laat aanpassen, het overzicht van de nationale geschiedenis.

De Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy gaat de evaluatie van de canon leiden. Naar verwachting is de nieuwe versie in het voorjaar van 2020 klaar.

Bekijk ook;

Musea blijven Gouden Eeuw gebruiken: ‘Geschiedenis nooit vanuit één dominante groep belichten’

OmroepWest 13.09.2019 Musea in de regio lijken hun ‘Gouden Eeuw’ exposities niet aan te passen. ‘Ik vind het een goede discussie, maar om de term ‘Gouden Eeuw’ nu besmet te verklaren vind ik overpolitiek correct’, zegt waarnemend directeur Tjeerd Vrij van het Haags Historisch Museum.

De discussie werd donderdag aangezwengeld door het Amsterdam Museum dat de term ‘Gouden Eeuw’ heeft geschrapt. Reden is dat die periode slechts goud was voor een klein deel van de samenleving. In de 17e eeuw was er niet enkel weelde, vrijheid en rijkdom. Oorlog, armoede, dwangarbeid en mensenhandel waren ook aan orde van de dag. Geen Gouden Eeuw meer dus voor dat museum.

Museum De Lakenhal in Leiden gebruikt de term Gouden Eeuw alleen bij kunstexposities. De term komt volgens het museum uit een boek van Conrad Busken Huet en gaat vooral over de belangrijke periode in de Nederlandse schilderkunst. De term wordt niet gebruikt voor de 17e eeuw als geheel. Dat is een bewuste keuze, juist omdat er maatschappelijk veel mis was. Dat is bijvoorbeeld te zien als het museum de Leidse textielgeschiedenis belicht.

Nooit één dominante groep

In het Haags Historisch Museum is nu de expositie ‘Glans, glorie en misère De Gouden Eeuw in Den Haag’ te bezoeken. De titel wordt niet aangepast. ‘Het gaat erom dat je geschiedenis nooit vanuit één dominante groep moet belichten’, zegt de waarnemend directeur.

Hij noemt zijn museum een voorloper op de discussie over ‘inclusiviteit’ die nu gevoerd wordt. ‘Denk aan onze expositie over de Afrikaanse bedienden van het hof. Niemand keek ooit naar deze mensen, wij hebben ze een podium gegeven. We hebben zelfs nazaten opgespoord.’ Dat is de taak van een museum, zegt hij.

Kunstwerk met contrasten

Delft staat een jaar lang in het teken van De Gouden Eeuw. In het kader daarvan zijn er allerlei activiteiten. De organisatie gaat ook hier de naam niet aanpassen. ‘Toen we met de voorbereidingen begonnen hebben tegen iedereen gezegd: ‘Het was niet alleen maar goud, hou daar rekening mee’. En dat hebben ze zeker gedaan’, zegt een woordvoerder.

Als voorbeeld noemt ze een groot kunstwerk van de Haagse kunstenares Nynke Koster. Zij werkt aan een kunstwerk waarin de contrasten uit de 17e eeuw naar voren komen. Een groep kinderen werkte eerder dit jaar aan een theatervoorstelling over de Gouden Eeuw met de titel ‘Gouden Handjes, Zwarte Handjes’. Ze bestudeerden rijkdom en slavenhandel, en vroegen zich ook af hoe het nu gesteld is met slavernij. De benaming van het jaar wordt dan ook niet aangepast.

Meer over dit onderwerp: GOUDEN EEUW MUSEA GESCHIEDENIS

Amsterdams museum doet ’Gouden Eeuw’ in de ban

Telegraaf 13.09.2019 Het Amsterdam Museum gebruikt de term Gouden Eeuw niet meer omdat die de lading niet zou dekken. De komende tijd verandert het museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. ’Hollanders van de Gouden Eeuw’ mag niet meer. In plaats daarvan wordt de naam van de tentoonstelling ’Groepsportretten van de zeventiende eeuw’.

Volgens Tom van der Molen, conservator van het museum, is de term Gouden Eeuw gekoppeld aan nationale trots en worden „de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel” genegeerd. In een verklaring stelt het museum afstand te doen van de term ‘Gouden Eeuw’ „om andere perspectieven op die tijd mogelijk te maken.”

’Geschiedenis herschrijven’

Kamerleden reageren geprikkeld. VVD-Kamerlid El Yassini stelt dat het Amsterdam Museum in zijn poging tot inclusiviteit compleet ’de weg is kwijt geraakt’. „Eerst moesten de straatnaambordjes weg, toen de standbeelden en nu de hele Gouden Eeuw? Het is nogal laf om onze geschiedenis te willen herschrijven.”

Ook CDA’er Rog walgt ervan. „Deze naamswijziging is een hypercorrect idee van de Amsterdamse elite en eigenlijk te belachelijk voor woorden. Het verleden uitgummen is onzin. Leg gewoon uit dat de Gouden Eeuw ook negatieve kanten had. Daar is niets mis mee. Net als een beetje nationale trots. Ook niets mis mee.”

Het voornemen van het museum stuit ook op sociale media op verzet. Zo stellen verschillende twitteraars dat een naamswijziging de geschiedenis geen haar verandert.

Forum

Op 29 september 2019 is er een symposium over welke verhalen er over de zeventiende eeuw – de tijd dat Nederland economisch en militair een wereldmacht was en internationaal meetelde in de handel – zouden moeten worden verteld, door wie en hoe.

Schutterstukken van het Amsterdam Museum gaan door het dak van de Hermitage tijdens de verhuizing van een aantal groepsportretten uit de zeventiende eeuw voor de tentoonstelling ‘Hollanders van de Gouden Eeuw’. © Amsterdam Museum

Amsterdam Museum doet term ‘Gouden Eeuw’ in de ban

AD 13.09.2019 Het Amsterdam Museum gebruikt de term ‘Gouden Eeuw’ niet meer omdat die de lading niet dekt. De komende tijd gaat het museum de aanduiding verwijderen van alle uitingen en op alle locaties waar de collectie wordt getoond.

Zo verandert het Amsterdam Museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. Hollanders van de Gouden Eeuw wordt dan Groepsportretten van de zeventiende eeuw.

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Volgens Tom van der Molen, conservator van het museum, is de term ‘Gouden Eeuw gekoppeld aan nationale trots en worden ,,de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel’’ genegeerd.

Het Amsterdam Museum geeft aan dat het een plek wil zijn die voor iedereen relevant is en waar alle mensen zich welkom voelen. ,,Daarom geeft het Amsterdam Museum ruimte aan mensen en verhalen die nog niet of onvoldoende gehoord worden.’’

Andere kanten

Minister Ingrid van Engelshoven vindt het goed om alle kanten van de Nederlandse geschiedenis te belichten, maar de geschiedenis kan niet worden herschreven. De minister lijkt weinig te voelen voor het veranderen van de naam, maar onthoudt zich van een ferm oordeel. ,,Ik vind niet dat de minister van Cultuur zich moet bemoeien met hoe een museum iets benoemt”, aldus Van Engelshoven. Ze vindt het wel goed dat ook de “andere kanten van de Gouden Eeuw” worden beschreven.

Op 29 september is er een symposium over welke verhalen er over de zeventiende eeuw – de tijd dat Nederland economisch en militair een wereldmacht was en internationaal meetelde in de handel – zouden moeten worden verteld, door wie en hoe.

Amsterdam Museum doet term ‘Gouden Eeuw’ in de ban

NU 13.09.2019 Het Amsterdam Museum gebruikt de term ‘Gouden Eeuw’ niet meer omdat die de lading niet dekt. De komende tijd verandert het museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. Hollanders van de Gouden Eeuw wordt dan Groepsportretten van de zeventiende eeuw.

Volgens Tom van der Molen, conservator van het museum, is de term Gouden Eeuw gekoppeld aan nationale trots en worden “de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel” genegeerd.

Het Amsterdam Museum zegt dat het een plek wil zijn die voor iedereen relevant is en waar alle mensen zich welkom voelen. “Daarom geeft het Amsterdam Museum ruimte aan mensen en verhalen die nog niet of onvoldoende gehoord worden.”

Op 29 september is er een symposium over welke verhalen er over de zeventiende eeuw – de tijd dat Nederland economisch en militair een wereldmacht was en internationaal meetelde in de handel – zouden moeten worden verteld, door wie en hoe.

Lees meer over: Amsterdam  Media  Amsterdam Museum

Amsterdam Museum doet ‘Gouden Eeuw’ in de ban

RTL 12.09.2019 Het Amsterdam Museum gebruikt de term Gouden Eeuw niet meer. Volgens conservator Tom van der Molen worden door het gebruik van de term ‘de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel’ genegeerd.

De komende tijd verandert het museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. Hollanders van de Gouden Eeuw wordt dan Groepsportretten van de zeventiende eeuw.

Lees ook:

Nederland worstelt met zijn koloniale verleden

“De term ‘Gouden Eeuw’ is sterk gekoppeld aan nationale trots, maar dat dekt de lading van de historische werkelijkheid in deze periode niet”, schrijft het museum op de website.

Het Amsterdam Museum geeft aan dat het een plek wil zijn die voor iedereen relevant is en waar alle mensen zich welkom voelen. “Dat is een proces waar het museum samen met mensen uit de stad al jaren mee bezig is. Het Amsterdam Museum geeft ruimte aan mensen en verhalen die nog niet of onvoldoende gehoord worden.”

Geschiedenis heroverwogen

Nederland worstelt vaker met zijn koloniale verleden. Zo werd vorig jaar een borstbeeld van Johan Maurits van Nassau weggehaald uit het Mauritshuis in Den Haag en veranderde de Amsterdamse J.P. Coenschool zijn naam. Steeds vaker wordt de geschiedenis heroverwogen, zei historicus Dienke Hondius van de Vrije Universiteit toen tegen RTL Nieuws.

Lees ook:

Geen Amerikaanse toestanden in Nederland, wel omstreden standbeelden

RTL Nieuws; Slavernij

Amsterdams museum doet ’Gouden Eeuw’ in de ban

Telegraaf 12.09.2019 Het Amsterdam Museum gebruikt de term Gouden Eeuw niet meer omdat die de lading niet zou dekken. De komende tijd verandert het museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. ’Hollanders van de Gouden Eeuw’ mag niet meer. In plaats daarvan wordt de naam van de tentoonstelling ’Groepsportretten van de zeventiende eeuw’.

Volgens Tom van der Molen, conservator van het museum, is de term Gouden Eeuw gekoppeld aan nationale trots en worden „de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel” genegeerd. In een verklaring stelt het museum afstand te doen van de term ‘Gouden Eeuw’ „om andere perspectieven op die tijd mogelijk te maken.”

Het Amsterdam Museum wil niemand voor het hoofd stoten. „Daarom geeft het Amsterdam Museum ruimte aan mensen en verhalen die nog niet of onvoldoende gehoord worden.”

’Geschiedenis herschrijven’

Kamerleden reageren geprikkeld. VVD-Kamerlid El Yassini stelt dat het Amsterdam Museum in zijn poging tot inclusiviteit compleet ’de weg is kwijt geraakt’. „Eerst moesten de straatnaambordjes weg, toen de standbeelden en nu de hele Gouden Eeuw? Het is nogal laf om onze geschiedenis te willen herschrijven.”

Ook CDA’er Rog walgt ervan. „Deze naamswijziging is een hypercorrect idee van de Amsterdamse elite en eigenlijk te belachelijk voor woorden. Het verleden uitgummen is onzin. Leg gewoon uit dat de Gouden Eeuw ook negatieve kanten had. Daar is niets mis mee. Net als een beetje nationale trots. Ook niets mis mee.”

 Josephien Sierag @josephiensierag

#GoudenEeuw mag geen
Gouden Eeuw meer heten #dwdd Door dat deel
van onze geschiedenis anders te noemen verander je niet de geschiedenis zelf.
Laten we gewoon aanvaarden dat er minder mooie periodes zijn en benoem wat er
toen gebeurd is op een eerlijke manier. 7:38 PM – Sep 12, 2019 · Amstelveen, Nederland

See Josephien Sierag ’s other Tweets 

 M.Dentz @marijkedentz

Verdorie, weet ik wat de Gouden Eeuw is, gaan we er weer een andere naam aan geven? Doen ze dat in buitenlanden ook met hun geschiedenis? #dtv #dwdd See M.Dentz’s other Tweets

Het voornemen van het museum stuit ook op sociale media op verzet. Zo stellen verschillende twitteraars dat een naamswijziging de geschiedenis geen haar verandert.

Forum

Op 29 september 2019 is er een symposium over welke verhalen er over de zeventiende eeuw – de tijd dat Nederland economisch en militair een wereldmacht was en internationaal meetelde in de handel – zouden moeten worden verteld, door wie en hoe.

Amsterdam Museum neemt afscheid van ‘Gouden Eeuw’

NOS 12.09.2019 Het Amsterdam Museum doet met onmiddellijke ingang de term ‘Gouden Eeuw’ in de ban. Het museum ziet de stap als een mogelijkheid om “inclusiviteit en andere perspectieven op die tijd mogelijk te maken”, meldt het op zijn website.

De zeventiende eeuw kreeg de bijnaam ‘Gouden Eeuw’ omdat Nederland in deze eeuw een economische en militaire wereldmacht was, zegt conservator Tom van der Molen. “De term negeert negatieve kanten als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel.”

Van der Molen bestrijdt niet dat kunst en met name de schilderkunst in deze periode bloeide, maar dat is voor hem geen reden om de zeventiende eeuw Gouden Eeuw te noemen.

Andere verhalen

De term zou er ook toe bijdragen dat deze eeuw vanuit het perspectief van de toenmalige machthebbers wordt gezien. Door hem niet meer te gebruiken, hoopt het museum ruimte te bieden aan mensen en verhalen “die nog niet gehoord worden”.

De permanente tentoonstelling “Hollanders van de Gouden Eeuw” in Amsterdam-vleugel in de Hermitage heet vanaf vandaag “Groepsportretten van de 17e eeuw”.

Fietstocht door het Haagse Zuiderpark 11.08.2019 augustus 11, 2019

Posted by jandewandelaar in den haag, escamp, museum, Openlucht museum, zuiderpark, Zuiderpark Theater.
Tags: , , , , , , , , , , , , ,
1 comment so far

De betonnen “Kat” van Gra Rueb

Kunst in het Zuiderpark

Het meest onderschatte en minst bekende (openlucht)museum van Den Haag: de beeldencollectie in het Zuiderpark ! Vrijwel elke Hagenaar kent de beeldjes van Ot en Sien. Maar ook de ‘Vrouw en man’ bij de ingang van het Veluweplein zijn zeer zeker bekend.

Vandaag maakte we samen met een bevlogen gids al fietsend op ontspannen wijze kennis met de andere beelden in het park. We lieten ons verrassen door het werk van Gra Rueb, Bram Roth, Rudi Rooijackers, Toby Paterson en Willemien de Bruyn. Kortom, dertig juweeltjes binnen twee uur.

Route

De deelnemers aan deze fietstocht ontvingen na afloop een fraai uitgegeven routebeschrijving met daarin een overzicht en beschrijving van de beelden. Om zo later de route nog eens te fietsen met familie, vrienden en kennissen.

Zie ook: Architectuur in Den Haag: Van Moerwijk tot Berestein

Web. https://www.zuiderparktheater.nl/

e. info@zuiderparktheater.nl

Zie ook: Fietstocht door de Haagse Escamp 07.07.2019

zie ook: Den Haag Zuid West op de schop

zie ook: Instortingsgevaar Wederopbouwflats o.a. Haags stadsdeel Escamp – deel 2

zie ook: Instortingsgevaar Wederopbouwflats o.a. stadsdeel Escamp – deel 1

Terugblik;

Koloniale roofkunst terug naar de rechtmatige eigenaar maart 8, 2019

Posted by jandewandelaar in museum, Nederlands Erfgoedwet, Nigeria, roofkunst.
Tags: , , , , , ,
add a comment

Roofkunst retour naar oorsprong

De Nederlandse musea die de grootste collecties koloniale voorwerpen beheren, hebben nieuwe spelregels opgesteld om geroofde kunst terug te bezorgen.

Als voormalige koloniën een claim indienen, dan mag roofkunst terug naar het land van herkomst. Met dat uitgangspunt heeft het Nationaal Museum van Wereldculturen vandaag een internationale lijst met voorwaarden gepubliceerd om gestolen erfgoed terug bij de rechtmatige eigenaar te krijgen. Volgens critici is het nog maar de vraag of deze spelregels ook resultaat zullen hebben.

Tien Europese musea zaten onlangs in het Museum Volkenkunde in Leiden om tafel met Nigeriaanse autoriteiten. Ze praten over de uitleen van geroofde Nigeriaanse kunstwerken aan een museum in Benin City in Nigeria, dat nog gebouwd wordt, schrijft Trouw.

Nigeria moet onderhandelen met een dozijn musea uit Groot-Brittannië, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Nederland, die nationale wetten hebben om collecties te behouden, niet om ze te terug te geven. Het Museum Volkenkunde werkt wel aan een richtlijn om te ‘ontzamelen’.

Wanneer komt een kunstwerk in aanmerking voor terugkeer?

Als er een claim wordt ingediend, dan zijn dit kort samengevat de criteria die het NMVW hanteert voor goedkeuring:

Als het verkregen is via iemand die het werk op illegale wijze heeft bemachtigd.

– Als het destijds verkregen is op een manier die in strijd was met de toen geldende wetten.

– Als het object grote culturele of maatschappelijke waarde heeft in het land van herkomst.

– Als het zonder toestemming van de eigenaar is afgenomen.

Sinds 2017 doet het Rijksmuseum onderzoek naar tien kunstobjecten uit de koloniale collectie. Bijvoorbeeld naar de diamant van Banjarmasin. Deze edelsteen was van sultan Panembahan Adam van Banjarmasin (Zuid-Borneo). Toen Nederland het sultanaat veroverde in 1859 werd de steen staatsbezit.

Bekijk ook;

Musea onderhandelen in Leiden over roofkunst uit Nigeria

Musea voor volkenkunde willen roofkunst teruggeven

Nigerianen willen kunst terug: ‘Dit zijn onze voorouders, dit is onze cultuur’

Roofkunst terug naar Nigeria: maar alleen in bruikleen en in apart museum

en zie ook: Roofkunst uit Nigeria

De diamant van Banjarmasin is oorlogsbuit uit 19e eeuw en ligt in het Rijksmuseum Rijksmuseum

Rijksmuseum naar Sri Lanka om te praten over teruggeven roofkunst

Directeur Dibbits vindt het schandalig dat Nederland zich er nu pas om bekommert. “Daar is geen excuus voor.”

NOS 12.03.2019 Het Rijksmuseum gaat in gesprek met Sri Lanka en Indonesië over de teruggave van roofkunst. Directeur Taco Dibbits noemt het in Trouw schandalig dat Nederland zich er niet eerder om heeft bekommerd. “We hadden het veel eerder moeten doen. Daar is geen excuus voor.”

Het hoofd van de afdeling Geschiedenis van het Rijksmuseum, Martine Gosselink, reist over twee weken naar Sri Lanka om te praten over de mogelijke teruggave van kunst. “De helft van het verhaal achter die voorwerpen ligt immers niet in Nederland”, zegt Dibbits daarover.

Onder de stukken waar Gosselink over in gesprek gaat is de diamant van Banjarmasin, die een sultan op Borneo ooit in bezit had. Later dit voorjaar reist ze naar Indonesië. Met Sri Lanka gaat ze het gesprek aan over het kanon van Kandy, een van de pronkstukken van het Rijksmuseum.

Gosselink zei afgelopen vrijdag in De Dag, een podcast van de NPO, dat het Rijksmuseum er rekening mee houdt dat het kanon teruggaat naar Sri Lanka. “Ik kan me heel goed voorstellen dat het kanon volledig wordt teruggegeven en dat het echt helemaal niet meer van Nederland is.”

Rijksmuseum gaat praten met Sri Lanka

Martine Gosselink spreekt in De Dag met presentator Elisabeth Steinz over het teruggeven van het kanon van Kandy.

Het Rijksmuseum kan overigens niet alleen bepalen dat het stukken teruggeeft. Ze zijn staatseigendom en daarom moet de minister van Cultuur instemmen.

Vorige week publiceerde het Nationaal Museum van Wereldculturen, een koepelorganisatie van meerdere musea, een leidraad voor teruggave van roofkunst. De koepel beheert de nationale volkenkundige collectie en bezit 375.000 voorwerpen. De koepel zei actief op zoek te willen gaan naar stukken in de collectie die in aanmerking komen voor teruggave.

Bekijk ook;

Grote stap voor teruggave koloniale roofkunst? ‘Eerst zien, dan geloven’

Musea voor volkenkunde willen roofkunst teruggeven

Nigerianen willen kunst terug: ‘Dit zijn onze voorouders, dit is onze cultuur’

De diamant van Banjarmasin, ooit van sultan Panembahan Adam van Banjarmasin (Zuid-Borneo). Nadat Nederland het sultanaat in 1859 met geweld had ingelijfd, werd de diamant tot Nederlands staatsbezit verklaard. © Rijksmuseum

Rijksmuseum gaat met Indonesië en Sri Lanka in gesprek over roofkunst

AD 12.03.2019 Het Amsterdamse Rijksmuseum gaat gesprekken voeren met Sri Lanka en Indonesië over de mogelijke teruggave van objecten uit de collectie die misschien als roofkunst verworven zijn.

Dat zegt directeur Taco Dibbits in dagblad Trouw. De gesprekken met de landen gaan onder meer over de teruggave van een met zilver en robijnen versierd bronzen kanon dat Nederland in 1765 buit maakte en de zogenoemde diamant van Banjarmasin, die Nederland in 1859 inlijfde.

,,Martine Gosselink, hoofd van de afdeling Geschiedenis, vertrekt over twee weken zelf naar Sri Lanka om daar te praten met wetenschappers over mogelijke teruggave van objecten uit onze collectie. De helft van het verhaal achter die voorwerpen ligt immers niet in Nederland”, aldus Dibbits.

Het Rijksmuseum reageert daarmee op een publicatie, vorige week, van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMWG). Deze koepel, een samenvoeging van het Tropenmuseum in Amsterdam, Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Nijmegen, publiceerde richtlijnen voor de beoordeling van claims uit de eigen collectie ten aanzien van voorwerpen die in de koloniën zijn verworven.

Objecten waarvan de oorspronkelijke eigenaar ,,niet vrijwillig afstand heeft gedaan” komen in aanmerking voor teruggaven, zo werd bepaald. Ook objecten die een grote culturele of maatschappelijke waarde hebben in het land van herkomst, komen in aanmerking voor teruggave aan die natie.
Het Rijksmuseum behoort niet tot de koepel, maar Dibbits noemt de leidraad wel ,,een goede eerste stap”.

,,Het is schandalig dat Nederland zich nu pas met teruggave van koloniaal erfgoed bezighoudt. We hadden het veel eerder moeten doen, daar is geen excuus voor’’, zegt hij in de krant.

De diamant van Banjarmasin is oorlogsbuit uit 19e eeuw en ligt in het Rijksmuseum Rijksmuseum

Grote stap voor teruggave koloniale roofkunst? ‘Eerst zien, dan geloven’

De afgelopen 14 jaar zijn er 2 koloniale roofkunstwerken teruggekeerd uit Nederlandse musea. Drie musea willen er nu actief werk van maken.

NOS 07.03.2019 Als voormalige koloniën een claim indienen, dan mag roofkunst terug naar het land van herkomst. Met dat uitgangspunt heeft het Nationaal Museum van Wereldculturen vandaag een internationale lijst met voorwaarden gepubliceerd om gestolen erfgoed terug bij de rechtmatige eigenaar te krijgen. Volgens critici is het nog maar de vraag of deze spelregels ook resultaat zullen hebben.

Want de afgelopen jaren is de lijst van teruggekeerde roofkunst kort. In veertien jaar tijd zijn er welgeteld twee kunstwerken uit Nederlandse musea ‘teruggegeven’, laat het ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op verzoek van de NOS weten.

Ter vergelijking: de helft van zo’n 375.000 kunstobjecten uit de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen is verbonden met het koloniale verleden. Het NMVW is een fusie van het Tropenmuseum, Afrika Museum en Museum Volkenkunde. Hoeveel van deze objecten als roofkunst kunnen worden bestempeld, is nog onduidelijk.

Het NMVW gaat zelf verdachte onderdelen van hun collectie onderzoeken:

Video afspelen

‘Het is belangrijk om te kijken naar objecten waarvan je iets vermoedt’

Met de gepubliceerde lijst van voorwaarden voor teruggaveclaims hoopt het museum het voortouw te nemen. Een goed initiatief, maar met de nodige beperkingen, vindt onderzoeker van koloniale collecties Jos van Beurden (verbonden aan de Vrije Universiteit).

“Hier lijkt het een sprong voorwaarts, maar in Afrika en Azië zegt men: eerst zien dan geloven. Het zijn richtlijnen, geen harde wetten en zo gaan musea er dus ook mee om.”

Wanneer komt een kunstwerk in aanmerking voor terugkeer?

Als er een claim wordt ingediend, dan zijn dit kort samengevat de criteria die het NMVW hanteert voor goedkeuring:

Als het verkregen is via iemand die het werk op illegale wijze heeft bemachtigd.

– Als het destijds verkregen is op een manier die in strijd was met de toen geldende wetten.

– Als het object grote culturele of maatschappelijke waarde heeft in het land van herkomst.

– Als het zonder toestemming van de eigenaar is afgenomen.

De bewijslast voor deze criteria is volgens de directeur van NMVW “laag”. Maar volgens Van Beurden begint het probleem al bij het indienen van claims. “Wij weten niet eens wat jullie in huis hebben, zei de Rwandese directeur-generaal van cultuur laatst tegen me. Hoe kunnen we dan een claim indienen?”

Nazi-roofkunst

Van Beurden maakt een vergelijking met nazi-roofkunst. Volgens hem hebben Europese musea daar veel actiever achteraan gezeten. “Toen hebben alle musea in hun archief gekeken naar kunst met een luchtje en daarna de eigenaar opgespoord. Nu hebben we een raamwerk waarmee landen een claim kunnen indienen. Dat is een enorm verschil, terwijl het zijn allebei voorbeelden zijn van historisch onrecht.”

De onderzoeker benadrukt dat niet alle musea met koloniale roofkunst meedoen aan het initiatief van het NMVW. Zo ook het Rijksmuseum. Dat museum zegt dat er gesprekken zijn met NMVW en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) om samen de gemeenschappelijke collectie uit te pluizen.

Het zou naïef zijn om te denken dat je het gewoon over de schutting kunt gooien: hier heb je het terug, aldus Martine Gosselink, hoofd afdeling geschiedenis Rijksmuseum.

Sinds 2017 doet het Rijksmuseum onderzoek naar tien kunstobjecten uit de koloniale collectie. Bijvoorbeeld naar de diamant van Banjarmasin. Deze edelsteen was van sultan Panembahan Adam van Banjarmasin (Zuid-Borneo). Toen Nederland het sultanaat veroverde in 1859 werd de steen staatsbezit.

Maar volgens Martine Gosselink, hoofd van de afdeling geschiedenis, is het niet zo simpel om zo’n kunstwerk zomaar terug te sturen. “Geef je het aan de nazaten van de sultan, aan het eiland Borneo of aan het nationaal kunstmuseum in Jakarta? Het zou naïef zijn om te denken dat je het gewoon over de schutting kunt gooien: hier heb je het terug.”

En dan is dit een geval waarin duidelijk is wie de oorspronkelijke eigenaar was en hoe het in Nederland terecht is gekomen. Volgens Gosselink is het belangrijk om zorgvuldig uit te zoeken hoe de vork precies in de steel zit, en dat kost tijd.

Van Beurden denkt dat de bedoelingen van het Rijksmuseum en de andere musea goed zijn, maar dat het de voormalige koloniën in de praktijk nog niets oplevert. “Als je veel kunst bent kwijtgeraakt dan heb je er alleen wat aan als je ook wat terugkrijgt. De rest is praten.”

Bekijk ook;

Musea voor volkenkunde willen roofkunst teruggeven

Nigerianen willen kunst terug: ‘Dit zijn onze voorouders, dit is onze cultuur’

Roofkunst terug naar Nigeria: maar alleen in bruikleen en in apart museum

Musea gaan koloniale roofkunst ‘ruimhartig’ teruggeven

AD 07.03.2019 De Nederlandse musea die de grootste collecties koloniale voorwerpen beheren, hebben nieuwe spelregels opgesteld om geroofde kunst terug te bezorgen. De musea wachten claims niet af, maar gaan ook zelf op zoek naar objecten met een dubieus verleden. Vier vragen over over die kentering aan Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW) met vestigingen in Berg en Dal, Leiden en Amsterdam.

  1. Vanwaar de nieuwe spelregels?
    Het Tropenmuseum in Amsterdam, het Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Nijmegen (die samen het NMVW vormen) en het Wereldmuseum in Rotterdam willen hun verantwoordelijkheid nemen, zegt Schoonderwoerd. ,,We weten dat een groot deel van onze collecties uit de koloniale tijd stammen. Het koloniale systeem was verwerpelijk, met grote machtsverschillen en onrecht. Het is zeker dat wij ook objecten beheren waarvan de oorspronkelijke eigenaar niet uit eigen beweging afstand heeft gedaan. Net zoals bij geroofde kunst in de Tweede Wereldoorlog. Ook in andere voormalige koloniale machten, zoals Frankrijk en Engeland, zie je daar nu discussie over ontstaan.’’
  2. Wat betekent dat voor jullie collecties?
    ,,Dat is nog onmogelijk in te schatten, daar is dit onderzoek voor nodig. Maar we zijn zeker niet bang dat we halflege musea overhouden. We beheren ontzettend veel; zo’n 375.000 voorwerpen. Maximaal 5 procent staat uitgestald, de rest ligt in depots. Zeker de helft heeft geen koloniale herkomst, en lang niet alle koloniale voorwerpen zijn geroofd. In vierhonderd jaar koloniale relaties zijn objecten op allerlei manieren van eigenaar veranderd: door handel, geschenken aan vrienden. Je kunt niet alles over één kam scheren.’’
  3. Controleren jullie ook of bijvoorbeeld de Benin-bronzen, zo’n 3.000 door het Britse leger geroofde beelden die Nigeria terug wil, straks niet voor veel geld bij Sotheby’s worden verpatst? 
    ,,Nee, wij stellen geen eisen aan de manier waarop de teruggeven objecten worden beheerd. Als aannemelijk is gemaakt dat ze destijds niet vrijwillig zijn afgestaan, is het niet meer aan ons om te bepalen wat er vervolgens mee gebeurt. Dus ja, ze kunnen op een veiling belanden. Net als met sommige roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog is gebeurd.’’

Het Tropenmuseum in Amsterdam © ANP

  1. Hoe nu verder? Stromen de claims al binnen?
    ,,Nog niet. Dat is ook geen kwestie van een simpel briefje sturen, waarna wij per kerende post de objecten terugsturen. Claims moeten zorgvuldig worden onderbouwd. Wij gaan serieus aan de bak om de herkomst vast te stellen, samen met het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) dat onderzoek doet naar ons koloniale verleden. Een commissie van externe deskundigen controleert ons oordeel. Ja, dat gaat veel tijd kosten, maar claims kunnen niet verjaren. Uiteindelijk moet de minister over teruggave beslissen, want onze collecties zijn eigendom van de staat. Met uitzondering van die van het Wereldmuseum: die zijn gemeente-eigendom, dus daarover beslist het college van B&W van Rotterdam. Hopelijk leidt onze aanpak tot een werkwijze die voor de hele museumsector gaat gelden. Want ook bijvoorbeeld natuurhistorische en militaire musea hebben objecten uit voormalige kolonies verzameld.’’

Museum Volkenkunde geeft roofkunst terug aan rechtmatige eigenaar

OmroepWest 07.03.2019 Museum Volkenkunde in Leiden wil roofkunst uit collectie teruggeven aan de rechtmatige eigenaar. Het museum gaat samen met het Amsterdamse Tropenmusea en het Afrika-museum in Berg en Dal actief op zoek naar objecten in de collectie die voor teruggave in aanmerking komen.

‘We weten dat een deel van onze collectie verworven is in de koloniale periode, een periode van grote machtsverschillen en onrecht’, zegt Stijn Schoonderwoerd, directeur van het NMVW (samenwerkingsverband van de drie musea).

Hij vervolgt: ‘Als we vandaag de dag op basis van internationale verdragen zeggen dat uit Syrië gestolen objecten niet in onze collectie thuishoren, waarom zou dat principe dan niet gelden voor objecten die 100 jaar geleden zijn geroofd?’

Nederlands Erfgoedwet

Het gaat om museumstukken waarvan de oorspronkelijke eigenaar ze niet vrijwillig heeft afgestaan. Maar niet alleen roofkunst komt in aanmerking voor teruggave. Ook objecten die een grote culturele of maatschappelijke waarde hebben in het land van herkomst kunnen eventueel terug naar hun geboortegrond.

Schoonderwoerd vervolgt: ‘In de Nederlandse Erfgoedwet wordt erkend dat bepaalde objecten onlosmakelijk met ons land verbonden zijn en altijd behouden moeten blijven voor Nederland. Evenzo kunnen er nu objecten in onze depots liggen waarvan een ander land zegt: die zijn voor ons nationale bewustzijn of ons culturele leven ontzettend belangrijk.’

LEES OOK: Nieuw topstuk in Museum Volkenkunde trekt op eerste dag veel publiek

Meer over dit onderwerp: VOLKENKUNDE LEIDEN MUSEUM KUNST CULTUUR

Gaan Nederlandse musea koloniale kunst teruggeven?

AD 07.03.2019 Het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW) komt donderdag met richtlijnen voor de beoordeling van claims op stukken uit de eigen collecties, met name voorwerpen die in koloniën zijn verworven. Het Nationaal Museum is een samenvoeging van het Tropenmuseum in Amsterdam, Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Nijmegen.

Objecten waarvan de oorspronkelijke eigenaar ,,niet vrijwillig afstand heeft gedaan”, komen in aanmerking voor teruggave, staat op de website van het Tropenmuseum. Maar ook objecten die een grote culturele of maatschappelijke waarde hebben in het land van herkomst, kunnen aan die natie worden teruggegeven.
Nadat een externe commissie de herkomst van een stuk is nagegaan en de argumentatie voor of tegen de claim heeft bestudeerd, brengt dit nog te benoemen college advies uit aan de cultuurminister, die moet beslissen.

Mozaiek-kunstenaar Willem Berkhout wil de kas uit december 13, 2018

Posted by jandewandelaar in museum, Willem Berkhout.
Tags: , , ,
add a comment

Mozaiek-kunstenaar uit Schipluiden zoekt expositieruimte

OmroepWest 12.12.2018 Het is misschien wel het best bewaarde geheim van Midden-Delfland: de beeldenkas van tuinder en kunstenaar Willem Berkhout uit Schipluiden. Hij kweekt potplanten, maar heeft een deel van zijn kas omgetoverd tot expositieruimte. En nu is zijn museum te klein geworden, dus zoekt hij een betere plek voor zijn kunst.

Berkhout maakt al zeventien jaar betonnen fantasiefiguren die hij belegt met mozaïek. Ruim 200 zijn het er inmiddels. Het 200ste beeld was er een van Jezus met een kruis onder zijn arm. ‘Als je daar naast gaat staan dan helpt hij je met het dragen van jouw kruis.’

De mensfiguren maakt Berkhout eerst van beton. Dan schuurt hij ze in de vorm die hij hebben wil en dan begint het plakken. De tegels waarvan hij het mozaïek maakt, zijn opgeslagen in de kas. ‘Hele stapels liggen er.’ De mozaïekstukjes worden zorgvuldig gesneden met een tegelsnijder. Het is geen kwestie van zomaar tegels stuk slaan. ‘Nee, dat versplintert te erg. Dan kan je er niks meer mee.’

Feministen en oergoden

De kunstenaar noemt het mozaïeken een verslaving. ‘Ik heb ideeën voor nog wel 200 beelden, dus ik ben gedoemd om beelden te maken’, grapt hij. Een rondleiding door de kas voert onder andere langs een mars van feministen, een zitbankje, een cirkel van Westlandse barvrouwen met een meter bier, champagne uit een gieter of rum en cola uit de borsten, en de goden van de oer-Gaag.

‘Toen ik jong was moest ik altijd spitten van mijn vader’, vertelt Berkhout. ‘En zo vond ik ooit een rieten kistje met daarin kleiplakkaten met de beeltenissen van de goden die de oermensen hier vroeger hadden. Dat kistje is natuurlijk vergaan, maar de goden heb ik onthouden. De god van de regenboogmensen, de god van de leeghoofden. Vind ik leuk, dat soort verhalen.’ Een beeldengroep verbeeldt vijf veteranen in roestige stalen rolstoelen. ‘Deze maakt meestal de meeste indruk’, aldus Berkhout. ‘Het viel me op bij Veterenanendag op tv dat daar geen invalide veteranen te zien waren. Dus ik dacht die ga ik maken.’

Goed voor toerisme

De Schipluidenaar begint uit zijn kas te groeien en daarom zoekt hij een andere ruimte. Een plan om naar Delft te verhuizen is niet doorgegaan. ‘Dat heeft me alleen maar geld gekost.’ Maar dat de kwekerij te klein en te slecht bereikbaar is, dat is duidelijk. ‘Ik zoek een plek waar je met een touringcar kan komen, en waar veel mensen terecht kunnen. Voor het toerisme in Midden-Delfland en Westland zou dat toch goed zijn.’

Zijn droom is een beeldentuin waarin de beeldengroepen verspreid staan. ‘Met daartussen dan straatartiesten, muzikanten, koffietentjes, dus dat er iets gebeurd. Het moet entertainment zijn, geen saai museum.’

Rijksmuseum

Berkhout hoopt dat een ondernemer hem wil helpen. ‘Iemand die verstand heeft van zoiets als dit in de markt te zetten.’ Of hij die hier gaat vinden weet hij niet zeker, want hij vraagt zich wel eens af of hij wel op waarde wordt geschat in de regio. ‘Hier denken ze nog wel eens ‘Oh, die Willem doet iets met poppen’, kunstkenners uit het buitenland vragen zich verbaasd af waarom er niks van mij in het Rijksmuseum staat.’

Meer over dit onderwerp: MOZAIEK SCHIPLUIDEN KUNSTENAAR KAS

Het Anne Frank Huis op 22.11.2018 opnieuw geopend november 23, 2018

Posted by jandewandelaar in anne frank, museum, wo2.
Tags: , , , , , , ,
add a comment

Anne Frankhuis vernieuwd.

Het Anne Frank Huis, dat de afgelopen twee jaar een vernieuwing heeft ondergaan, is gisteren officieel geopend door koning Willem-Alexander.

Vernieuwd Anne Frank Huis geopend door de koning

De make-over, die 11,5 miljoen euro heeft gekost, was nodig omdat jonge bezoekers het verhaal van de jodenvervolging en de vernietigingskampen niet meer goed kennen. ,,Zelfs hun grootouders zijn van na de oorlog’’, zegt algemeen directeur Ronald Leopold.

Aan het Achterhuis, waar de jonge joodse Anne aan haar beroemd geworden dagboek begon, is weinig veranderd, legt Leopold uit. Maar de opzet van het museum is wel veranderd.

Vernieuwd Anne Frank Huis geopend door de koning

Anne Frank, haar zus en ouders zaten vanaf 1942 verscholen in het Achterhuis, samen met het gezin Van Pels en Fritz Pfeffer. In augustus 1944 worden ze verraden, gearresteerd door de Duitse bezetters en naar het oosten gedeporteerd. Alleen Annes vader Otto Frank overleefde de Tweede Wereldoorlog.

Een nieuw deel in het museum is een expositie over de jaren voor de oorlog. Ronald Leopold, directeur van de Anne Frank Stichting, legt uit waarom die context is toegevoegd:

Het vernieuwde museum geeft meer context rondom Annes leven

Bekijk ook;

Koning Willem-Alexander kreeg een reproductie van een ansichtkaart die in de kamer van Anne Frank hangt in het Achterhuis. © ANP

Bij de opening van het vernieuwde museum door Koning Willem- Alexander waren vanochtend enkele bekenden van het beroemde Joodse meisje, onder wie haar toenmalige beste vriendin Jacqueline van Maarsen, haar klasgenoot Albert Gomes de Mesquita en stiefzus Eva Schloss.

Na het officiële programma kreeg de koning een rondleiding door het Amsterdamse museum. Op de vraag of hij nog een keer langskomt met zijn dochters, antwoordde Willem-Alexander dat hij dat zeker zal doen en dat ze ook al vaker zijn geweest.

Lees ook;

Anne Frank Stichting nieuwe eigenaar woning Anne Frank

Lees meer

Ongeopende brief aan Otto Frank gaat onder de hamer in Amstelveen

Lees meer

Achterhuis Anne Frank nu virtueel te bezoeken

Lees meer

Make-over

De make-over, die 11,5 miljoen euro heeft gekost, was nodig omdat jonge bezoekers het verhaal van de jodenvervolging en de vernietigingskampen niet meer goed kennen. ,,Zelfs hun grootouders zijn van na de oorlog’’, zegt algemeen directeur Ronald Leopold.

Aan het Achterhuis, waar de jonge joodse Anne aan haar beroemd geworden dagboek begon, is weinig veranderd, legt Leopold uit. Maar de opzet van het museum is wel veranderd.

De looproute is chronologisch gemaakt, er wordt meer uitgelegd en – waar het museum aanvankelijk huiverig voor was – er is een audiotour ingevoerd. ,,Daarmee geven we een toelichting zonder de leegte aan te tasten”, zegt Leopold.

De dagboekzaal.

Hij doelt op het ontbreken van meubels in het pand. Die waren geroofd na het wegvoeren van de onderduikers. Na zijn terugkeer in Nederland was het de wens van vader Otto Frank dat de kamers leeg zouden blijven. ,,De leegte geeft aan dat Anne er niet meer is. Maar ook dat Amsterdam een leegte in zich draagt; de stad heeft 70.000 van zijn inwoners verloren.”

Ook de dagboekzaal is vernieuwd en herbergt een onzichtbare hoeveelheid techniek ter bescherming van Anne’s manuscript. Het ligt tentoongesteld in een dubbelwandige vitrine, in een geklimatiseerde en trillingsvrij gemaakte ruimte.

Tijdens de verbouwing bleef het museum open en werden bezoekers soms tijdelijk om ruimtes heen geleid waar werd gewerkt. ,,Het was lastig om open te blijven, zowel voor publiek als medewerkers, maar we zijn trots en opgelucht dat het is gelukt”, aldus zakelijk directeur Garance Reus-Deelder.

Lange rijen

De beruchte lange rijen voor het Anne Frank Huis horen ook tot het verleden, dankzij een systeem van kaartjes met een tijdslot die alleen online kunnen worden gekocht. Per kwartier kunnen zo tachtig à negentig bezoekers naar binnen.

Het museum trekt ruim 1,2 miljoen bezoekers per jaar. De nieuwe verplichte garderobe in de entreehal zorgt dat ze niet meer met hun tassen en natte jassen door de smalle gangen en trappen van het museum kunnen.

Lees verder: Anne Frank Huis vernieuwd: verse verhalen uit het Achterhuis

De Koning kreeg een rondleiding door het museum. © ANP

De boekenkast waarachter de familie Frank zich schuil hield.

De trappen

Een deel van de tentoonstelling

zie ook: Meer over het dagboek van Anne Frank

zie ook: Theatervoorstelling De musical over het leven van Anne Frank  

zie ook: Anne Frank Tentoonstelling in het Achterhuis

zie ook: De Anne Frankboom in Amsterdam

zie ook: Spullen Anne Frank naar Joods Museum Frankfurt en meer

zie ook: Monument Anne Frank Memorial Park Israel

zie ook: Anne Frank-museum naast moskee op Ground Zero   

zie ook: Hitler + Anne Frank = Kunst ?

zie ook: Twee nominaties voor Het Achterhuis Online

‘Kennis over Anne Frank neemt af’

Telegraaf 22.11.2018 Het vernieuwde Anne Frank Huis wordt vandaag geopend. Bezoekers krijgen vanaf nu veel meer te weten over het leven van de onderduikers.

Koning Willem-Alexander opende het Amsterdamse museum vanmorgen samen met een groep jongeren.

Vernieuwd Anne Frank Huis geopend, ‘Achterhuis zelf onveranderd’

NOS 22.11.2018 Na twee jaar werkzaamheden is vandaag het vernieuwde Anne Frank Huis in Amsterdam geopend. “De in- en uitgang zijn omgedraaid”, zegt zakelijk directeur Garance Reus. “Je komt niet meer via de Prinsengracht binnen, maar via de Westermarkt.”

Koning Willem-Alexander opende het museum vanmorgen samen met leden van het jongerenteam van de Anne Frank Stichting. Dat zijn jongeren tussen de 16 en 20 jaar die zich een jaar lang inzetten tegen vooroordelen en discriminatie.

De nieuwe ontvangsthal is de meest in het oog springende verandering. Maar voor de 1,2 miljoen mensen die jaarlijks het museum bezoeken, is er een waarschijnlijk nog belangrijkere aanpassing.

“Voortaan moet iedereen van tevoren online een kaartje kopen met een tijdslot. Je hoeft niet meer in de rij te staan”, zegt Reus. 80 procent van de kaartjes komt twee maanden vantevoren vrij. 20 procent is een dag vantevoren beschikbaar.

We hebben historische context toegevoegd, maar het Achterhuis zelf is onveranderd, aldus Garance Reus, directeur Anne Frank Huis.

Verder is er meer achtergrondinformatie toegevoegd aan het museum. Bijvoorbeeld over het verloop van de oorlog in Amsterdam en de Jodenvervolging in de rest van Europa. De reden hiervoor is dat de meeste museumbezoekers buitenlandse toeristen zijn van onder de 25 jaar.

Ook hangt er meer beeldmateriaal aan de muren. Bijvoorbeeld foto’s van hoe een kamer er vroeger uitzag. “We hebben historische context toegevoegd, maar het Achterhuis zelf is onveranderd”, zegt de directeur.

Anne Frank, haar zus en ouders zaten vanaf 1942 verscholen in het Achterhuis, samen met het gezin Van Pels en Fritz Pfeffer. In augustus 1944 worden ze verraden, gearresteerd door de Duitse bezetters en naar het oosten gedeporteerd. Alleen Annes vader Otto Frank overleefde de Tweede Wereldoorlog.

Een nieuw deel in het museum is een expositie over de jaren voor de oorlog. Ronald Leopold, directeur van de Anne Frank Stichting, legt uit waarom die context is toegevoegd:

Het vernieuwde museum geeft meer context rondom Annes leven

Bekijk ook;

Telegraaf 22.11.2018 „Bezoekers vinden dit het meest memorabele moment, de stap van de vrijheid van het lichte voorhuis naar het onderduikgedeelte in het Achterhuis.” Zakelijk directeur Garance Reus-Deelder van het Anne Frank Huis wijst op de beroemde draaibare boekenkast, die Anne Frank en haar mede-onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog toegang gaf tot het Achterhuis waar ze zich schuilhielden voor de nazi’s.

Het museum heeft de afgelopen twee jaar een vernieuwing ondergaan. Het resultaat werd woensdagavond aan de pers getoond, donderdagochtend wordt het vernieuwde Anne Frank Huis officieel geopend door koning Willem-Alexander. De make-over, die 11,5 miljoen euro heeft gekost, was nodig omdat jonge bezoekers het verhaal van de jodenvervolging en de vernietigingskampen niet meer goed kennen. „Zelfs hun grootouders zijn van na de oorlog”, zegt algemeen directeur Ronald Leopold.

De looproute is chronologisch gemaakt, er wordt meer uitgelegd en – waar het museum aanvankelijk huiverig voor was – er is een audiotour ingevoerd. „Daarmee geven we een toelichting zonder de leegte aan te tasten”, zegt Leopold.

Hij doelt op het ontbreken van meubels in het pand. Die waren geroofd na het wegvoeren van de onderduikers. Na zijn terugkeer in Nederland was het de wens van vader Otto Frank dat de kamers leeg zouden blijven. „De leegte geeft aan dat Anne er niet meer is. Maar ook dat Amsterdam een leegte in zich draagt; de stad heeft 70.000 van zijn inwoners verloren.”

Onzichtbare hoeveelheid techniek

Ook de dagboekzaal is vernieuwd en herbergt een onzichtbare hoeveelheid techniek ter bescherming van Anne’s manuscript. Het ligt tentoongesteld in een dubbelwandige vitrine, in een geklimatiseerde en trillingsvrij gemaakte ruimte.

Tijdens de verbouwing bleef het museum open en werden bezoekers soms tijdelijk om ruimtes heen geleid waar werd gewerkt. „Het was lastig om open te blijven, zowel voor publiek als medewerkers, maar we zijn trots en opgelucht dat het is gelukt”, aldus Reus-Deelder.

De beruchte lange rijen voor het Anne Frank Huis horen ook tot het verleden, dankzij een systeem van kaartjes met een tijdslot die alleen online kunnen worden gekocht. Per kwartier kunnen zo tachtig à negentig bezoekers naar binnen.

Het museum trekt ruim 1,2 miljoen bezoekers per jaar. De nieuwe verplichte garderobe in de entreehal zorgt dat ze niet meer met hun tassen en natte jassen door de smalle gangen en trappen van het museum kunnen.

Zo ziet het vernieuwde Anne Frank Huis eruit

AD 22.11.2018 Het Anne Frank Huis, dat de afgelopen twee jaar een vernieuwing heeft ondergaan, is vanochtend officieel geopend door koning Willem-Alexander.

Koning Willem-Alexander kreeg een reproductie van een ansichtkaart die in de kamer van Anne Frank hangt in het Achterhuis. © ANP

Bij de opening van het vernieuwde museum door Koning Willem- Alexander waren vanochtend enkele bekenden van het beroemde Joodse meisje, onder wie haar toenmalige beste vriendin Jacqueline van Maarsen, haar klasgenoot Albert Gomes de Mesquita en stiefzus Eva Schloss.

Na het officiële programma kreeg de koning een rondleiding door het Amsterdamse museum. Op de vraag of hij nog een keer langskomt met zijn dochters, antwoordde Willem-Alexander dat hij dat zeker zal doen en dat ze ook al vaker zijn geweest.

Lees ook;

Anne Frank Stichting nieuwe eigenaar woning Anne Frank

Lees meer

Ongeopende brief aan Otto Frank gaat onder de hamer in Amstelveen

Lees meer

Achterhuis Anne Frank nu virtueel te bezoeken

Lees meer

Make-over

De make-over, die 11,5 miljoen euro heeft gekost, was nodig omdat jonge bezoekers het verhaal van de jodenvervolging en de vernietigingskampen niet meer goed kennen. ,,Zelfs hun grootouders zijn van na de oorlog’’, zegt algemeen directeur Ronald Leopold.

Aan het Achterhuis, waar de jonge joodse Anne aan haar beroemd geworden dagboek begon, is weinig veranderd, legt Leopold uit. Maar de opzet van het museum is wel veranderd.

De looproute is chronologisch gemaakt, er wordt meer uitgelegd en – waar het museum aanvankelijk huiverig voor was – er is een audiotour ingevoerd. ,,Daarmee geven we een toelichting zonder de leegte aan te tasten”, zegt Leopold.

De dagboekzaal.

Hij doelt op het ontbreken van meubels in het pand. Die waren geroofd na het wegvoeren van de onderduikers. Na zijn terugkeer in Nederland was het de wens van vader Otto Frank dat de kamers leeg zouden blijven. ,,De leegte geeft aan dat Anne er niet meer is. Maar ook dat Amsterdam een leegte in zich draagt; de stad heeft 70.000 van zijn inwoners verloren.”

Ook de dagboekzaal is vernieuwd en herbergt een onzichtbare hoeveelheid techniek ter bescherming van Anne’s manuscript. Het ligt tentoongesteld in een dubbelwandige vitrine, in een geklimatiseerde en trillingsvrij gemaakte ruimte.

Tijdens de verbouwing bleef het museum open en werden bezoekers soms tijdelijk om ruimtes heen geleid waar werd gewerkt. ,,Het was lastig om open te blijven, zowel voor publiek als medewerkers, maar we zijn trots en opgelucht dat het is gelukt”, aldus zakelijk directeur Garance Reus-Deelder.

Lange rijen

De beruchte lange rijen voor het Anne Frank Huis horen ook tot het verleden, dankzij een systeem van kaartjes met een tijdslot die alleen online kunnen worden gekocht. Per kwartier kunnen zo tachtig à negentig bezoekers naar binnen.

Het museum trekt ruim 1,2 miljoen bezoekers per jaar. De nieuwe verplichte garderobe in de entreehal zorgt dat ze niet meer met hun tassen en natte jassen door de smalle gangen en trappen van het museum kunnen.

Lees verder: Anne Frank Huis vernieuwd: verse verhalen uit het Achterhuis

De Koning kreeg een rondleiding door het museum. © ANP

De boekenkast waarachter de familie Frank zich schuil hield.

De trappen

Een deel van de tentoonstelling

 

Teruggevonden Picasso uit de Rotterdamse KunstHal is een publiciteitsstunt november 19, 2018

Posted by jandewandelaar in Kunsthal Rotterdam, museum, pablo Picasso, roofkunst, Tête d’Arlequin.
Tags: , , , , , , , , , , ,
add a comment

Grapje

Het doek werd gevonden door de uit Roemenië afkomstige en in Nederland woonachtige schrijfster Mira Fetuci. Zij publiceerde in 2015 een boek over de brutale roof. Dit boek van Feticu werd onlangs vertaald in het Roemeens. Daarna verscheen ze in de Roemeense media om over haar boek te vertellen. Daarin vertelde ze ook dat ze werkte in de bibliotheek in Den Haag.

AD 21.11.2018

Jounalist Frank Westerman zegt tegen de NOS dat hij wel om de grap kan lachen. “Ik doe liever onbedoeld mee met een kunstproject dan dat ik mij voor het karretje laat spannen van kunstdieven of oplichters. Hij laat weten dat Mira Feticu verontwaardigd is. ‘Het leek een schatkaart’, Feticu ging op jacht naar een Picasso zo zei ze eerder nog !!!

Experts betwijfelden al dat het om de echte Picasso zou gaan. Zo waren er volgens kenner Peter van Beveren zeker 16 verschillen tussen de in Roemenië opgegraven tekening en Picasso’s werk Tête d’Arlequin.

AD 19.11.2018

Kortom, het leek inderdaad te mooi om waar te zijn, de vondst in Roemenië van de in 2012 uit de Kunsthal gestolen Tête d’Arlequin van Pablo Picasso, en dat is het hoogstwaarschijnlijk ook. De vinders van het werk, de Roemeense schrijfster Mira Feticu en de Nederlandse journalist Frank Westerman, zijn het slachtoffer geworden van een publiciteitsstunt van twee Belgische theatermakers, schrijven die laatsten.

Want gisteravond kregen Feticu en Westerman een e-mail met de ontnuchterende boodschap: het kunstwerk is nep, de vondst is een opzetje. Belgische theatermakers hadden hen erin geluisd als publiciteitsstunt voor hun nieuwe theaterstuk True Copy, over namaakkunst.

Het duo liet in deze e-mail aan Feticu en Westerman weten, dat de stunt onderdeel is van hun voorstelling True Copy, die donderdag in Antwerpen in première is gegaan. Ze hebben het ook wereldkundig gemaakt via een tweet. De twee zijn vooralsnog niet bereikbaar voor een toelichting.

De kunstwereld jubelde dit weekeinde: de uit de Kunsthal gestolen Picasso is teruggevonden! Maar nu blijkt dat de vinders, twee Nederlandse journalisten, in een publiciteitsstunt zijn getrapt: ,,Dit is ongelooflijk, ik moet eerst m’n woede controleren.”

Na zes jaar zou Picasso’s Tête d’Arlequin alsnog terugkeren naar Nederland. Het schilderij was zaterdag na een tip teruggevonden in Roemenië. De journalist Frank Westerman en de schrijfster Mira Feticu kregen die anonieme tip, reisden vorige week af naar Boekarest, groeven de tekening op en leverde het zaterdag over aan de Roemeense politie. ,,We wilden niet te lang rondlopen met zo’n schilderij”, zegt Feticu telefonisch vanuit Boekarest tegen deze website.

Wereldnieuws 

De spectaculaire vondst werd al snel wereldnieuws. Kenners twijfelden aan de echtheid van de pasteltekening, en naar nu blijkt terecht. Want gisteravond kregen Feticu en Westerman een e-mail met de ontnuchterende boodschap: het kunstwerk is nep, de vondst is een opzetje. Belgische theatermakers hadden hen erin geluisd als publiciteitsstunt voor hun nieuwe theaterstuk True Copy, over namaakkunst.

Feticu is furieus: ,,Het is een bizar verhaal! Ze willen met ons om tafel om  sorry te zeggen, maar ik weet niet of ik dat kan”, zegt de schrijfster die in 2015 een boek publiceerde over de brutale roof uit de Rotterdamse Kunsthal. ,,Eerst moet ik m’n woede controleren.”

De roof werd eerder in scène gezet voor deze foto. © Marco De Swart Fotografie

In het najaar van 2012 werden in totaal zeven kunstwerken uit de Kunsthal meegenomen. De daders waren Roemenen die de schilderijen meenamen naar hun land. De doeken zijn nooit teruggevonden. Een deel werd verbrand.

Echter, kunstdetective Arthur Brand liet al eerder weten dat mogelijk niet alle meesterwerken die werden ontvreemd uit de Rotterdamse Kunsthal in rook zijn opgegaan. Brand was ook blij met de vondst: ,,Dit is fantastisch nieuws.

Feticu: ,,Ook grappen hebben grenzen. We zijn met z’n tweeën naar Roemenië gevlogen, hebben gegraven naar een kunstwerk, twee nachten niet geslapen, ik heb gehuild, gelachen, uren bij de politie gezeten, het is ongelooflijk. Toen ik hun e-mail las met de melding dat het een stunt was, werd ik woedend.”

De ‘Picasso’ die gisteren in Roemenië werd opgegraven. NOS

Roof

Twee Roemeense mannen stalen in oktober 2012 zeven kunstwerken met een waarde van zo’n 18 miljoen euro uit de Kunsthal. Het gaat om ‘Tête d’Arlequin’ (1971) van Pablo Picasso; ‘La Liseuse en Blanc et Jaune’ (1919) van Henri Matisse; ‘Waterloo Bridge, London’ (1901) en ‘Charing Cross Bridge, London’ (1901) van Claude Monet; ‘Femme devant une fenêtre ouverte, dite la Fiancée’ (1888) van Paul Gauguin; ‘Autoportrait’ (circa 1889 – ‘91) van Meyer de Haan; en ‘Woman with Eyes Closed’ (2002) van Lucian Freud.

De dieven begroeven de kunstwerken in een tuin van een leegstaand huis in Roemenië en later op een begraafplaats. De moeder van een van hen zou de doeken een maand nadien hebben opgegraven en in de oven hebben gegooid. Volgens de kunstdetective Brand zijn er sterke aanwijzingen dat twee of drie werken niet zijn verbrand, maar werden verkocht.

Zie ook: Kunstroof KunstHal Rotterdam

‘Nep-Picasso is geen grap, ze zijn net zo erg als de dieven’

AD 20.11.2018 Na de roof van de eeuw moest dit de vondst van de eeuw worden. Maar het werd de grap van de week. Journalisten Frank Westerman en Mira Feticu gingen naar Boekarest om een gestolen Picasso op te graven, maar het kunstwerk bleek nep, een stunt van Belgische theatermakers. Over een Roemeens Picasso-avontuur met bittere nasmaak. ,,Ik voel me genaaid.’’

Blijdschap, zenuwen, twijfel, frustratie, woede, en ja: ook wel bewondering. Het afgelopen weekeinde was een emotionele achtbaan voor schrijvers/journalisten Frank Westerman en Mira Feticu. ,,En ik hóud helemaal niet van achtbanen’’, zegt Feticu. Hun spectaculaire tocht door Roemenië kreeg zondag een wending die zelfs voor een Netflix-serie te zot zou zijn.

Bedenkers Picasso-stunt wilden nepwerk terug in echte collectie

AD 20.11.2018 Het Belgische theaterduo dat de nagemaakte gestolen Picasso in Roemenië begroef, hoopte dat het werk weer zou worden opgenomen in de oorspronkelijke kunstcollectie. De wijze waarop dat wel of niet zou lukken, is onderdeel van het kunstproject, melden de makers op hun website.

De vondst van de in 2012 gestolen Picasso leidde dit weekeinde tot veel reuring in de kunstwereld. Zou de pasteltekening ter waarde van een kleine 20 miljoen euro gevonden zijn?

Nee, dus. Want zondagavond kreeg het Nederlandse schrijversduo dat de Picasso in Boekarest opgroef, het bericht dat ze erin getuind waren: de nagemaakte pasteltekening was onderdeel van een Belgisch kunstproject over namaakwerk, True Copy. ,,Ik ben woedend, ook grappen hebben grenzen’’, reageerde de Roemeens-Nederlandse schrijfster Mira Feticu.

Echt en nep

De Belgen wilden geen verdere toelichting geven, maar melden nu op hun website dat de stunt onderdeel is van de ‘verhaallijn’ over echt en nep in de kunstwereld. Het doel: de nagemaakte uit de Kunsthal gestolen Picasso zou weer terecht moeten komen in de oorspronkelijke Triton-collectie. ,,We dachten niet dat het makkelijk zou zijn, maar we wilden kijken op welk punt het zou stranden, hoe en met wie.”

Performance

De neptekening is 31 oktober begraven in Boekarest, de Belgen stuurden zes brieven met de tip aan Roemenen en Nederlanders. ,,We hadden niet gedacht dat de Nederlanders zo snel zouden reageren en meteen het vliegtuig zouden pakken.’’
De opzet is geen ‘publiciteitsstunt’ zeggen de makers, maar een onderdeel van een performance. Daarom willen ze ook geen toelichting geven in de media.

‘Geroofde Picasso is publiciteitsstunt van Belgische theatermakers’

NU 18.11.2018 Het in 2012 uit de Rotterdamse Kunsthal gestolen werk Tête d’Arlequin van Pablo Picasso is nog steeds zoek. De tekening die na een tip in Roemenië werd gevonden, en die lijkt op dit werk van Picasso, is een publiciteitsstunt van een Belgisch theatergezelschap.

In 2012 werden zeven schilderijen van onder anderen Claude Monet, Pablo Picasso en Henri Matisse gestolen uit de Rotterdamse Kunsthal. De in Nederland wonende Roemeense schrijver Mira Feticu schreef in 2015 een boek over deze kunstroof. De doeken zijn niet teruggevonden.

De tekening, gevonden door Feticu en de Nederlandse journalist Frank Westerman na een anonieme tip, is overhandigd aan de Roemeense autoriteiten. Experts twijfelden al aan de echtheid van het doek.

De Belgische theatermakers laten in een e-mail aan Feticu en Westerman weten dat ze slachtoffer zijn geworden van hun publiciteitsstunt en dat het niet de bedoeling was dat de twee naar Roemenië zouden afreizen. “Helaas is het anders gegaan en dat spijt ons.”

Westerman zegt tegen de NOS dat hij wel om de grap kan lachen. “Ik doe liever onbedoeld mee met een kunstproject dan dat ik mij voor het karretje laat spannen van kunstdieven of oplichters.” Hij laat weten dat Feticu verontwaardigd is.

Lees meer over: Kunstroof picasso Buitenland

Vondst Kunsthal-Picasso blijkt publiciteitsstunt: ‘ik werd woedend’

AD 18.11.2018 De kunstwereld jubelde dit weekeinde: de uit de Kunsthal gestolen Picasso is teruggevonden! Maar nu blijkt dat de vinders, twee Nederlandse journalisten, in een publiciteitsstunt zijn getrapt: ,,Dit is ongelooflijk, ik moet eerst m’n woede controleren.”

Na zes jaar zou Picasso’s Tête d’Arlequin alsnog terugkeren naar Nederland. Het schilderij was zaterdag na een tip teruggevonden in Roemenië. De journalist Frank Westerman en de schrijfster Mira Feticu kregen die anonieme tip, reisden vorige week af naar Boekarest, groeven de tekening op en leverde het zaterdag over aan de Roemeense politie. ,,We wilden niet te lang rondlopen met zo’n schilderij”, zegt Feticu telefonisch vanuit Boekarest tegen deze website.

Wereldnieuws 

De spectaculaire vondst werd al snel wereldnieuws. Kenners twijfelden aan de echtheid van de pasteltekening, en naar nu blijkt terecht. Want gisteravond kregen Feticu en Westerman een e-mail met de ontnuchterende boodschap: het kunstwerk is nep, de vondst is een opzetje. Belgische theatermakers hadden hen erin geluisd als publiciteitsstunt voor hun nieuwe theaterstuk True Copy, over namaakkunst.

Feticu is furieus: ,,Het is een bizar verhaal! Ze willen met ons om tafel om  sorry te zeggen, maar ik weet niet of ik dat kan”, zegt de schrijfster die in 2015 een boek publiceerde over de brutale roof uit de Rotterdamse Kunsthal. ,,Eerst moet ik m’n woede controleren.”

De roof werd eerder in scène gezet voor deze foto. © Marco De Swart Fotografie

In het najaar van 2012 werden in totaal zeven kunstwerken gestolen uit de Kunsthal. De daders waren Roemenen die de schilderijen meenamen naar hun land. De doeken zijn nooit teruggevonden. Een deel is verbrand.

Feticu: ,,Ook grappen hebben grenzen. We zijn met z’n tweeën naar Roemenië gevlogen, hebben gegraven naar een kunstwerk, twee nachten niet geslapen, ik heb gehuild, gelachen, uren bij de politie gezeten, het is ongelooflijk. Toen ik hun e-mail las met de melding dat het een stunt was, werd ik woedend.”

De ‘Picasso’ die gisteren in Roemenië werd opgegraven. NOS

Belgische theatermakers: gestolen ‘Kunsthal-Picasso’ is publiciteitsstunt

NOS 18.11.2018 Het leek te mooi om waar te zijn, de vondst in Roemenië van de in 2012 uit de Kunsthal gestolen Tête d’Arlequin van Picasso, en dat is het hoogstwaarschijnlijk ook. De vinders van het werk, de Roemeense schrijfster Mira Feticu en de Nederlandse journalist Frank Westerman, zijn het slachtoffer geworden van een publiciteitsstunt van twee Belgische theatermakers, schrijven die laatsten.

Het duo laat in een e-mail aan Feticu en Westerman weten, dat de stunt onderdeel is van hun voorstelling True Copy, die donderdag in Antwerpen in première is gegaan. Ze hebben het ook wereldkundig gemaakt via een tweet. De twee zijn vooralsnog niet bereikbaar voor een toelichting.

BERLIN

@berlin_antwerp

BERLIN brought back Picasso’s ‘Tête d’Arlequin’ in the frame of ‘True Copy’. A new performance on Dutch master forger Geert Jan Jansen which revolves around the inherent question of the value of truth. #truecopy #picasso #têtedarlequin => https://t.co/7LpPSaeSXZ

Experts betwijfelden al dat het om de echte Picasso zou gaan. Zo waren er volgens kenner Peter van Beveren zeker 16 verschillen tussen de in Roemenië opgegraven tekening en Picasso’s werk Tête d’Arlequin.

De voorstelling van de Belgische theatergroep Berlin draait om het leven van de Nederlandse meestervervalser Geert Jan Jansen en de vraag wat de waarde van waarheid is, schrijven theatermakers Yves Degryse en Bart Baele. “Een onderdeel van deze voorstelling hebben we de afgelopen maanden in alle stilte voorbereid. We hadden als doel de Tête d’Arlequin van Picasso terug te brengen.” Wie de vervalsing heeft gemaakt, melden de twee theatermakers niet.

Geert Jan Jansen is een bekende vervalser. Bij een inval op zijn Franse landgoed in 1994 stuitte de politie op 1600 kopieën van werken van grootmeesters als Picasso, Dalí, Appel, Matisse en Hockney. Het merendeel was door Jansen gemaakt. “Vandaag hangen er in musea wereldwijd nog steeds enkele werken waarvan niemand vermoedt dat ze eigenlijk van Geert Jan komen”, schrijft de theatergroep. “Welke waarde heeft de waarheid nog? En is het soms niet verfrissender om mee te kunnen gaan in een briljant vormgegeven leugen?”

De twee zeggen dat ze hun kopie van Picasso’s werk op 31 oktober in Roemenië hebben begraven. Een dag later stuurden ze anonieme brieven met de locatie en instructies naar zes adressen: drie in Roemenië en drie in Nederland.

De in Nederland wonende Feticu kreeg ook zo’n brief. Ze reisde met Westerman naar Roemenië. Gisteren vonden ze een tekening. Wie ze nog meer een brief hebben gestuurd, is niet bekend.

‘Goede grap’

Degryse en Baele schrijven dat het niet de bedoeling was dat Feticu en Westerman naar Roemenië zouden gaan. “Helaas is het anders gegaan en dat spijt ons.” Ze willen de vinders graag op korte termijn ontmoeten.

Westerman zegt tegen de NOS dat hij het een goede grap vindt en er wel om kan lachen. “Ik doe liever onbedoeld mee met een kunstproject dan dat ik mij voor het karretje laat spannen van kunstdieven of oplichters.” Feticu is zeer verbolgen, laat Westerman weten.

Feticu met gevonden werk en een print van het gestolen exemplaar Frank Westerman

Twijfel aan echtheid van ‘opgegraven Picasso’

NOS 18.11.2018 Peter van Beveren gelooft er niet in. Hij vermoedt dat de pasteltekening die schrijfster Mira Feticu vond in Roemenië niet de Picasso is die in 2012 werd gestolen in de Kunsthal.

“Ik ken dit werk van Picasso heel erg goed, heb er waarschijnlijk vaker mee onder mijn arm gelopen dan de kunstrovers”, zegt de oud-curator van de Triton Collectie, waar het werk deel van uitmaakte. “Als ik kijk naar de foto’s van de gevonden tekening, dan heb ik ernstige twijfels aan de echtheid.”

Noot van de redactie: Op zondag 18 november is gebleken dat de vinders van het werk hoogstwaarschijnlijk slachtoffer zijn geworden van een publiciteitsstunt van twee Belgische theatermakers. Dat schrijven die laatsten in een e-mail aan de Roemeense schrijfster Mira Feticu en de Nederlandse journalist Frank Westerman. De theatermakers wilden met de stunt reclame maken voor hun voorstelling. Lees hier meer

“De foto’s zijn niet heel erg goed, en het werk kan natuurlijk helemaal zijn verschimmeld en vernield. Maar zelfs dan zijn er te veel afwijkingen. Van Beveren telt er zeker zestien. “De streepjes, de kleuren, de details het klopt niet. Op basis van wat ik zie, denk ik dat het een vervalsing is. Wel een goede trouwens.”

Vergelijking van het origineel met het in Roemenië gevonden werk ArtStack/Mira Feticu

Feticu kreeg anderhalve week geleden een anonieme brief met aanwijzingen waar ze het werk kon vinden in Roemenië. Samen met collega Frank Westerman reisde ze af naar het dorpje Greci, enigszins sceptisch of ze iets zouden vinden. Tot hun verbazing leidden de instructies naar het plastic pakketje met het kunstwerk.

Kort na de ontdekking van het pakketje deed Feticu haar verhaal tegen verslaggever Nicole le Fever:

Video afspelen

Gestolen Picasso mogelijk gevonden onder boom in Roemenië

Frank Westerman zegt dat de Roemeense politie de zaak heeft heropend naar aanleiding van de vondst. Er wordt onder meer forensisch onderzoek gedaan naar de envelop die Mira Feticu heeft ontvangen en op de vindplaats van de tekening. Ook wordt de tekening onderzocht op sporen.

Met behulp van dna-sporen en vingerafdrukken hoopt de politie de tipgever te achterhalen. Die tipgever zou meer informatie kunnen hebben over de zaak en mogelijk ook over de andere werken die nog zoek zijn, of verbrand.

Verder wijst de politie erop dat de hoofddader en zijn moeder, die als medeplichtige is veroordeeld, in de buurt wonen van de plek waar de tekening is gevonden.

Kunsthal

De Kunsthal is nog niet officieel op de hoogte gesteld van de vondst. Een woordvoerder noemt het “fantastisch nieuws” als het waar is, en “volgt de ontwikkelingen nauwgezet”.

Kunstonderzoeker Arthur Brand zegt dat hij hoopt dat het de echte Picasso is. Hij is specialist in het opsporen van verdwenen kunst en hield zich al eerder bezig met de Kunsthal-roof. Foto’s die Feticu ervan maakte, heeft hij vergeleken met beelden van het verloren schilderij.

“Er zijn een paar afwijkingen te zien,” beaamt hij, “maar dat kan worden veroorzaakt door de lichtinval of de hoek waaronder de foto is genomen.” Hij voegt eraan toe dat het, in het geval van een kopie, een goede kopie is.

Verzekeringsfraude?

Van Beveren, die als kenner ook geregeld door de politie in binnen- en buitenland wordt ingeschakeld bij vervalsingszaken, kan alleen maar speculeren over de vraag waarom iemand zo’n speurtocht heeft willen opzetten. “De reden waarom mensen opeens met een vervalst gestolen kunstwerk op de proppen komen, is om verzekeringsgeld op te strijken. Wie het terugbrengt, krijgt vindersloon.”

De voormalige eigenaar heeft na de roof verzekeringsgeld uitgekeerd gekregen. Daarmee is het gestolen kunstwerk eigendom geworden van de verzekeringsmaatschappij.

Bekijk ook;

Gestolen Kunsthal-Picasso mogelijk gevonden in Roemenië

Curator Peter van Beveren kent het werk door en door. “Ik zie te veel afwijkingen. De streepjes, de kleuren, de details het klopt niet.”

Fragment van Tête d’Arlequin Ⓒ PICASSO

’Oud-curator twijfelt aan echtheid tekening Picasso’

Telegraaf 18.11.2018 Oud-curator Peter van Beveren vermoedt dat de pasteltekening die schrijfster Mira Feticu vond in Roemenië niet de Picasso is die in 2012 werd gestolen in de Kunsthal.

„Ik ken dit werk van Picasso heel erg goed, heb er waarschijnlijk vaker mee onder mijn arm gelopen dan de kunstrovers”, zegt de oud-curator van de Triton Collectie, waar het werk deel van uitmaakte, tegen de NOS. „Als ik kijk naar de foto’s van de gevonden tekening, dan heb ik ernstige twijfels aan de echtheid. De foto’s zijn niet heel erg goed, en het werk kan natuurlijk helemaal zijn verschimmeld en vernield. Maar zelfs dan zijn er te veel afwijkingen. De streepjes, de kleuren, de details, het klopt niet. Op basis van wat ik zie, denk ik dat het een vervalsing is. Wel een goede trouwens.”

Bekijk ook:

’Voor mij is het de echte Picasso’

Bekijk ook:

Kunsthal-Picasso mogelijk gevonden in Roemenië

Bekijk meer van; curators pablo Picasso

In Roemenië gevonden ‘Picasso’ is mogelijk vervalsing

AD 18.11.2018 Bij kunstkenners zijn twijfels gerezen over de echtheid van de in Roemenië opgegraven pasteltekening die lijkt op de Picasso die in 2012 verdween uit de Kunsthal in Rotterdam. De kenners baseren zich op foto’s van de vinder van het doek ‘Tête d’Arlequin’ (1971).

Een van de specialisten is Peter van Beveren. Hij is oud-curator van de Triton-collectie waarvan de Picasso deel uitmaakte. De kunstkenner vermoedt dat de in Roemenië gevonden tekening niet de gestolen Picasso is. ,,Ik ken dit werk van Picasso heel erg goed, heb er waarschijnlijk vaker mee onder mijn arm gelopen dan de kunstrovers”, verklaarde hij tegenover de NOS.

Te veel afwijkingen

,,Als ik kijk naar de foto’s van de gevonden tekening, dan heb ik ernstige twijfels aan de echtheid. De foto’s zijn niet heel erg goed en het werk kan natuurlijk helemaal zijn verschimmeld en vernield. Maar zelfs dan zijn er te veel afwijkingen. De streepjes, de kleuren, de details, het klopt niet. Op basis van wat ik zie, denk ik dat het een vervalsing is. Wel een goede trouwens.”

Kunstonderzoeker Arthur Brand is dezelfde mening toegedaan. Hij hield zich de afgelopen jaren bezig met de kunstroof en ziet eveneens afwijkingen tussen de foto’s en het echte kunstwerk.

Anonieme tip

Het doek is gevonden door de uit Roemenië afkomstige en in Nederland woonachtige schrijfster Mira Fetuci. Zij publiceerde in 2015 een boek over de brutale roof. De Picasso werd zes jaar geleden samen met zes andere werken uit de Kunsthal gestolen. De daders waren Roemenen die de schilderijen meenamen naar hun land. De doeken zijn nooit teruggevonden. Een deel werd verbrand.

Tien dagen geleden ontving Fetuci op haar werk een anonieme brief. Daarin stond dat het werk van Picasso was verstopt in Roemenië. Onder een boom in het dorp Greci werd inderdaad een pastelkrijttekening in een plastic map gevonden. Deskundigen onderzoeken de tekening nu op echtheid.

Roof

Twee Roemeense mannen stalen in oktober 2012 zeven kunstwerken met een waarde van zo’n 18 miljoen euro uit de Kunsthal. Het gaat om ‘Tête d’Arlequin’ (1971) van Pablo Picasso; ‘La Liseuse en Blanc et Jaune’ (1919) van Henri Matisse; ‘Waterloo Bridge, London’ (1901) en ‘Charing Cross Bridge, London’ (1901) van Claude Monet; ‘Femme devant une fenêtre ouverte, dite la Fiancée’ (1888) van Paul Gauguin; ‘Autoportrait’ (circa 1889 – ‘91) van Meyer de Haan; en ‘Woman with Eyes Closed’ (2002) van Lucian Freud.

De dieven begroeven de kunstwerken in een tuin van een leegstaand huis in Roemenië en later op een begraafplaats. De moeder van een van hen zou de doeken een maand nadien hebben opgegraven en in de oven hebben gegooid. Volgens kunstdetective Brand zijn er sterke aanwijzingen dat twee of drie werken niet zijn verbrand, maar werden verkocht.

Mira Feticu met het door haar gevonden werk. NOS

‘Het leek een schatkaart’, Feticu ging op jacht naar een Picasso

NOS 18.11.2018 “Ik krijg kippenvel als ik het vertel.” Schrijfster Mira Feticu is terug op haar hotelkamer in Boekarest, een paar uur nadat ze een tekening verpakt in plastic heeft opgegraven, mogelijk Picasso’s Tête d’Arlequin, in 2012 gestolen uit de Kunsthal in Rotterdam.

“Misschien is het een grap, misschien ook niet. Voor mij was het een avontuur”, zegt Feticu. “Het was alsof we een schatkaart hadden gekregen.”

Noot van de redactie: Op zondag 18 november is gebleken dat de vinders van het werk hoogstwaarschijnlijk slachtoffer zijn geworden van een publiciteitsstunt van twee Belgische theatermakers. Dat schrijven die laatsten in een e-mail aan de Roemeense schrijfster Mira Feticu en de Nederlandse journalist Frank Westerman. De theatermakers wilden met de stunt reclame maken voor hun voorstelling. Lees hier meer

Het avontuur begon anderhalve week geleden, toen Feticu een brief kreeg toegestuurd, zegt ze via Skype tegen verslaggever Nicole le Fever. “Iemand schreef in het Roemeens dat hij het zat was om het schilderij te bewaken. Hij noemde Picasso en liet twee foto’s zien waar het schilderij zou liggen.”

Vergelijking van het originele schilderij met het in Roemenië gevonden Schilderij ArtStack/Mira Feticu

Bij de roof werden zeven werken gestolen, onder meer twee Monets, een Gauguin en een Matisse. Twee Roemenen werden veroordeeld tot celstraffen van ruim 6 en 5 jaar. De doeken zijn nooit teruggevonden, een deel werd verbrand.

Feticu, afkomstig uit Roemenië en woonachtig in Nederland, schreef een boek over de zaak. Het werd eerder dit jaar uitgebracht in haar geboorteland, waar ook de daders vandaan komen. Ze denkt dat de tipgever haar daarom heeft geschreven.

“Ik geloofde het eerst niet”, zegt ze over de brief. “Ik geloofde het voor 1 procent, maar ik vond het toch belangrijk om te checken. Als een don quichot. Als je zo’n kans krijgt, moet je het checken.”

Een gok

In eerste instantie nam ze contact op met de politie in Nederland. Een rechercheur die aan de zaak had gewerkt beloofde terug te bellen, maar dat gebeurde niet. “Toen dacht ik: ik moet iets doen.”

Bang om sporen te vernietigen was ze niet. “De politie had geen tijd blijkbaar. Wij geloofden ook niet dat we iets zouden vinden. Het was een gok.”

Ik had geen geduld. Ik ging gewoon graven, aldus Mira Feticu.

Samen met collega Frank Westerman reisde ze af naar de omgeving van het dorp Greci. “Het was moeilijk om er te komen. Het was 450 meter van de weg, in de bosjes. Achter een oude boom stond een andere boom met een rood stempel. Daar zou onder een steen het schilderij liggen.”

Op weg naar Greci kochten Feticu en Westerman scheppen. “We dachten dat we de hele dag moesten graven.” Dat bleek mee te vallen, het pakketje lag maar onder een laagje aarde. “Ik was met een stokje gaan graven, want ik had geen geduld. Ik vond het zo belangrijk dat ik gewoon ging graven.”

Op beelden die Westerman maakte van het moment is te zien hoe Feticu enthousiast het plastic pakketje oppakt. “We hebben hem gevonden!”

Video afspelen

Gestolen Picasso mogelijk gevonden onder boom in Roemenië

Of het echt om de gestolen Picasso gaat, moet het onderzoek uitwijzen. “Ik heb geen idee, ik ben geen expert, ik ben geen kubist. Ik kan het alleen vergelijken met een kopietje dat we hebben gemaakt.”

De Kunsthal is nog niet officieel op de hoogte gesteld van de vondst. Een woordvoerder noemt het “fantastisch nieuws” als het waar is, en “volgt de ontwikkelingen nauwgezet”.

Feticu heeft de pastelkrijttekening gisteravond overgedragen aan het Roemeense Openbaar Ministerie. Vandaag neemt ze de politie mee naar de vindplek.

Voor Feticu maakt het verdere onderzoek haast niets meer uit. “Het voelt goed. Misschien hebben we ons belachelijk gemaakt en is het geen Picasso, maar voor mij is het een Picasso omdat ik in het verhaal geloof. Ik hoop dat we iets kunnen teruggeven aan jullie, aan Nederland, aan iedereen eigenlijk.”

Bekijk ook;

Gestolen Kunsthal-Picasso mogelijk gevonden in Roemenië

Kunstroof kan lonen, voor strafvermindering of voor belminuten

Twijfel aan echtheid van ‘opgegraven Picasso’

Gewikkeld in plastic vond Mira Feticu in Roemenië een krijttekening, mogelijk een gestolen Picasso. “Misschien is het een grap, misschien ook niet. Voor mij was het een avontuur.”

’Voor mij is het de echte Picasso’

Telegraaf 18.11.2018 Is de in 2012 uit de Kunsthal in Rotterdam gestolen Picasso terecht? In de Maasstad willen ze vooral niet te vroeg juichen, maar voor de Roemeens-Nederlandse schrijfster en journaliste Mira Feticu, die de zaak na een anonieme tip in een stroomversnelling bracht is er geen twijfel: ,,Ik ben geen expert, maar voor mij is dit sowieso de echte Picasso.”

Fragment van Tête d’Arlequin Ⓒ Picasso

Kunsthal-Picasso mogelijk gevonden in Roemenië

Telegraaf 17.11.2018 In Roemenië is na een anonieme tip mogelijk de Picasso gevonden die in 2012 uit de Kunsthal in Rotterdam werd gestolen.

Het doek is in de Nederlandse ambassadeurswoning in Boekarest overhandigd aan het Roemeense Openbaar Ministerie, zo heeft de Nederlandse ambassadeur Stella Ronner in Roemenië bevestigd, meldt de NOS.

Of het inderdaad om het gestolen werk Tête d’Arlequin gaat, moet uit onderzoek blijken. Het doek is gevonden door de uit Roemenië afkomstige en in Nederland woonachtige schrijfster Mira Fetuci. Zij publiceerde in 2015 een boek over de brutale roof.

De Picasso werd zes jaar geleden samen met zes andere werken uit de Kunsthal meegenomen. De daders waren Roemenen die de schilderijen meenamen naar hun land. De doeken zijn nooit teruggevonden, een deel werd verbrand.

Tien dagen geleden ontving Fetuci op haar werk een anonieme brief. Daarin stond dat het werk van Picasso was verstopt in Roemenië. Onder een boom in het dorp Greci werd inderdaad een pastelkrijttekening in een plastic map gevonden. Deskundigen onderzoeken de tekening nu op echtheid.

Bekijk meer van; schilderijen Roemenië boekarest pablo Picasso kunsthal

Gestolen Picasso Kunsthalroof mogelijk gevonden in Roemenië

AD 17.11.2018 In Roemenië is na een anonieme tip mogelijk de Picasso gevonden die in 2012 uit de Kunsthal in Rotterdam werd gestolen. Het doek is in de Nederlandse ambassadeurswoning in Boekarest overhandigd aan het Roemeense Openbaar Ministerie. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het gaat om de in 1971 gemaakte pasteltekening Tête d’Arlequin (Hoofd van een harlekijn), die mogelijk een miljoen euro waard is. Of het inderdaad om de echte tekening van Picasso gaat, moet uit onderzoek blijken.

Het doek is gevonden door de uit Roemenië afkomstige en in Nederland woonachtige schrijfster Mira Fetuci. Zij publiceerde in 2015 een boek over de brutale roof. De Picasso werd zes jaar geleden samen met zes andere werken uit de Kunsthal gestolen. De daders waren Roemenen die de schilderijen meenamen naar hun land. De doeken zijn nooit teruggevonden. Een deel werd verbrand.

Tien dagen geleden ontving Fetuci op haar werk een anonieme brief. Daarin stond dat het werk van Picasso was verstopt in Roemenië. Onder een boom in het dorp Greci werd inderdaad een pastelkrijttekening in een plastic map gevonden. Deskundigen onderzoeken de tekening nu op echtheid.

Roof

De schilderijenroof is een van de grootste kunstroven uit de afgelopen decennia. Twee Roemeense mannen stalen in oktober 2012 zeven kunstwerken uit de Kunsthal. De schilderijen hadden een totale waarde van 18 miljoen euro.

Kunstdetective Arthur Brand liet al eerder weten dat mogelijk niet alle meesterwerken die werden ontvreemd uit de Rotterdamse Kunsthal in rook zijn opgegaan. Brand is blij met de vondst: ,,Dit is fantastisch nieuws. Als het natuurlijk een echte is. Dat zullen we snel genoeg weten.‘’ Brand zegt sterke aanwijzingen te hebben dat meer werken zijn verkocht. ,,Naast deze werken vermoed ik ook een Lucian Freud en twee werken van Monet, laten die snel gevonden worden.‘’

Het gestolen werk uit de Kunsthal AFP

Gestolen Kunsthal-Picasso mogelijk gevonden in Roemenië

NOS 17.11.2018 In Roemenië is na een anonieme tip mogelijk de Picasso gevonden die in 2012 uit de Kunsthal in Rotterdam werd gestolen. Het doek is vanavond in de Nederlandse ambassadeurswoning in Boekarest overhandigd aan het Roemeense Openbaar Ministerie, heeft de Nederlandse ambassadeur Stella Ronner in Roemenië bevestigd.

Noot van de redactie: Op zondag 18 november is gebleken dat de vinders van het werk hoogstwaarschijnlijk slachtoffer zijn geworden van een publiciteitsstunt van twee Belgische theatermakers. Dat schrijven die laatsten in een e-mail aan de Roemeense schrijfster Mira Feticu en de Nederlandse journalist Frank Westerman. De theatermakers wilden met de stunt reclame maken voor hun voorstelling. Lees hier meer

Of het inderdaad om het gestolen werk Tête d’Arlequin gaat, moet uit onderzoek blijken. Het doek is gevonden door de uit Roemenië afkomstige en in Nederland woonachtige schrijfster Mira Feticu. Zij publiceerde in 2015 een boek over de brutale roof.

Vertaling in het Roemeens

De Picasso werd zes jaar geleden samen met zes andere werken uit de Kunsthal meegenomen. De daders waren Roemenen die de schilderijen meenamen naar hun land. De doeken zijn nooit teruggevonden, een deel werd verbrand.

Het boek van Feticu werd onlangs vertaald in het Roemeens. Daarna verscheen ze in de Roemeense media om over haar boek te vertellen. Daarin vertelde ze ook dat ze werkte in de bibliotheek in Den Haag.

“Ik krijg kippenvel als ik het het vertel.” Schrijfster Mira Feticu vertelt over haar vondst.

Video afspelen

Gestolen Picasso mogelijk gevonden onder boom in Roemenië

Anonieme brief

Tien dagen geleden ontving Feticu op haar werk een anonieme brief. Daarin stond dat het werk van Picasso was verstopt in Roemenië. Ze schakelde vervolgens een vriend in, de schrijver Frank Westerman, en samen vertrokken ze naar Oost-Europa. Onder een boom in het dorp Greci, waar volgens de briefschrijver het werk van Picasso was verstopt, vonden de twee inderdaad een pastelkrijttekening in een plastic map.

Deskundigen onderzoeken de tekening nu op echtheid. De Roemeense politie zegt als blijkt dat het niet de echte Picasso is, het nog steeds interessant is om te achterhalen wie de briefschrijver is, omdat die mogelijk meer weet van de zaak.

Greci ligt naast de plaats waar een van de daders van de diefstal vandaan komt. Wie de brief heeft verstuurd, is volstrekt onduidelijk.

Mira Feticu en Frank Westerman op het pontje over de Donau NOS

‘Geroofde Picasso mogelijk teruggevonden in Roemenië’

NU 17.11.2018 In de woning van de Nederlandse ambassadeur in Roemenië is een gevonden schilderij overhandigd aan de Roemeense autoriteiten. Deskundigen onderzoeken of het om een uit de Kunsthal gestolen werk van Picasso,Tête d’Arlequin, gaat. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigt berichtgeving van de NOS daarover.

In 2012 werden zeven schilderijen van onder anderen Claude Monet, Pablo Picasso en Henri Matisse gestolen uit de Rotterdamse Kunsthal.

De in Nederland wonende schrijfster Mira Fetuci, die in 2015 een boek schreef over deze kunstroof, kreeg tien dagen geleden een anonieme tip en vond vervolgens een pastelkrijttekening in een plastic map onder een boom in een Roemeens dorp, meldt de NOS.

De kunstroof was het werk van Roemenen die de schilderingen meenamen naar hun land. De doeken zijn niet teruggevonden. Een deel zou zijn verbrand.

Lees meer over: Kunstroof picasso Buitenland

Roofkunst uit Nigeria oktober 20, 2018

Posted by jandewandelaar in museum, Nigeria, roofkunst.
Tags: ,
1 comment so far

Nigeriaanse cultuurhistorische schatten ter waarde van honderden miljoenen euro’s liggen nog altijd in westerse musea.

Tien Europese musea zitten vandaag in het Museum Volkenkunde in Leiden om tafel met Nigeriaanse autoriteiten. Ze praten over de uitleen van geroofde Nigeriaanse kunstwerken aan een museum in Benin City in Nigeria, dat nog gebouwd wordt, schrijft Trouw.

In Leiden onderhandelt het Afrikaanse land over terugkeer van zijn stukken.

De musea hebben samen meer dan duizend beelden in handen, beter bekend als de ‘Benin Bronzes’. De kunstwerken werden in 1897 tijdens een Britse strafexpeditie geroofd uit het paleis van de koning van het koninkrijk Benin, in het huidige Nigeria. Het Museum Volkenkunde bezit er zestig en musea in Londen en Berlijn hebben samen honderden stukken in hun bezit.

“Hoewel Nigeria een aantal stukken heeft teruggekocht, lijkt destijds het meeste meegenomen”, vertelt Evelien Campfens, onderzoeker aan de Universiteit Leiden. “Nigeriaanse autoriteiten vinden dat de werken onrechtmatig zijn geroofd en deel van hun culturele erfgoed zijn. Ze willen dat hun kinderen kunnen meegeven.”

Vorig jaar verklaarden de Europese musea dat ze in principe zouden meewerken aan het uitlenen van de geroofde kunst. “Ik geloof het pas als er een akkoord ligt”, zegt het Nigeriaanse delegatielid Folarin Shyllon.

Folarin Shyllon © Eric Brassem

Het Leidse Museum Volkenkunde bezit zestig ‘Benin Bronzes’

De hoogleraar recht aan de universiteit van Abuja is al sinds 2010 betrokken bij de slepende onderhandelingen over de meer dan duizend beelden in Europees bezit, tezamen bekend als de ‘Benin Bronzes’ Het Leidse Museum Volkenkunde bezit er zestig; musea in Londen en Berlijn hebben er elk honderden: alles geroofd bij een Britse strafexpeditie in 1897 uit het paleis van de koning van het Beninrijk, in het huidige Nigeria.

Nigeria vraagt al decennia om teruggave. De tijdgeest zit nu mee. In Europa zitten musea vaak in hun maag met hun ‘koloniale kunst’. Soms is de herkomst dubieus, soms knaagt het besef dat de landen van herkomst essentiële onderdelen van hun cultuurgeschiedenis missen. Voor de Benin Bronzes gaan beide overwegingen op.

Internationaal recht

De Franse president Macron baarde vorig jaar opzien met een verklaring: Afrikaans erfgoed uit Franse musea moest te zien zijn in Afrika, dat was zijn ‘topprioriteit’. Frankrijk, Duitsland en België hebben dit jaar functionarissen belast met deze problematiek. En het Londense Victoria and Albert Museum heeft in april Ethiopië aangeboden om kunstschatten die in 1868 werden geroofd uit het paleis van koning Tewodros II, op permanente basis uit te lenen.

Beeld van een koningin-moeder uit de zestiende eeuw. © AFP

Dat wil Nigeria ook wel, al is dat volgens Shyllon ‘tweede keuze’. “We streven naar teruggave, maar dat is niet realistisch.” Vorig jaar hebben de Europese musea zich gecommitteerd aan roulerende uitleenexposities in Nigeria. Alle details, ook over financiering, liggen nu in Leiden ter tafel. Hoewel vaststaat dat de objecten destijds zijn geroofd, biedt het internationaal recht Nigeria weinig kans. Nigeria moet onderhandelen met een dozijn musea uit Groot-Brittannië, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Nederland, die nationale wetten hebben om collecties te behouden, niet om ze te terug te geven. Het Museum Volkenkunde werkt wel aan een richtlijn om te ‘ontzamelen’.

Topstukken

De Benin Bronzes zijn zowel cultureel als in geld uitgedrukt schatten: topstukken zijn miljoenen waard, en de totale waarde van alle Benin Bronzes zou kunnen oplopen richting een miljard – ook daarom ligt de kwestie zo gevoelig.

De zorgen van westerse musea over uitleen kan Shyllon ook wel begrijpen. “Ja, er is corruptie in ons land. En veiligheid is een probleem: enkele jaren geleden konden rovers in een Nigeriaans museum hun slag slaan nadat ze de bewakers hadden getrakteerd op een blikje cola met slaapmiddel. En het Nationaal Museum in Lagos beschikt nog niet over bewakingscamera’s. Dat onderstreept het belang van goede opleidingen, en westerse betrokkenheid om aan hoge normen te voldoen.”

Nigeria houdt een plek vrij voor kunstschatten

Nigeria weet al waar het door het Westen geroofde museumstukken tentoon wil stellen, maar het geld ontbreekt nog.

Nu groeit er nog gras naast het paleis van de oba, de traditionele koning van het Edo-volk in het Nigeriaanse Benin City. Nigeria hoopt dat een hoogwaardig museum zal verrijzen op de plek waar de oba nu de koeien laat grazen die hij regelmatig bij wijze van eerbetoon cadeau krijgt.

Het museum moet stukken exposeren die behoren tot de ‘Benin Bronzes’: metalen beelden en reliëfs, maar ook ivoren voorwerpen in het bezit van Europese musea. Die willen ze wel uitlenen aan het nieuw te bouwen museum, zo is vorig jaar besloten op een vergadering in Cambridge. Eeuwenlang sierden de beelden het paleis van de koning van het Beninrijk, waarvan het grondgebied in het huidige Nigeria lag, totdat ze eind negentiende eeuw werden ­geroofd.

Koning oba Ewuare, nazaat van een dynastie die teruggaat tot de veertiende eeuw, heeft nu alleen nog een ceremoniële functie, in de deelstaat Edo. “Daar hebben de beelden hun grootste waarde, maar ook Nigerianen buiten de deelstaat zijn met dit erfgoed begaan”, zegt de ­Nigeriaanse onderhandelaar Folarin Shyllon. Hij vergadert vandaag in Leiden over het nieuwe museum en uitleen van stukken in Europees ­bezit. Tot de delegatie behoort ook een van de zonen van de koning, prins Gregory Akuenza.

De koning vroeg in 2007 al om ruimhartigheid en de terugkeer van enkele objecten, aldus Folarin Shyllon, onderhandelaar voor Nigeria

De beelden waar het om gaat vormden een soort nationaal archief. Ze werden vervaardigd door een speciaal gilde bij het aantreden van een nieuwe koning. Daaraan kwam een eind in 1897. De toenmalige oba verzette zich tegen de ‘vrijhandel’ in zijn rijk die de Britten eisten. De Britten versloegen de koninklijke troepen, wrikten alle beelden los, brandden het paleis plat, en verbanden de koning. Drie- tot vierduizend stukken ‘oorlogsbuit’ belandden in collecties over de hele wereld.

Nigeria kocht er daarvan enkele tientallen terug, maar stuitte verder op onwil. “In 1977 organiseerde ­Nigeria een pan-Afrikaanse culturele manifestatie, met als embleem het ivoren masker van koningin Idia, dat het British Museum bezit”, vertelt Shyllon. “Eerst moest Nigeria 2 miljoen pond onderpand betalen. Daarna besloot het British Museum dat het masker toch te kwetsbaar was om te vervoeren.”

In 2007 vond in Wenen een grote expositie plaats van Benin Bronzes uit diverse Europese collecties. Shyllon: “Daar vroeg de oba om ruimhartigheid en de terugkeer van enkele objecten naar Nigeria.” De tentoonstelling reisde naar Berlijn, Parijs en Chicago, maar niet naar Nigeria.

Vandaar: een museum in Nigeria. De plek is bekend. Maar waar het geld vandaan moet komen, is vandaag een van de punten van debat in Leiden.

Lees ook:

Musea, geef die koloniale kunst terug

Kunstschatten in westerse musea zijn vaak door roof verworven. Ze horen thuis in de ‘bronlanden’, zegt Jos van Beurden, ook al hebben de musea zo hun bedenkingen tegen teruggave.

De jacht op roofkunst

Al twintig jaar leidt Rudi Ekkart de zoektocht naar de rechtmatige eigenaren van roofkunst uit de oorlog. Van stoppen wil hij niet weten. De herkomst van zeker honderd objecten is nog steeds niet bekend. Hier leest u het verhaal en ziet u de beelden.

Dossier Koloniale Roofkunst NRC

Musea onderhandelen in Leiden over roofkunst uit Nigeria

NOS 19.10.2018 Tien Europese musea zitten vandaag in het Museum Volkenkunde in Leiden om tafel met Nigeriaanse autoriteiten. Ze praten over de uitleen van geroofde Nigeriaanse kunstwerken aan een museum in Benin City in Nigeria, dat nog gebouwd wordt, schrijft Trouw.

De musea hebben samen meer dan duizend beelden in handen, beter bekend als de ‘Benin Bronzes’. De kunstwerken werden in 1897 tijdens een Britse strafexpeditie geroofd uit het paleis van de koning van het koninkrijk Benin, in het huidige Nigeria. Het Museum Volkenkunde bezit er zestig en musea in Londen en Berlijn hebben samen honderden stukken in hun bezit.

“Hoewel Nigeria een aantal stukken heeft teruggekocht, lijkt destijds het meeste meegenomen”, vertelt Evelien Campfens, onderzoeker aan de Universiteit Leiden. “Nigeriaanse autoriteiten vinden dat de werken onrechtmatig zijn geroofd en deel van hun culturele erfgoed zijn. Ze willen dat hun kinderen kunnen meegeven.”

Het Afrikaanse land vraagt al decennia om teruggave. Vorig jaar beloofden Europese musea mee te werken aan het uitlenen van de geroofde kunst.

Dubieuze herkomst

Europese musea blijken vaker in hun maag te zitten met koloniale stukken in hun collecties. De herkomst is soms dubieus en het besef knaagt dat de landen van herkomst soms essentiële onderdelen van hun cultuurgeschiedenis missen.

De plunderingen werden destijds als gerechtvaardigd gezien, aldus Evelien Campfens

Wie juridisch gezien recht heeft op de werken, is dan ook gecompliceerd, zegt Campfens. “Het ligt eraan vanuit welk recht je het bekijkt. Voor veel Afrikaanse volkeren is dit soort kunst collectief bezit van de gemeenschap. Het had vaak een rituele betekenis en is daarom onvervreemdbaar.” Daar tegenover stond het koloniale recht: de westerse principes die golden ten tijde van de roof. “Afrikaanse volkeren werden niet als ‘geciviliseerd’ beschouwd en het plunderen werd als gerechtvaardigd gezien.”

Dat is inmiddels achterhaald, maar ook de volgens de huidige internationale verdragen hoeven de kunststukken niet worden teruggegeven. De Nigeriaanse kunstroof vond plaats voordat die verdragen in werking traden. “Onder dat recht zouden de huidige claims dus verjaard zijn”, vertelt Campfens.

Nieuwe positie

“Maar het recht is in ontwikkeling, vervolgt ze. “Kunstvoorwerpen hebben al heel lang een beschermde positie onder internationaal recht. En sinds de jaren 70 wordt aangedrongen op teruggave van een deel van de roofkunst.”

President Macron kondigde vorig jaar teruggave aan van Afrikaanse kunst, en hij benadrukte dat Afrikanen recht hebben op hun eigen erfgoed. “Dan draait het dus niet om eigendom of de roof, maar om de belangen van mensen nu”, zegt Campfens. “Het gaat erom dat iedereen toegang moet krijgen tot zijn cultureel erfgoed. Kunst heeft een sociale functie, wordt benadrukt, die belangrijk is voor de ontwikkeling en sociale cohesie van een land.”

Blikje cola

De Benin Bronzes zijn miljoenen waard en van groot kunsthistorisch belang. Sommige westerse musea vrezen dat Nigeria niet in staat is om werk van zulke hoge waarde te conserveren. Zo werd een Nigeriaans museum leeggeroofd nadat de dieven de bewakers een blikje cola met slaapmiddel hadden gegeven.

“De uitspraak of het veilig genoeg is om de werken aan het Nigeriaanse museum uit te lenen, kan ik niet doen”, zegt Campfens. “In 2002 gaven verschillende westerse musea een verklaring af waarin ze zeiden: koloniale voorwerpen zijn het beste af bij ons, omdat wij er beter voor kunnen zorgen. Maar normen zijn in ontwikkeling, en musea zoeken dan ook naar constructieve oplossingen.”

Folarin Shyllon, die sinds 2010 is betrokken bij onderhandelingen, zegt dat hij pas gelooft dat de stukken naar Benin City komen als er een akkoord ligt. De uitleen is volgens de hoogleraar Rechten aan de universiteit in Abuja wel “tweede keuze”. “We streven naar teruggave, maar dat is niet realistisch.”

De gesprekken van vandaag liggen volgens de krant zo gevoelig dat het museum in Leiden er pas na afloop iets over wil zeggen.