jump to navigation

Tee-Set definitief op de muur hoek Warmoezierstraat en de Buitenwatersloot te Delft december 27, 2020

Posted by jandewandelaar in crowdfunding, delft, Hugo de Grootplein, Ma belle amie, muurkunst, Muurschildering, peter tettero, Peter Tetterooplein, Tee Set, transformatorhuisje, Westerkwartier.
Tags: , , , , , ,
3 comments

‘Aandenken is verdiend’

‘We vinden wel dat de Tee Set een mooi aandenken verdient’, zegt Van Adrichem. De eerste regels van ‘Ma belle amie’ moeten op de muur van een pand in het Westerkwartier komen. ‘Peter Tetteroo is geboren en getogen in de Warmoezierstraat, dus dat lijkt me een hele mooie locatie.’

‘Ma belle amie’ komt levensgroot op een muur in de Delftse wijk waar zanger -en medeoprichter Peter Tetteroo tot zijn dood in 2002 woonde.

Die tekst uit het beroemde lied van de Delftse band Tee Set uit 1969 moet binnenkort te lezen zijn op de muur van een pand op de hoek van de Warmoezierstraat en de Buitenwatersloot in Delft.

Naast de tekst op de muur komt er ook een foto van de band op een transformatorhuisje.

Grote foto

Op deze grote foto komen alle oorspronkelijke bandleden op het elektriciteitshuisje op het Hugo de Grootplein. ‘Misschien kunnen ze dat nog eens het Peter Tetterooplein noemen.’

Op deze locatie woonde Peter Tetteroo tot zijn dood in 2002.

Ze kwamen op het idee voor het eerbetoon omdat ze in Den Haag zagen dat bijvoorbeeld Mariska Veres (de zangeres van Shocking Blue red.) groot op een transformatiehuisje staat.

‘We hebben echt ontzettend veel reacties gekregen op ons initiatief‘, zegt Sosef. ‘Vooral uit Delft en omgeving. Je merkt echt dat de muziek uit die periode nog behoorlijk leeft.’ Het was de tijd van de ‘Nederbiet’, eind jaren ’60 begin jaren ’70. Haagse bands als de Golden Earring, Shocking Blue en The Motions scoorden grote hits, ook internationaal.

Telegraaf 22.01.2021

De initiatiefnemers hopen de tekst – ‘Ma belle amie, you were a child of the sun and the sky and the deep blue sea’– en de foto van de band in mei 2021 te kunnen onthullen.

zie ook: Binnenkort !!! Tee-Set op de muur Warmoezierstraat en de Buitenwatersloot te Delft

Lees: De legendarische zanger Peter Tetteroo van de Tee Set uit Delft

Lees: Tee Set music, videos, stats, and photos | Last.fm

Lees: Nog een zetje in de rug voor geveltekst Delftse Tee-Set | Omroep Delft

Lees: Gaaf: in de Warmoezierstraat komt een groot eerbetoon aan Tee-Set op de muur – indebuurt Delft

Lees: Martin Reitsma interviewt oud-leden Tee Set | Telstar Online

Zie ook: Van het Zeeheldenkwartier naar het “Beatheldenkwartier” !!! – Terugblik 29.08.2020

Zie ook: Het Zeeheldenkwartier opent op 29 augustus 2020 het “Beatheldenkwartier” !!!

Zie ook: Gaat Den Haag van het Zeeheldenkwartier het Beatheldenkwartier maken ??

Zie ook: Terugblik onthulling geveltekst Golden Earring Haagse Terletstraat 06.05.2017

Zie ook: Geveltekst Golden Earring Haagse Terletstraat

lees: Op het Almeloplein werd in 2016 een songtekst van de Q65 op een gevel aangebracht.

Zie ook: Spreuken op de Haagse muren

Zie ook: Joop Roelofs gitarist van de Haagse band Q65 overleden

Zie ook: Graffiti kunstwerk Q65 op de Soestdijksekade onthuld

Songtekst van Delftse wereldhit ‘Ma Belle Amie’ komt definitief levensgroot op een muur – Omroep West

OmroepWest 27.12.2020 Het moet een ode aan de Delfse band de Tee Set worden: een tekst uit de wereldhit ‘Ma belle amie’ komt levensgroot op een muur in de Delftse wijk waar zanger -en medeoprichter Peter Tetteroo tot zijn dood in 2002 woonde. In november begon een crowdfundingsactie om het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Naast de tekst op de muur komt er ook een foto van de band op een transformatorhuisje en daar is ruim 5.000 euro voor nodig. ‘We zijn er nog niet, maar het eerbetoon komt er zeker’, zegt initiatiefnemer Aad Sofef.

‘We hebben echt ontzettend veel reacties gekregen op ons initiatief‘, zegt Sosef. ‘Vooral uit Delft en omgeving. Je merkt echt dat de muziek uit die periode nog behoorlijk leeft.’ Het was de tijd van de ‘Nederbiet’, eind jaren ’60 begin jaren ’70. Haagse bands als de Golden Earring, Shocking Blue en The Motions scoorden grote hits, ook internationaal.

Maar ook Delft deed dus een flinke duit in het zakje met de Tee Set. ‘Ma belle amie’ werd in 1970 een flinke wereldhit en kwam in de VS op nummer 5 in de Billboard Hot 100. In totaal werden er rond de zes miljoen exemplaren van verkocht.

‘We kwamen op het idee voor het eerbetoon omdat we in Den Haag zagen dat bijvoorbeeld Mariska Veres (de zangeres van Shocking Blue red.) groot op een transformatiehuisje staat.

Dus we dachten waarom zouden we dat ook niet in Delft doen.’ En dat gaat nu dus ook echt gebeuren op de hoek van de Warmoezenierstraat en de Buitenwatersloot . De initiatiefnemers hopen de tekst – ‘Ma belle amie, you were a child of the sun and the sky and the deep blue sea’- en een foto van de band in mei te kunnen onthullen. Het Delftse bedrijf Rodi zal het gaan maken.

Historisch erfgoed

‘We hebben een prachtige foto aangekocht van de band’, verklapt Sosef. ‘Die moet op het transformatorhuisje komen. Ik wil daar nog niet al teveel over kwijt, maar hij is gemaakt door Peter Mokveld, destijds een professioneel fotograaf. En de jongens staan er heel goed op.’ Als het allemaal klaar is hoopt Sosef dat de tekst en foto onderdeel zal worden van een stadswandeling. ‘Want de muziek is gewoon historisch erfgoed en er komen hier best veel toeristen.’

LEES OOK: ‘Venus’ van Shocking Blue viert 50ste verjaardag: ‘Mariska Veres was een schot in de roos’

Meer over dit onderwerp: TEE SET EERBETOON DELFT PETER TETTEROO

Initiatiefnemer Aad Sosef en Tee-Set gitarist Polle Eduard verheugen zich op de plaatsing van het eerbetoon (Foto: Koos Bommelé)

Eerbetoon Delftse muziekhelden gaat er komen

Delft op Zondag 27.12.2020 – Exact vijftig jaar geleden stond de Delftse nederpopformatie Tee-Set met de megahit ‘She Likes Weeds’ op nummer één in Veronica’s Top 40 én in AVRO’S Toppop. In totaal bevat het oeuvre van de band maar liefst 21 Top 40 hits. Voor Aad Sosef een reden dat de Tee-Set een blijvende herinnering verdient in Delft. Een herinnering, die er komend voorjaar echt lijkt te gaan komen.

“De band is onderdeel van de identiteit van cultureel Delft”, aldus initiatiefnemer Aad Sosef. “Dat maakt de ‘Tee-Set’-tijd in mijn ogen een stukje cultuurgeschiedenis, dat een eerbetoon waard is.” Dit eerbetoon wordt gecreëerd in de vorm van een tweetal herinneringen, en wel in de wijk waar het allemaal begon: het Delftse Westerkwartier. “Op grootformaat van drie bij drie meter zijn straks de woorden uit het refrein van ‘Ma Belle Amie’ te lezen op een blinde muur in de Warmoezierstraat, op de hoek van de Buitenwatersloot.

Daarnaast is er het plan om een kunstfoto op het trafohuisje op het Hugo de Grootplein te plaatsen van de eerste Tee-Set formatie met de vijf Delftse muzikanten van toen: Polle Eduard, Gerard Romeijn, Robbie Plazier, Carry Janssen en de man met de geweldige stem, Peter Tetteroo.”

Enthousiasme
Gitaristen van het eerste uur, Polle Eduard en Gerard Romeijn, zijn enthousiast over de plannen. “Het is mooi om te zien dat dit initiatief zo breed gedragen wordt”, aldus Eduard. “Leuk dat dit initiatief voor een herinnering zorgt aan de originele formatie van de Tee-Set, met daarin enkel Delftenaren”, vindt Romeijn.

Herinneringen
Eduard kijkt terug op een bijzondere tijd als bandlid. “Als jong muzikantje had ik mij geen betere start van mijn carrière kunnen wensen. Het is de eerste professionele band waarmee ik succes had. Onze eerste drie platen stonden binnen mum van tijd in de Top 40.” Ook Romeijn denkt met plezier terug aan die tijd. “Hoewel wij als leden voorheen ook al actief waren binnen andere bands, waaronder de succesvolle band The Shats waaruit de Tee-Set is voortgekomen, heeft de Tee-Set ons pas echt grote naamsbekendheid gebracht.

Het was een leuke tijd, en heel bijzonder om mee te maken op zo’n jonge leeftijd. De hoogtepunten waren voor mij de opnames van de platen, in de studio. Met name die van ‘Emotion’, onze eerste LP. Die platen waren een groot succes en zorgden voor veel publiciteit. Niet alleen in kranten, maar ook met televisieoptredens. Dit alles heeft mij veel gebracht in het leven.”

Actie
De crowdfunding loopt nog tot en met woensdag 6 januari. De actie loopt goed, maar het streefbedrag is nog niet bereikt. Sosef: “Wij hopen dat Delftse burgers een bijdrage aan het project willen leveren, zodat we kunnen starten met de uitvoering en in mei – uiteraard enkel als de coronasituatie dat toelaat – een feestelijke opening kunnen organiseren.” Doneren kan via www.voorjebuurt.nl, onder het initiatief ‘Een mooie herinnering aan de Delftse Nederpopband Tee-Set’.

Initiatiefnemer Aad Sosef en Tee-Set gitarist Polle Eduard verheugen zich op de plaatsing van het eerbetoon op het trafohuisje (Foto: Koos Bommelé)

‘Tee-Set is onderdeel van de Delftse culturele identiteit’

DELFT op Zondag 14.11.2020  – ‘Ma belle amie, you were a child of the sun and the sky and the deep blue sea.’ Deze woorden uit de wereldhit van de Delftse band Tee-Set knallen straks van de gevel in het Westerkwartier. Een eerbetoon op megaformaat voor de Delftse beathelden uit de sixties en seventies.

Delft kent veel bandjes, meer of minder bekend, maar Tee-Set is de band die veel Delftenaren zullen aanwijzen als Delfts trots. Deze Delftse formatie ontwikkelde zich eind jaren zestig van bluesband met een ruw randje tot een ware hitmachine met maar liefst 28 Top 40-hits, waaronder de nummer één hit ‘She likes weeds’ en de internationale nederbeat-hit ‘Ma belle amie’ die ook hoog scoorde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

“Het was, zeker in die tijd, heel wat dat die Delftse jongemannen doorbraken en op tournee gingen in de States”, aldus Aad Sosef, die zich nog herinnert dat hij als klein jochie bij zijn ‘beathelden’ aanbelde voor een handtekening. “De band is onderdeel van de identiteit van cultureel Delft. Dat maakt de ‘Tee-Set’-tijd in mijn ogen een stukje cultuurgeschiedenis, dat een eerbetoon waard is.”

Herinnering
Sosef nam daarom het initiatief om een eervolle herkenning en blijvende herinnering voor zijn jeugdhelden te vervaardigen. “Op grootformaat van drie bij drie meter zijn straks de woorden uit ‘Ma Bella Amie’ te lezen op een blinde muur in de Warmoezierstraat, op de hoek van de Buitenwatersloot. Daarnaast is er het plan om een soort kunstfoto op het trafohuisje op het Hugo de Grootplein te plaatsen van de eerste Tee-Set formatie met de vijf Delftse muzikanten van toen: Polle Eduard, Gerard Romeyn, Robbie Plazier, Carry Janssen en natuurlijk de man met de geweldige stem, Peter Tetteroo.

Op beide plekken zullen ook QR-codes komen, zodat mensen na het scannen muziek en meer informatie over de band tot zich kunnen nemen. Dat maakt het niet alleen leuk voor Delftenaren, maar wellicht ook voor dagjesmensen die de stad bezoeken en dit gebied bij hun wandeling betrekken.” Dat juist deze plekken zijn uitgekozen, is niet vreemd. “De frontman van de Tee-Set, Peter Tetteroo, is in de wijk geboren, getogen en helaas ook overleden.” Niet alleen mensen uit Sosefs directe omgeving reageerden positief op zijn plan, ook de familie van Tetteroo, de overige bandleden zelf, de gemeente en de belangenvereniging Olofsbuurt-Westerkwartier.

“Het is mooi om te zien dat dit initiatief zo breed gedragen wordt”, vindt de inmiddels 73-jarige gitarist en ‘Tee-Set’-lid van het eerste uur Polle Eduard. “Zeker voor Peter, maar ook voor onszelf en eigenlijk de gehele cultuurhistorie. Als je het mij vraagt is er momenteel te weinig aandacht voor de popgeschiedenis en wordt er vaak laatdunkend over gepraat. We hebben het vaak over beroemde Delftse schilders, wat terecht is, maar daarnaast zijn er ook muzikanten die Delft op de kaart hebben gezet. Waarom zou daar geen aandacht voor zijn?”

Geweldige start
Eduard kijkt terug op een bijzondere tijd als bandlid van de Delftse nederpopband. “Als jong muzikantje had ik mij geen betere start van mijn carrière kunnen wensen. Het is de eerste professionele band waarmee ik succes had. Onze eerste drie platen stonden binnen mum van tijd in de Top 40.” Eduard raakte met Peter Tetteroo in contact in café Cecil aan de Voldersgracht, waar de frontman regelmatig optrad. Tetteroo was al snel onder de indruk van de stijl van Eduard, waardoor de twee samen begonnen te spelen.

De overige bandleden volgden al snel. “Maar het grote succes kwam met de komst van Hans van Eijck. Hans schreef de muziek, Peter de teksten. Die twee vormden samen een geweldig hitduo.” Op het moment dat de band internationaal doorbrak, maakte Eduard er geen deel meer van uit. Toch keerde hij op een later moment terug en behaalde hij onder meer succes met het door hem geschreven ‘Do it baby’. “De begin- en eindfase van de Tee-Set heb ik meegemaakt, dus de verbinding tussen mij en de band blijft altijd.”

Actie
Om het eerbetoon aan Tee-Set te kunnen realiseren, loopt nu een crowdfundingsactie. “Deze actie loopt nog tot en met 6 januari”, vertelt Sosef. “Wij hopen dat Delftse burgers een bijdrage aan het project willen leveren, zodat in januari kan worden gestart met de uitvoering en we in het voorjaar een feestelijke opening kunnen organiseren met de bandleden van Tee-Set als special guests!” Doneren kan via www.voorjebuurt.nl, onder het initiatief ‘Een mooie herinnering aan de Delftse Nederpopband Tee-Set’.

De Coronawacht van Tom van Wanrooy december 24, 2020

Posted by jandewandelaar in De Coronawacht, Tom van Wanrooy.
Tags: ,
3 comments

AD 24.12.2020

AD 24.12.2020

Tom van Wanrooy schilderde voor ons de Coronawacht: ‘Marion Koopmans, wat een vrouw!’

AD 24.12.2020 Het verzoek van deze site kwam absurd laat. Toch schilderde Tom van Wanrooy (57) in een maand tijd met olieverf de Coronawacht.

De verf is nog nat, wanneer Van Wanrooys werk, vanuit zijn atelier aan de Teteringsedijk in Breda wordt getakeld. Hij kijkt bezorgd toe, als een moeder naar haar pasgeboren kind.

Lees ook;

Goed gelukt, snel gedaan zeg.
‘Ik ben een snelle werker. Mijn echte vak is cartoonist, sneltekenaar. Het schilderen in de stijl van Rembrandt is een hobby. Geef daar ook cursussen in. Ik ben een fan, al van jongs af. Toen ik zijn etsen zag, werd ik meteen gegrepen. Ze zijn zo raak. Tekenen begint met goed kijken. Rembrandt deed dat beter dan wie ooit. Kijk eens naar zijn portretten en zie dan de pupillen in de ogen. Perfecte rondjes! En dan zijn spel met licht en donker, waanzinnig.’

© Schilder Tom van Wanrooy,

Tevreden over uw Coronawacht?
‘Nee, ik zie zoveel dat beter had gemoeten. Ben een ongeschoolde kunstenaar. Een collega zei: ‘Snap niet dat ze jou hebben gevraagd.’ Want je hebt ook van die ambachtelijke schilders. Mijn stijl is hier en daar te grof. Maar ik ben tevreden genoeg hoor, ook gezien alle mooie reacties die ik nu krijg.’

Zoekplaatje!
Rembrandt schilderde graag een stukje zelfportret, verborgen in zijn schilderijen. Onze huisschilder Tom van Wanrooy deed hem na. Zoek dat gezicht! En kijk ook eens naar deze details:
– De 1,5 meterkruisjes
– De corsage van bruidegom Grapperhaus
– De twee vleermuizen, die golf 1 en 2 symboliseren
– De virusballetjes bij de bezem
– Het wattenstaafje
– De wc-rol
– De weghollende puber met vuurwerk
– De doos mondkapjes

Het is een schilderij met een knipoog.
‘Een vette knipoog. Maar de Nachtwacht was destijds ook een buitenbeetje hoor. Tijdgenoten van Rembrandt maakten ook schutterstukken, maar zetten dan de mannetjes netjes naast elkaar. Rembrandt niet. Dat maakt de Nachtwacht zo uniek, alles staat dwars door elkaar heen. Het is net een filmfragment.’

Op de sofa in uw atelier liggen zag ik stapels foto’s liggen van de hoofdpersonen.
Sinds ik de opdracht kreeg, heb ik me gek gegoogeld. Ik zocht de juiste look, het juiste licht, want in de Nachtwacht heeft iedereen ook zijn eigen, speciale plek. Daar wilde ik dichtbij blijven.’

Schilder Tom van Wanrooy in zijn atelier. © Arie Kievit

Wie is uw favoriet binnen de Coronawacht?
‘Virologe Marion Koopmans, interessante figuur. Wat een sterke vrouw! Krijgt veel shit over zich via sociale media, praat daar openlijk over en blijft ondertussen bij haar verhaal. Irma Sluis is ook geweldig. Wie van haar niet houdt, die kan maar beter emigreren, naar de Noordpool of zo.’

thecartoonfactory.nl / schilderennaarrembrandt.nl

Klik op de plusjes in de interactieve afbeelding voor de ‘wie is wie’: 

De ‘echte’ Nachtwacht. © Rijksmuseum

De Bril – Kunst op het Haagse Slachthuisplein december 13, 2020

Posted by jandewandelaar in De Bril, den haag, laakhavens, Margriet Snaterse, muurkunst, Muurschildering, Nelly Lausberg van Os, stadsdeel laak.
Tags: , , , , , ,
add a comment

In Den Haag worden er in allerlei wijken gedichten op muren geplaatst. Bewoners konden zelf gedichten schrijven of een bekend gedicht uitkiezen en indienen. Dit gedicht is geschreven door Nelly Lausberg van Os en is te vinden onder de Galleria van het Slachthuisplein,…

Kees van Kooten op Haagse muur Leyweg hoek Gramsbergenlaan – de onthulling 10.12.2020 december 11, 2020

Posted by jandewandelaar in den haag, escamp, gevelkunst, Gramsbergenlaan, Kees van Kooten, kunst, Kunst in de Wijk, muurkunst.
Tags: , , , , , , , , , ,
add a comment

Zie ook: Kees van Kooten op Haagse muur Leyweg hoek Gramsbergenlaan

Muurtekst Kees van Kooten aangebracht in Escamp

Den HaagFM 12.12.2020 Op de muur van het woonblok, hoek Leyweg en Gramsbergenlaan, is sinds donderdagmiddag een tekst van Kees van Kooten te lezen.

Ter ere van zijn aanstaande 80e verjaardag vond initiatiefnemer Henk Augustijn het de hoogste tijd dat Van Kooten in zijn geboortestad geëerd werd voor zijn werk. Daarom is er in overleg met de gemeente en Vestia een muur gezocht in de buurt waar Van Kooten is opgegroeid.

Kees van Kooten was niet alleen deel van het vermaarde duo Van Koot&De Bie, maar hij was ook schrijver. “Voor een muurtekst kan je dus heel goed een gedicht van hem gebruiken”, zegt initiatiefnemer Augustijn tegen Den Haag FM. Maar ook als je naar de typetjes van Van Kooten en De Bie kijkt, dan zijn die typisch Haags, “ik moet er vreselijk om lachten, want je herkent het, die types zie je als het ware zo op straat lopen”, vertelt Augustijn, “Hij is dus ook belangrijk geweest voor de Haagse ‘kultuââârr’”.

Voor kunstenaar en uitvoerder van de muurtekst, Ringo Mollinger, is Van Kooten een levende legende. En hoewel een gekleurde wandschildering voor hem makkelijker te maken is, ziet hij in deze tekst wel een uitdaging, omdat je niet kunt smokkelen. En voorwaarde is dat de tekst vanaf de straat goed leesbaar zijn.

Augustijn is blij met de locatie, “het is een mooie zichtbare plek, bij een bushalte, dus dat kan niet beter eigenlijk”. Wat Augustijn het mooie aan de tekst vindt: “ook al weet je helemaal niks van de Nederlandse cultuur, of van Kees van Kooten of wat dan ook, dan kun je toch iets hebben aan die tekst”. En dat geldt zeker in een wijk als Escamp, waar heel erg wordt ingezet op verbinding van verschillende bewonersgroepen.

Ook stadsdichter Victor Meijer is blij met het eerbetoon. Tijdens een korte wandeling vanuit het portiek aan de Vreeswijklaan waar Van Kooten is opgegroeid, naar de muurschildering, vertelt Meijer: “Kees van Kooten is een icoon in Den Haag, letterkundig heeft die man, uiteraard samen met Wim de Bie, zoveel voorgesteld… een woordkunstenaar van het eerste uur”. En juist daarom vindt Meijer het mooi om naast de eervolle muurtekst ook zelf een ode te brengen aan Kees van Kooten…

‘Liefde is gratis’, zegt Kees van Kooten die terugkeert in zijn oude buurtje met een vrolijk makende muurtekst

AD 11.12.2020 Na The Motions, Mariska Veres en Q65 heeft kunstenaar Henk Augustijn opnieuw een Haagse held een prominente plek gegeven in het stadsbeeld. Aan de zijkant van een flat op de hoek van de Leyweg-Gramsbergenlaan prijkt sinds donderdagmiddag een muurtekst van schrijver, komiek en televisiemaker Kees van Kooten.

Letter voor letter ontvouwt graffiti-kunstenaar Ringo Mollinger de dichtregel die Augustijn heeft uitgekozen. Als eerste verschijnt een zwarte ‘L’ op de zachtgele muur. Dan komt een ‘i’, vervolgens de ‘e’  en zo verder tot het woordje liefde oprijst.

Lees ook;

Die fase van het spuitwerk levert al een bijzonder beeld op. Voorbijgangers en buspassagiers bij halte Meppelweg kijken met verwonderde blik naar de man op de hoogwerker. Twee uur later is het werk gedaan: ‘Liefde is gratis – zij wordt pas onbetaalbaar zodra je ze hebt’. Was getekend: Kees van Kooten.

Ringo Mollinger ontvouwt de letters van de tekst van Kees van Kooten

Ringo Mollinger ontvouwt de letters van de tekst van Kees van Kooten © Nico Heemelaar

Krachtwijk

De Gramsbergenlaan ligt in de wijk Morgenstond. In de ogen van beleidsmakers en ambtenaren een Vogelaarwijk, krachtwijk, achterstandswijk en prachtwijk. Wie van de huidige bevolking zou hier nog weten wie Kees van Kooten is? ,,Daarom is het zo belangrijk dat deze tekst er is gekomen”, zegt Henk Augustijn. ,,Het geboortehuis van Kees van Kooten bevindt zich om de hoek, een groot deel van zijn jeugd woonde hij in de Vreeswijkstraat. Hij is niet de enige bekende naam die deze buurt heeft opgeleverd. Vooral de Haagse rockscene van de jaren 60 zat hier. De jongens van Q65, Golden Earring en de Tielman Brothers kwamen er allemaal vandaan.”

Henk Augustijn is van 1957, groeide eveneens op in de wijk en woont er nog steeds. ,,Op straat keek je op als je ze zag lopen: mannen als zanger Wim Bielen van Q65 met lange haren tot halverwege de schouders”, zegt hij. ,,Ik woonde hier met mijn ouders en broer. Vier mensen in een klein flatje, dat was normaal. Op de kamer die ik met mijn broer deelde stond een stapelbed. Het was een buurt voor gewone mensen. Veel indo’s en een grote sociale cohesie.”

Radio Veronica

Uit het dit jaar verschenen boek 575 Haikoots – Haiku verzen van Kees van Kooten laat Augustijn een foto uit de wijk van vroeger zien: vier zorgeloze moeders in een uitvouwbare strandstoel op een speelweide tussen de flats die kenmerkend is voor de buurt. ,,Zo ging dat toen”, zegt Augustijn. ,,Overal werd gespeeld, gelachen en klonk Radio Veronica. De muurtekst moet weer iets terugbrengen van dat zorgeloze gevoel. Als er één iemand is die voor een lach zorgt, is het Kees van Kooten. Voor veel Hagenaars is hij een held.”

Augustijn vond de gekozen liefdesregel uit de haiku-bundel toepasselijk voor het werk van Van Kooten. ,,Ik heb hem om toestemming gevraagd”, zegt Augustijn. ,,Hij vertelde dat zowel hij als zijn collega Wim de Bie al jaren niets meer doet op publicitair gebied, maar hij juichte het idee van harte toe.”

Intussen is Augustijn al aan zijn volgende project begonnen: Harrie Jekkers in (‘Ik zou best nog wel een keertje net als vroeger’) in Moerwijk! 

Legendarisch

Kees van Kooten werd op 10 augustus 1941 geboren aan de Vreeswijkstraat 174 en woonde daar tot zijn 12de jaar. Na de lagere school ging hij naar het Dalton College, waar hij Wim de Bie ontmoette. Als Van Kooten en De Bie – vaak afgekort tot Koot en Bie – groeiden ze uit tot Nederlands belangrijkste satirici. Typetjes als Cor van der Laak, De Vieze Man, F. Jacobse (van het duo Jacobse & Van Es) en wethouder Hekking werden legendarisch. Als schrijver heeft Van Kooten tientallen boeken op zijn naam staan. Kees van Kooten, die al jaren in Amsterdam woont, is de vader van acteurs Kim en Kasper van Kooten.

De opmerkelijke geschiedenis van Het Lam Gods december 10, 2020

Posted by jandewandelaar in Het Lam Gods.
Tags:
add a comment

Grootste kunstmysterie van België oplossen? Dit zijn vier aanwijzingen | RTL Nieuws

RTL 09.12.2020 Het is één van de grootste onopgeloste kunstroven ter wereld: de vermissing van een deel van het schilderij Het Lam Gods in het Belgische Gent. Al bijna negentig jaar wordt er gezocht, maar tot op de dag van vandaag zonder succes. Wat kun je zelf doen in deze zoektocht? We vroegen het kunstdetective Arthur Brand.

“Het is zo’n geheimzinnig verhaal”, zegt Brand tegen RTL Nieuws. “Normaal gesproken geven ze het na honderd jaar wel op, maar nu zijn er best wat aanwijzingen. Het kán opgelost worden.”

Het uitgelichte paneel werd in 1934 gestolen en is sindsdien niet meer gevonden. © ANP / Belga

Brand werkte mee aan de populaire podcast ‘De Vlaamse Kunstroof‘, dat een inkijkje geeft in het speurwerk dat er is verricht naar het kunstwerk. “Natuurlijk is het mogelijk dat het deel nooit meer terugkomt. Maar ik schat de kans groter dat het stuk wel terugkomt. We moeten alleen nog uitvinden waar.”

De opmerkelijke geschiedenis van Het Lam Gods

Illegaal verkocht, vervalst, gesmokkeld, gegijzeld, vervalst en dertien keer gestolen: het kunstwerk kent een opmerkelijke geschiedenis. Het schilderij, bestaande uit twaalf panelen, werd in 1432 geïnstalleerd in de Sint-Baafskathedraal in Gent. In 1934 werden twee panelen gestolen waarvan er één, De Rechtvaardige Rechters, nooit werd teruggevonden. Daarom werd het paneel in 1941 vervangen door een kopie.

Sinds de diefstal hebben honderden speurders, helderzienden, kunstkenners en geschiedkundigen zich over de meest dolle hypotheses gebogen. De zoektocht duurt al bijna negentig jaar, maar levert vooralsnog niets op. Toch duiken er steeds weer nieuwe aanwijzingen op.

Een belangrijke verdachte is de Belgische koster Arsène Goedertier, die op zijn sterfbed eind 1934 zou hebben gezegd de locatie van het paneel te weten. Maar hij was volgens zijn advocaat niet meer in staat om dat exact te benoemen. Wel liet hij brieven achter, waar mysterieuze codes in zouden zitten.

Maar wat kun je zelf doen in de zoektocht naar het missende deel? Brand zet vier aanwijzingen op een rijtje.

1. Zit er iets in de brieven?

De verdachte Arsène Goedertier is een belangrijke naam in deze zaak.  Hij verwees op zijn sterfbed naar documenten die verborgen lagen in zijn huis.

Lees ook:

België hoopt na 85 jaar eindelijk mysterie De Rechtvaardige Rechters op te lossen

“Dat zijn vreemde brieven”, zegt Brand. “Uit die brieven zou je codes kunnen halen om te kraken. Wat zou hij bedoelen met deze opmerkingen? Hij zegt onder meer dat het werk niet zomaar weggehaald kan worden, omdat het op een openbare plek ligt.”

2. Neem een duik in zijn leven.

De tweede aanwijzing is: duik in het leven van Goedertier. Volgens Brand moet je op zoek naar plekken die hij goed kende. “Kruip in zijn hoofd. Hij was koster en kwam in veel Belgische kerken. Wat zijn voor hem logische plekken?”

Goedertier was nauw betrokken bij de Sint-Baafskathedraal, waar het kunstwerk zich bevindt. “Die kerk werd net verbouwd toen de brieven werden verstuurd. Kunstwerken worden vaak gevonden bij verbouwingen, maar deze al bijna negentig jaar niet. Daar kun je dus naar kijken.”

Lees ook:

België verbaast zich over ‘schokkende’ restauratie wereldberoemd Lam Gods

3. Wie waren de connecties?

Ook kun je kijken naar het netwerk van de verdachte Goedertier. Zo had hij veel contacten met politici. “Er is ook een vermoeden dat hij het kunstwerk heeft gestolen om geld op te halen voor een politieke partij of in opdracht van iemand anders.”

Ook zou het om een belangrijke Belgische familie kunnen gaan, zegt Brand. “Er worden een aantal families uit België genoemd waar hij nauw contact mee had. Wellicht was het wel in opdracht van die families.

4. Meegenomen door de Duitsers

Tot slot kan het missende deel gezocht worden bij de Duitsers. “Hitler had een persoonlijke missie om dit werk in handen te krijgen”, zegt Brand. “Er zijn theorieën dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers is meegenomen.”

Lees ook:

Lam Gods staat nu in 100 miljard pixels online

Eerder namen Duitsers al de rest van het schilderij mee naar hun land. “Mogelijk hebben ze ook het ontbrekende paneel meegenomen.” Volgens Brand kan er worden gekeken welke Duitse troepen er in die tijd in Gent zaten en wie er de leiding had over die troepen. Eerder leek er een spoor te zijn gevonden dat hij was aangetroffen bij een Duitse officier, maar dat bleek later onjuist.

Evenveel kans

Na al die jaren wordt de zoektocht in ieder geval nog niet opgegeven en ook Brand blijft optimistisch. “Iedereen heeft evenveel kans op deze zaak op te lossen, iemand moet het juiste muurtje doorbreken, iemand die de juiste code kraakt. Het zou iedereen kunnen lukken.”

Wisselende reacties op restauratie Lam Gods

Het idee was dat-ie hersteld zou worden in volle glorie, maar bij de onthulling van het wereldberoemde schilderij ‘Lam Gods’ waren de reacties op zijn zachtst gezegd kritisch.

RTL Nieuws; Schilderkunst Kunstroof Beeldende kunst België

zie ook: Paneel van De Aanbidding van het Lam Gods gevonden

zie ook: Altaarstuk ‘De Aanbidding van het Lam Gods’ terecht

Jacob Jordaens (1593-1678) De Heilige Familie december 8, 2020

Posted by jandewandelaar in De heilige familie, Jacob Jordaens, Sint-Gillis.
Tags: , ,
add a comment

Onder meer in het Pushkin Staatmuseum voor Schone Kunsten in Moskou is het werk van Jordaens te vinden.Ⓒ HOLLANDSE HOOGTE / BUITENLANDSE BUREAUS

Het schilderij werd jarenlang als een kopie beschouwd, maar blijkt nu de oudst gekende versie van ‘De Heilige Familie’ te zijn.

België met stomheid geslagen: ’replica’ blijkt meesterwerk

Telegraaf 08.12.2020  Een schilderij van de Vlaamse barokmeester Jacob Jordaens (1593-1678) is ontdekt in het stadhuis van Sint-Gillis, een deelgemeente van Brussel. Het gaat om een waar topwerk.

Het werk hing bijna zestig jaar in het kantoor van de wethouder van stedenbouw, zonder dat iemand in de gaten had dat het om een compositie van De Heilige Familie van Jordaens ging.

Het kostbare geschilderde paneel is geverifieerd als de oudste bekende versie van een compositie van De Heilige Familie die Jordaens gebruikte in drie andere schilderijen. Die werken zijn te vinden in de verzamelingen van het Metropolitan Museum in New York, de Hermitage in Sint-Petersburg en de Alte Pinakothek in München.

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium deed de „ongelooflijke ontdekking” tijdens een inventarisatie vorig jaar.

 Patrick Vanhoucke

@librarianbe

In het gemeentehuis van Sint-Gillis is een nieuw schilderij van de Antwerpse barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678) gevonden. Het schilderij werd jarenlang als een kopie beschouwd, maar blijkt nu de oudst gekende versie van ‘De Heilige Familie’ te zijn.

Nieuw kunstwerk van Antwerpse barokschilder Jacob Jordaens ontdekt in gemeentehuis Sint-Gillis

Het werk hing bijna 60 jaar lang in het kantoor van de schepen voor stedenbouw.

vrt.be 8:43 AM · Dec 8, 2020 6 See Patrick Vanhoucke’s other Tweets

Hout

Experts denken dat het werk van rond 1617-1618 dateert. Bovendien blijkt uit onderzoek dat barokschilder Anthony van Dyck (1599-1641) hout van dezelfde boom heeft gebruikt voor verschillende van zijn composities. Waarschijnlijk werkten de jonge Jordaens en Van Dyck tegelijkertijd in het atelier van Peter Paul Rubens in Antwerpen.

Het kunstwerk zal nu worden gerestaureerd en naar verwachting eind volgend jaar worden tentoongesteld in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Hoeveel het schilderij waard is, is niet bekend.

BEKIJK MEER VAN; schilderkunst bibliotheek en museum kunsttentoonstelling Jacob Jordaens

Belangrijk schilderij van barokschilder Jordaens ontdekt in Belgisch stadhuis

MSN 08.12.2020 Bij een inventarisatie van het stadhuis van Sint-Gillis bij Brussel is een belangrijk schilderij van de Zuid-Nederlandse barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678) ontdekt. Het schilderij hing al zestig jaar in het kantoor van een bestuurder van de kleine Belgische gemeente. Al die tijd was verondersteld dat het om een kopie ging. Diverse keren is het werk in het verleden door experts getaxeerd. Omdat het drie meter hoog aan een muur in het stadhuis hing, is het bij die taxaties mogelijk nooit van de muur gehaald.

Na onderzoek is vastgesteld dat het een vroeg werk van de meester zelf is. Het gaat om de oudste bekende versie van De Heilige Familie, een voorstelling die Jordaens ook gebruikte voor drie andere schilderijen. Deze werken maken deel van de prestigieuze verzamelingen van het Metropolitan Museum in New York, de Hermitage in Sint-Petersburg en de Alte Pinakothek in München.

Een jaar lang is onderzoek gedaan naar het schilderij, onder meer door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) en de experts van het Jordaens Van Dyck Panel Paintings Project. Dinsdag werd bekendgemaakt dat het schilderij met zekerheid is toe te schrijven aan Jacob Jordaens en dat 1617-1618 de meest waarschijnlijke datering is.

Atelier van Peter Paul Rubens

Uit dendrologisch onderzoek leerde men ook het een en ander over de jonge Jordaens. Het paneel van het ontdekte schilderij komt van dezelfde boom waar de jonge Antoon van Dyck (1599-1641), een ander meester van de barokke schilderkunst, hout van gebruikte voor verschillende van zijn composities. Dit versterkt de hypothese dat de jonge Jordaens en Van Dyck tegelijkertijd werkzaam waren in het atelier van Peter Paul Rubens.

De komende tijd zal De heilige familie verder worden onderzocht en gerestaureerd. Eind 2021 zal het schilderij in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel te zien zijn. Het werk zal er tentoongesteld worden in het hart van een van de belangrijkste verzamelingen van Jordaens ter wereld.

Resultaat onderzoek commissie-Ekkart – Roofkunst 2e wereldoorlog – de nasleep december 7, 2020

Posted by jandewandelaar in adolf hitler, commissie-Ekkart, DDR-kunstroof, Jacob Kohnstamm, museum, nazi-roofkunst, roofkunst, wo2.
Tags: , , , , , ,
2 comments

Restitutiebeleid aanpak nazi-roofkunst heeft gefaald !!

Drie kwart eeuw na het einde van de Tweede Wereldoorlog dient het Nederlandse restitutiebeleid voor nazi-roofkunst te worden herijkt en geïntensiveerd. Dat concludeert een door de Raad voor Cultuur ingestelde commissie die maandagmorgen rapport:eerde  aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66).

Telegraaf 08.12.2020

De commissie onder leiding van jurist en oud-politicus Jacob Kohnstamm is in het rapport Streven naar rechtvaardigheid kritisch over het huidige beleid. De Restitutiecommissie, die de regering sinds 2001 adviseert over teruggaveverzoeken, opereert te formalistisch en communiceert gebrekkig en onvoldoende empathisch met verzoekers. Zonder een toelichting te willen geven, nam de voorzitter van de Restitutiecommissie Alfred Hammerstein een week geleden ontslag.

Door een klein aantal afgewezen restitutieverzoeken heeft het aanvankelijk toonaangevende Nederlandse restitutiebeleid de afgelopen jaren schade opgelopen, constateren de onderzoekers. De oorzaak: de Restitutiecommissie ging het belang van de eiser van een geroofd kunstwerk afwegen tegen het belang van het museum om het te houden.

AD 08.12.2020

Erven beschuldigen commissie van partijdigheid bij teruggave oorlogskunst

Die belangenafweging viel een paar keer in het voordeel van musea uit, onder meer bij een kostbaar schilderij van Wassily Kandinsky in bezit van het Stedelijk Museum Amsterdam. „Te mooi om terug te geven”, was het sarcastische oordeel van de Süddeutsche Zeitung over het advies om niet te restitueren. Volgens twee internationale Joodse organisaties liep Nederland het risico tot paria van de kunstwereld te worden.

De commissie-Kohnstamm concludeert dat de belangenafweging „op onderdelen afbreuk doet aan het na te streven rechtsherstel”. Het beoordelen van teruggaveverzoeken dient volgens het rapport zo veel mogelijk gericht te zijn op restitutie.

Casus ?!

Het Amerikaanse Hooggerechtshof buigt zich maandag over een opmerkelijke roofkunstzaak. De hoogste rechterlijke instantie van de Verenigde Staten spreekt zich uit over het eigendom van de zogeheten Welfenschatz. Of beter gezegd: het hof spreekt zich erover uit óf Amerika zich er wel over uit mag spreken.

De Welfenschatz is een grote verzameling middeleeuwse relikwieën uit de Dom van Braunschweig die nu meer dan 200 miljoen dollar waard is. In de jaren dertig werd die door Joodse handelaren verkocht aan het naziregime. Onder druk tegen een veel te lage prijs, zeggen de nabestaanden, die nu in Amerika hun recht proberen te halen.

Dat zit zo. Buitenlandse regeringen en regeringsinstellingen kunnen normaal gesproken niet in de VS aangeklaagd worden als er geen Amerikaanse betrokkenheid bij de zaak is. Maar in de Amerikaanse wet is een uitzondering ingebouwd voor onteigening die in strijd is met het internationaal recht. Het Supreme Court zal beslissen of die uitzondering in deze zaak van toepassing is. Dat zet de deur open om de zaak door Amerikaanse rechters te laten behandelen, in plaats van door Duitse rechters.

Cadeau aan Hitler

De nabestaanden van een consortium van Joodse kunsthandelaren haalden eerder bakzeil bij de Duitse commissie die gaat over de teruggave van kunst die geroofd werd door de nazi’s. De handelaren kochten de Welfenschatz in 1929 aan en verkochten die in 1935 voor ongeveer de helft van de aankoopprijs aan de deelstaat Pruisen. De aankoop was een cadeau van nazikopstuk Hermann Göring, destijds premier van Pruisen, aan Adolf Hitler.

Volgens de Duitse commissie was er sprake geweest van normale onderhandelingen en niet van een gedwongen verkoop gelieerd aan de vervolging van Joden. De prijsdaling zou te wijten zijn geweest aan de grote economische crisis van de jaren dertig. Het grootste deel van de Welfenschatz is nu te zien in Berlijn.

AFP

AFP

AFP

AFP

AFP

Kunsthandelaar Saemy Rosenberg tekende namens zichzelf en andere kunsthandelaren voor de verkoop. De objecten bevonden zich destijds in een bankkluis in Amsterdam en werden verscheept naar Berlijn. Via Amsterdam en Londen, belandde Rosenberg zelf in New York, waar hij een kunsthandel opzette. Een kleinzoon van Rosenberg is de drijvende kracht achter de huidige zaak.

Lagere Amerikaanse rechters besloten dat de VS inderdaad over de zaak mag oordelen. Maar Duitsland vocht die beslissingen aan en zo belandde de zaak bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.

Slachtoffers van slavernij

In Amerika bestaat de vrees dat de uitspraak een doos van Pandora opent. Als het Hooggerechtshof toestaat dat soevereine staten in de VS vervolgd kunnen worden, zou het kunnen dat het in veel meer zaken gebeurt, schrijft de LA Times.

En het is mogelijk dat Amerika in andere landen wordt aangeklaagd voor zaken die Amerika z’n eigen onderdanen heeft aangedaan, vermoedde rechter Gregory Katsas uit Washington, die het oneens was met zijn collega’s die oordeelden dat de VS een uitspraak in de Welfenschatz-zaak kan doen: “Stel je voor hoe de VS zou reageren als een rechtbank in Europa zou oordelen over een claim van tientallen miljarden voor verlies van eigendom door slachtoffers van Amerikaanse slavernij of systemische raciale discriminatie.”

Katsas zei dat het tot diplomatieke spanningen met andere landen kan leiden als het Hooggerechtshof in het voordeel van de nabestaanden oordeelt in deze zaak. Ook de Solicitor General, de landsadvocaat van de Amerikaanse regering bij het Hooggerechtshof, wil dat de zaak wordt afgewezen. Volgens Jeffrey Wall geldt de wettelijke uitzondering niet omdat Duitsland in deze zaak bezit van eigen burgers heeft onteigend en niet van burgers van andere landen.

Advocaat Nicholas O’Donnell, die de nabestaanden bijstaat, vindt die redenering onzin: “Het staat buiten kijf dat nazi-Duitsland het internationale recht schond door eigendom te roven. Het naziregime nam Duitse Joden bescherming via de wet af vanaf het moment dat Hitler aan de macht kwam en verklaarde expliciet dat Joden niet ‘Duits’ waren.”

Meer: Kunstroof  NU

Zie ook: Resultaat onderzoek commissie-Ekkart – Roofkunst 2e wereldoorlog

Teruggavebeleid naziroofkunst moet actiever en beter

MSN 07.12.2020 Nederland moet weer actief en structureel de herkomst onderzoeken van kunst in collecties van Rijk, provincies en gemeenten, om uit te vinden of de werken in de Tweede Wereldoorlog onterecht in handen van anderen zijn geraakt. Dat ons land dat al sinds 2007 niet meer doet, is in strijd met internationale uitgangspunten.

Tegelijk moet de Restitutiecommissie, die de verzoeken om teruggave van families van oorspronkelijke eigenaren beoordeelt, aanvragers beter tegemoet treden. Dat staat in een rapport van de evaluatiecommissie restitutiebeleid naziroofkunst, dat maandag is gepresenteerd door voorzitter Jacob Kohnstamm.

Bij de behandeling van een verzoek mag bovendien geen afweging meer worden gemaakt van de belangen tussen het museum waar het werk hangt en degene die er recht op meent te hebben. “Herstel van onrecht” staat voorop. Tevens moeten er nieuwe, heldere criteria komen voor de beoordeling van de verzoeken om teruggave, want de huidige zijn te onduidelijk voor aanvragers.

Helpdesk

De evaluatiecommissie adviseert ook een helpdesk op te zetten die actief informatie geeft over restitutie in binnen- en buitenland. En “als het herkomstonderzoek daar aanleiding toe geeft, moet de helpdesk de oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen actief benaderen.” Soms hebben bijvoorbeeld kleinkinderen zelf geen idee van de waardevolle spullen, doordat hun grootouders na de oorlog wel met andere dingen bezig waren dan met kunst, aldus Kohnstamm.

Onder het naziregime zijn veel kunstwerken uit het bezit van Joden en andere vervolgde groepen geraakt. Na de Tweede Oorlog bezorgden de geallieerden veel terug aan de oorspronkelijke landen, waarop de goederen veelal in musea kwamen. Er zijn er volgens Kohnstamm nog circa 4000 in de Nederlandse museumcollecties. Ook zijn daar werken die eveneens door de oorlog op drift raakten, maar later gewoon door musea zijn gekocht.

Herstellen van onrecht

Dat de belangen van de musea geen rol meer mogen spelen als blijkt dat nazaten echt recht hebben op bepaalde kunst, lijkt noch Kohnstamm, noch cultuurminister Ingrid van Engelshoven, die het rapport in ontvangst nam, een probleem voor de toekomst. Beiden zeggen te hebben gemerkt dat museumdirecties eenvoudigweg helemaal geen naziroofkunst meer in huis willen als de rechtmatige eigenaar bekend is. En ook de bewindsvrouw stelde dat het herstellen van onrecht voor alles moet gaan.

Het Centraal Joods Overleg (CJO) reageert met instemming op het rapport. “De teruggave van roofkunst behoort geen ander doel te hebben dan het vreselijke onrecht dat de nazislachtoffers is aangedaan, binnen de mogelijkheden die er nu nog zijn, te herstellen.”, aldus het CJO. Een belangenafweging is “onethisch”.

Onderzoek naziroofkunst moet hervat: waarom teruggave langzaam verloopt

NU 07.12.2020 Het onderzoek naar de herkomst van naziroofkunst moet zo snel mogelijk worden hervat volgens de Raad voor Cultuur. Maar hoe krijgen nazaten kunst die door de nazi’s voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog van hun families is gestolen nu nog terug? Drie vragen en antwoorden.

Wat wordt verstaan onder naziroofkunst?

Mensen maken hier nog weleens een denkfout, zegt kunstdetective Arthur Brand, die verschillende families bijstaat in het terugkrijgen van naziroofkunst. Niet alleen schilderijen, beelden, juwelen, servies en andere kunstwerken die door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn buitgemaakt worden verstaan onder naziroofkunst. “Dat begint al vanaf de dag dat Adolf Hitler de macht in Duitsland overneemt, in 1933.”

Hitler was een groot kunstliefhebber en zag in de kunst het ideale propagandamiddel, aldus Brand. In de jaren dertig hadden vooral Joodse families hoogwaardige kunst in bezit. “En dus verzon Hitler eerst allerlei trucjes om de kunst van de Joden af te pakken. Ze kregen een hoge belastingaanslag zodat ze gedwongen waren de kunstcollectie te verkopen aan de staat. Beetje bij beetje werd het ze allemaal afgepakt. Uiteindelijk kwam er steeds meer geweld bij kijken.”

De werken die nazi’s over heel Europa innamen, werden verkocht op veilingen. Brand: “Aan andere verzamelaars. De nazi’s konden moeilijk zeggen dat ze de werken hadden afgepakt van de Joden en zwegen over de herkomst. Mensen die het wilden kopen, konden dan zeggen: er is toch niets mis mee? De nazi’s wisten heel mooi te verdoezelen dat het roofkunst was.”

De roofkunst verspreidde zich dus over de hele wereld zonder dat de handelaren en verzamelaars wisten dat het was afgepakt van vooral Joodse families. Zo ontdekte Brand in 2015 dat in Paleis Het Loo in Apeldoorn zeven serviesstukken stonden die in 1934 waren afgenomen van een Duits-Joodse bankier. Koningin Juliana had in de jaren zeventig een deel van het porselein aangekocht. Het was onderdeel van de Rijkscollectie.

Arthur Brand is kunstdetective en staat verschillende families bij in het terugkrijgen van naziroofkunst. (Foto: ANP)

Waarom moet naziroofkunst nu nog terug?

Brand krijgt vaak dezelfde vraag van mensen: is het niet wat overdreven dat er nu nog naziroofkunst wordt teruggeven aan de kleinkinderen? Absoluut niet, benadrukt de Deventenaar. “Je kan best denken dat het lang geleden is, maar je moet niet vergeten dat pas in de laatste tien jaar de nazaten de kans krijgen stukken terug te krijgen. Tot 2010 werden ze weggelachen en weggestuurd. Het is heel belangrijk dat die mensen genoegdoening krijgen.”

Een kentering was de Washington Principles, een verklaring uit 1998 waarin de aangesloten landen, waaronder Nederland, afspraken dat Joodse families hun verloren kunstwerken kunnen terugkrijgen als ze genoeg bewijs hebben. Het ging destijds om zo’n 600.000 kunstwerken. “Maar dan nog is het keihard strijden voor die families”, stelt Brand.

Nederland wordt beschouwd als een van de voorlopers op het gebied van teruggave van naziroofkunst aan Joodse families. Als een van de weinige landen in de wereld is er een Restitutiecommissie waar de nazaten een claim kunnen indienen. Die commissie onderzoekt de herkomst van het betreffende kunstwerk. Als de familieleden in het gelijk worden gesteld, krijgen ze het werk terug.

Maar zo makkelijk gaat dat allemaal niet, ondervindt Brand. “Vanaf dit jaar is de wet veranderd en is het in Nederland een stuk moeilijker om kunst terug te krijgen. Ook al kunnen Joodse families bewijzen dat iets van hen is geweest, ze krijgen het niet terug als het werk in nationaal belang voor Nederland behouden moet blijven.”

In 1950 werd in het Rijksmuseum in Amsterdam een tentoonstelling gehouden waar Joodse families hun gestolen kunstwerk konden terugkrijgen. (Foto: BrunoPress)

Waarom doet Nederland zo moeilijk?

In Nederland bevinden zich nu volgens de Raad voor Cultuur naar schatting 3.750 door de nazi’s geroofde kunstwerken, die na de Tweede Wereldoorlog wel zijn teruggehaald maar nog niet zijn teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar. 167 werken zouden zich bevinden in museumcollecties.

Volgens Brand ligt een deel van het probleem bij de musea. “Ik heb directeuren meegemaakt die met het schaamrood op de kaken niet meer weten wat ze zeggen moeten. Ze werken hard om het stuk terug te krijgen bij de eigenaren. En je maakt musea mee die er alles aan doen om het niet terug te geven. Allebei de groepen zijn een derde van het totaal. Een derde zweeft ertussenin.”

“Je wordt tegengewerkt uit alle hoeken en gaten”, vervolgt de kunstdetective. “Het is echt een nationale schande, zo mag je het best noemen. Veel staten en musea proberen te vertragen. Ze denken: binnenkort is toch iedereen dood. In plaats van dat de Restitutiecommissie de duimschroeven had aangedraaid, hadden ze juist de teugels moeten laten vieren. Dat neem ik ze wel kwalijk. De Joodse families zien het ook niet meer zitten.”

Op de hoofdfoto boven in het artikel: borden uit het zogenaamde Meissen-servies in het Rijksmuseum. Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en drie andere musea hebben waarschijnlijk roofkunst in hun bezit. Het gaat om porseleinen serviesgoed van de Joodse bankiersfamilie Gutmann, dat in 1934 onder dwang van de nazi’s is geveild.

Aanbevolen artikelen;

Raad voor Cultuur: ‘Geloofwaardigheid NIOD rond naziroofkunst in geding’

Advies aan kabinet: Hervat structureel onderzoek naar herkomst naziroofkunst

Lees meer over: Kunstroof  Tweede Wereldoorlog  nazi’s  joden  Boek & Cultuur  Media en Cultuur

RAAD VOOR CULTUUR ‘Ga weer zoeken naar herkomst naziroof­kunst’

AD 07.12.2020 Nederland onderzoekt al dertien jaar niet meer waar door nazi’s geroofde kunst vandaan komt. Dat is in strijd met internationale afspraken, zegt de Raad voor Cultuur in een vandaag verschenen rapport.

Alle kunst die de nazi’s roofden tijdens de Tweede Wereldoorlog moest, conform de droom van Hitler, in het Führermuseum komen te hangen. In plaats daarvan brachten de geallieerden na de oorlog een deel van die kunst terug naar het land van herkomst. Zo landde in oktober 1945 een vliegtuig met 26 schilderijen van Rembrandt, Rubens en Steen in Nederland. Met dank aan de toenmalige generaal en latere president Eisenhower.

Lees ook;

Dat transport was het startsein voor de terugkomst van veel meer werken, meldt het voorwoord van het rapport Streven naar rechtvaardigheid van de Raad voor Cultuur. De totale verzameling beslaat nu zo’n 3800 stukken en staat bekend als de Nederlands Kunstbezit-collectie.

In 1998 maakten 44 landen afspraken over de restitutie van door nazi’s geroofde kunst aan de oorspronkelijke eigenaars, de zogeheten Washington Principles. Daarin werd bijvoorbeeld afgesproken dat landen onderzoek doen naar de herkomst van de stukken. Maar daarmee stopte Nederland, abrupt, in 2007.

Geroofde stukken

Waarom? Jacob Kohnstamm, die voor de Raad voor Cultuur het Nederlandse restitutiebeleid evalueerde, heeft geen idee. ,,We kunnen alleen vaststellen dat het onderzoek is geëindigd. Dat is in strijd met de Washington Principles”, vertelt hij via Zoom. Het onderzoek moet volgens hem ‘echt zo snel mogelijk’ worden hervat. Zo’n studie naar de herkomst van de geroofde stukken duurt zo’n vier jaar en kost in totaal drie miljoen euro, heeft Kohnstamm laten berekenen.

Als de oorspronke­lij­ke eigenaars in de oorlog zijn vermoord in kampen, wéten kinderen, kleinkinde­ren en achter­klein­kin­de­ren niet eens dat ze recht hebben op een erfstuk

Jacob Kohnstamm

Als de herkomst is achterhaald, moet een speciale ‘helpdesk’ vervolgens nabestaanden benaderen, adviseert commissievoorzitter Kohnstamm het kabinet. Geen helpdesk waar mensen naartoe kunnen bellen dus, maar eentje die zélf mensen belt. ,,Die dan moet zeggen: er iets is gevonden van uw grootouders, u zou kunnen kijken of u het gerestitueerd kunt krijgen.” De minister van Cultuur moet daarvoor verantwoordelijk worden. Nu zijn de regels voor teruggave volgens hem ‘totaal ondoorzichtig’.

Na zo’n tachtig jaar wordt het steeds moeilijker te achterhalen waar stukken vandaan komen. Kohnstamm wijst naar de imposante boekenkast achter hem. ,,Die kast is van mijn overgrootmoeder geweest. Dat weet ik, omdat die levend werd overgedragen en zo bij mij is terechtgekomen. Maar als de oorspronkelijke eigenaars in de oorlog zijn vermoord in kampen, wéten kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen niet eens dat ze recht hebben op een erfstuk.”

Zilveren theeservies

Toch kan er nu technologisch meer dan in 2007, zegt Kohnstamm. ,,De mogelijkheden om te zoeken zijn tig maal verbeterd.” Bovendien heeft hij gehoord dat van sommige schilderijen in de Nederlandse Kunstbezit-collectie niet eens de achterkant van het doek is bestudeerd. Daarop staan vaak namen en data, die een belangrijke aanwijzing kunnen zijn.

Het klinkt misschien wrang, maar de nazi’s konden wel heel goed boekhouden. Soms is de herkomst toch te achterha­len, aldus Jacob Kohnstamm.

Dat geldt niet voor alle stukken: op een zilveren theeservies of Perzisch tapijt staat niets gekrabbeld. Dan is het ‘een waanzinnig moeilijke puzzel’, ook al is die niet per se onoplosbaar, zegt Kohnstamm. ,,Het klinkt misschien wrang, maar de nazi’s konden wel heel goed boekhouden. Soms is de herkomst toch te achterhalen.”

Struikelsteen met vier messing plaatjes.

Struikelsteen met vier messing plaatjes. © Gemeente ‘s-Hertogenbosch

Net na de oorlog was er weinig aandacht voor geroofde schilderijen. Door de wederopbouw belandde die kwestie ‘in het vergeethoekje’. Halverwege de jaren negentig kwam die aandacht er wel. ,,Mensen beweren weleens dat de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog afneemt. Maar in veel plaatsen zie je overal struikelstenen (Duits kunstproject van gedenktekens in het trottoir van woningen waar door nazi’s verdreven mensen woonden, red.). Herdenken is nu veel intensiever.”

Met de toenemende aandacht voor herdenken, kwam ook het besef rond hoe slecht de joden na de oorlog behandeld werden. ,,Onwaarschijnlijk slecht. Joden die de kampen overleefden, hebben we niet eens hun huizen teruggegeven.” Het is een van de redenen waarom Kohnstamm zegt dat bij restitutie van naziroofkunst dat in het bezit is van musea het belang van het museum ondergeschikt is aan het belang van nabestaanden. ,,Rechtsherstel is belangrijker.”

Struikelsteen

Wat niet wegneemt dat nabestaanden en musea ook ‘een middenweg’ kunnen vinden, maar alleen als een museum kan aantonen dat het werk ooit ter goeder trouw is gekocht: bruikleen, uitkopen of andere afspraken. ,,Een plaquette met uitleg naast het kunstwerk bijvoorbeeld. Dat is ook een vorm van struikelsteen.”

Al begrijpt Kohnstamm dat het onrecht van de oorlog nooit ongedaan gemaakt kan worden. ,,De ontmenselijking, beroofd, vermoord. Het enige wat blijkbaar rest, zijn de nooit teruggegeven huizen en kunst. Die kun je aanraken. Van al het leed is dat het enige wat overblijft waar je nog iets mee kan.”

Dat betekent ook dat het restitutiebeleid, ook als dat na zijn aanbevelingen wordt verbeterd, nooit helemaal goed zal zijn. ,,Het onrecht herstellen dat joden is aangedaan in de periode 1933-1945, kan niet.” Ook als je 250 procent empathie hebt , zegt hij, red je het niet iedereen tevreden te stellen. ,,Maar je moet het wél proberen.”

’Jacht op nazi-roofkunst heropenen’

Telegraaf 07.12.2020  Nederland moet ervoor zorgen dat door de nazi’s geroofde kunst terugkeert naar de (nabestaanden van de) Joodse eigenaren. Dat schrijft de Raad voor Cultuur in een advies aan minister Van Engelshoven (Cultuur).

Sinds 2007 vindt er geen structureel onderzoek meer plaats naar de herkomst van naziroofkunst en het naspeuren van de oorspronkelijke Joodse eigenaren. Waarom dat het geval is, weet de Raad niet precies. Het Bureau Herkomst Gezocht hield in dat jaar op te bestaan, maar er is geen formeel besluit genomen om onderzoek naar naziroofkunst te staken. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen was destijds de gedachte: we weten voldoende. „Er zijn nu veel technische ontwikkelingen: archieven worden gedigitaliseerd en zijn makkelijker doorzoekbaar.”

Hoe dan ook had het stoppen van het onderzoek niet mogen gebeuren, vindt de Raad, omdat het in strijd met internationale afspraken waaraan Nederland zich zegt te houden.

Rijkscollectie

Er bevinden zich naar schatting nog zo’n 3.700 kunstwerken in de Rijkscollectie die door de nazi’s zijn gestolen van Joden. Ze zijn na de Tweede Wereldoorlog door de geallieerden terug naar Nederland gebracht om uiteindelijk bij de rechtmatige eigenaar terug te keren. Daarnaast bevindt zich nog roofkunst in privé-collecties en musea.

BEKIJK OOK:

Joodse erfgenamen versus Stedelijk Museum: ruzie over roofkunst

Tijdens de bezetting werd een enorme hoeveelheid cultuurgoederen geroofd van Joden en andere vervolgde groepen. In de eerste jaren na de oorlog zijn circa 450 schilderijen teruggebracht naar de eigenaren. In de jaren vijftig zijn circa 4.000 voorwerpen geveild, waarvan ongeveer 1.700 schilderijen, maar ook keramiek, sieraden, tekeningen en boeken. Sinds 2002 zijn er 1.620 kunstwerken teruggeven.

Restitutie

Het ontbreekt volgens de onderzoekers aan duidelijke criteria op grond waarvan teruggave wordt beoordeeld. Die vuistregels moeten er wel komen, bepleit de Raad voor Cultuur. Ook moet er een helpdesk komen die informatie geeft over het restitutiebeleid in binnen- en buitenland en die mensen op weg helpt die ijveren voor teruggave.

BEKIJK OOK:

In 1940 door nazi’s geroofde Van Gogh kan 18 miljoen opbrengen

BEKIJK MEER VAN; bibliotheek en museum Raad voor Cultuur Nederland

’Jacht op nazi-roofkunst heropenen’

MSN 07.12.2020 Nederland moet ervoor zorgen dat door de nazi’s geroofde kunst terugkeert naar de (nabestaanden van de) Joodse eigenaren. Dat schrijft de Raad voor Cultuur in een advies aan minister Van Engelshoven (Cultuur).

Sinds 2007 vindt er geen structureel onderzoek meer plaats naar de herkomst van naziroofkunst en het naspeuren van de oorspronkelijke Joodse eigenaren. Waarom dat het geval is, weet de Raad niet precies. Het Bureau Herkomst Gezocht hield in dat jaar op te bestaan, maar er is geen formeel besluit genomen om onderzoek naar naziroofkunst te staken. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen was destijds de gedachte: we weten voldoende. „Er zijn nu veel technische ontwikkelingen: archieven worden gedigitaliseerd en zijn makkelijker doorzoekbaar.”

Hoe dan ook had het stoppen van het onderzoek niet mogen gebeuren, vindt de Raad, omdat het in strijd met internationale afspraken waaraan Nederland zich zegt te houden.

Rijkscollectie

Er bevinden zich naar schatting nog zo’n 3.700 kunstwerken in de Rijkscollectie die door de nazi’s zijn gestolen van Joden. Ze zijn na de Tweede Oorlog door de geallieerden terug naar Nederland gebracht om uiteindelijk bij de rechtmatige eigenaar terug te keren. Daarnaast bevindt zich nog roofkunst in privé-collecties en musea.

Tijdens de bezetting werd een enorme hoeveelheid cultuurgoederen geroofd van Joden en andere vervolgde groepen. In de eerste jaren na de oorlog zijn circa 450 schilderijen teruggebracht naar de eigenaren. In de jaren vijftig zijn circa 4.000 voorwerpen geveild, waarvan ongeveer 1.700 schilderijen, maar ook keramiek, sieraden, tekeningen en boeken. Sinds 2002 zijn er 1.620 kunstwerken teruggeven.

Restitutie

Het ontbreekt volgens de onderzoekers aan duidelijke criteria op grond waarvan teruggave wordt beoordeeld. Die vuistregels moeten er wel komen, bepleit de Raad voor Cultuur. Ook moet er een helpdesk komen die informatie geeft over het restitutiebeleid in binnen- en buitenland en die mensen op weg helpt die ijveren voor teruggave.

Advies aan kabinet: Hervat structureel onderzoek naar herkomst naziroofkunst

MSN 07.12.2020 De Raad voor Cultuur adviseert minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) maandag om het structureel onderzoek naar de herkomst van naziroofkunst zo spoedig mogelijk te hervatten. Dat onderzoek ligt, ondanks internationale afspraken die Nederland in 1998 ondertekende, stil sinds 2007.

“Hoe langer de regering wacht met het hervatten van herkomstonderzoek, hoe meer direct betrokkenen overleden zullen zijn”, aldus de Raad voor Cultuur in het adviesrapport Streven naar Rechtvaardigheid van de Evaluatiecommissie restitutiebeleid naziroofkunst.

De Raad voor Cultuur constateert dat het onderzoek naar de herkomst van naziroofkunst sinds 2007 niet meer structureel plaatsvindt. Ook na eigen onderzoek voor het adviesrapport is de reden hiervoor niet duidelijk geworden, laat het adviesorgaan maandag weten aan NU.nl.

“Het onderzoek van Bureau Herkomst Gezocht (een orgaan binnen het Nationaal Archief dat zich bezighield met mogelijke roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog, red.) was destijds nog niet op alle onderdelen afgerond”, aldus het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het gebied van kunst, cultuur en media. “En nieuwe inzichten en praktijken rechtvaardigen dat dit onderzoek weer wordt voortgezet.”

OCW: ‘In 2007 dachten we voldoende te weten’

Volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is er vanaf 2000 veel onderzoek gedaan naar de herkomst van kunstvoorwerpen die de geallieerden uit Duitsland naar Nederland brachten. “In 2007 was de gedachte daarover: we weten voldoende”, geeft een woordvoerder van het ministerie hierover uitleg aan NU.nl.

In individuele zaken rond het teruggeven van naziroofkunst wordt volgens OCW nog wel herkomstonderzoek uitgevoerd. Het ministerie laat weten dat instellingen hun eigen verantwoordelijkheid hebben voor het herkomstonderzoek naar hun collecties.

‘Onderzoek achterkant schilderijen niet afgerond’

“Niet alle achterkanten van schilderijen zijn bekeken”, geeft Jacob Kohnstamm, voorzitter van de evaluatiecommissie rond naziroofkunst, in gesprek met NU.nl een voorbeeld van ontbrekend onderzoek door bijvoorbeeld musea. “Ook zijn er nieuwe archieven, studies en databases beschikbaar die tot meer kennis over de herkomst van objecten kunnen leiden.”

Het adviesorgaan motiveert het advies om herkomstonderzoek weer structureel te laten plaatsvinden met de opmerking dat het belangrijk is dat de vergaarde kennis structureel wordt bijgehouden en geactualiseerd aan de hand van de nieuwste bronnen.

‘Website Herkomst Gezocht niet actueel’

“De database op de website Herkomst Gezocht is niet geactualiseerd, waardoor bijvoorbeeld niet wordt vermeld welke objecten inmiddels al gerestitueerd zijn”, licht Kohnstamm toe. “Daarnaast kunnen die nieuwe bronnen leiden tot nieuwe kennis over de rechthebbenden, waardoor zij ook teruggaveverzoeken kunnen indienen.”

Het onderzoek weer oppakken zal volgens de raad de komende vier jaar ongeveer 3 miljoen euro gaan kosten.

In Nederland naar schatting 3.750 door nazi’s geroofde kunstwerken

In Nederland bevinden zich nu volgens de Raad voor Cultuur naar schatting 3.750 door de nazi’s geroofde kunstwerken, die na de Tweede Wereldoorlog wel zijn teruggehaald maar nog niet zijn teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar. 167 werken met dubieuze herkomst zouden zich bevinden in museumcollecties.

Het structurele herkomstonderzoek naar door de nazi’s geroofde kunst is onderdeel van de Washington Principles. Die internationale afspraken rondom naziroofkunst bieden een leidraad voor staten om de geroofde kunst te onderzoeken en terug te geven aan de rechtmatige eigenaar.

Wereldwijd honderdduizenden kunstwerken geroofd door de nazi’s

Nederland ondertekende de principes in 1998, samen met 43 andere landen. In Nederland adviseert een restitutiecommissie over het al dan niet teruggeven van kunstwerken die mogelijk geroofd zijn in het nazitijdperk.

Wereldwijd zouden ten tijde van het opstellen van de Washington Principles naar schatting 600.000 kunstwerken terug moeten naar de Joodse families van wie ze in het nazitijdperk, tussen 1933 en 1945, zouden zijn geroofd. Geschat werd toen dat daarvan 100.000 kunstwerken vermist waren.

Kritisch rapport: de restitutie van nazi-roofkunst schiet tekort

MSN 07.12.2020 Drie kwart eeuw na het einde van de Tweede Wereldoorlog dient het Nederlandse restitutiebeleid voor nazi-roofkunst te worden herijkt en geïntensiveerd. Dat concludeert een door de Raad voor Cultuur ingestelde commissie die maandagmorgen rapporteerde aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66).

De commissie onder leiding van jurist en oud-politicus Jacob Kohnstamm is in het rapport Streven naar rechtvaardigheid kritisch over het huidige beleid. De Restitutiecommissie, die de regering sinds 2001 adviseert over teruggaveverzoeken, opereert te formalistisch en communiceert gebrekkig en onvoldoende empathisch met verzoekers. Zonder een toelichting te willen geven, nam de voorzitter van de Restitutiecommissie Alfred Hammerstein een week geleden ontslag.

Door een klein aantal afgewezen restitutieverzoeken heeft het aanvankelijk toonaangevende Nederlandse restitutiebeleid de afgelopen jaren schade opgelopen, constateren de onderzoekers. De oorzaak: de Restitutiecommissie ging het belang van de eiser van een geroofd kunstwerk afwegen tegen het belang van het museum om het te houden.

Erven beschuldigen commissie van partijdigheid bij teruggave oorlogskunst

Die belangenafweging viel een paar keer in het voordeel van musea uit, onder meer bij een kostbaar schilderij van Wassily Kandinsky in bezit van het Stedelijk Museum Amsterdam. „Te mooi om terug te geven”, was het sarcastische oordeel van de Süddeutsche Zeitung over het advies om niet te restitueren. Volgens twee internationale Joodse organisaties liep Nederland het risico tot paria van de kunstwereld te worden.

De commissie-Kohnstamm concludeert dat de belangenafweging „op onderdelen afbreuk doet aan het na te streven rechtsherstel”. Het beoordelen van teruggaveverzoeken dient volgens het rapport zo veel mogelijk gericht te zijn op restitutie.

Het huidige restitutiebeleid vertoont volgens de onderzoekers meer tekortkomingen. Het beleid is niet transparant en de Restitutiecommissie communiceert onhelder over procedures. Gepleit wordt voor een helpdesk onder ministeriële verantwoordelijkheid. Die zou in binnen- en buitenland informatie moeten verstrekken over het Nederlandse restitutiebeleid.

Het onderzoek naar nazi-roofkunst ligt al sinds 2007 stil. Omdat dat in strijd is met een door Nederland ondertekend verdrag krijgt de minister het advies weer actief op zoek te gaan naar rechthebbenden van de 3.750 uit Duitsland gerecupereerde kunstwerken die na de Tweede Wereldoorlog aan de Nederlandse staat zijn toegevallen, en waarvan nog altijd onduidelijk is van wie ze zijn geroofd.

Het Expertisecentrum Restitutie bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies zou met 3 miljoen euro subsidie het herkomstonderzoek de komende vier jaar kunnen uitvoeren. In tegenstelling tot eerdere adviezen stelt de commissie Kohnstamm voor om geen einddatum voor de restitutie van nazi-roofkunst in te stellen.

De commissie stelt ook de mogelijkheid voor om claimanten en musea door de Restitutiecommissie te laten horen. Voorzitter Kohnstamm zegt vandaag in gesprek met NRC dat die hoorzittingen kansen bieden op alternatieve oplossingen. „Onze taxatie is dat de emotionele band die de claimant voelt met de geschiedenis vaak zwaarder weegt dan de band met het kunstwerk.”

Jacob Kohnstamm: ‘Is er een rechthebbende, dan moet je restitueren’ !!

Amerikaans Hooggerechtshof buigt zich over Duitse roofkunstzaak

NOS 07.12.2020 Het Amerikaanse Hooggerechtshof buigt zich maandag over een opmerkelijke roofkunstzaak. De hoogste rechterlijke instantie van de Verenigde Staten spreekt zich uit over het eigendom van de zogeheten Welfenschatz. Of beter gezegd: het hof spreekt zich erover uit óf Amerika zich er wel over uit mag spreken.

De Welfenschatz is een grote verzameling middeleeuwse relikwieën uit de Dom van Braunschweig die nu meer dan 200 miljoen dollar waard is. In de jaren dertig werd die door Joodse handelaren verkocht aan het naziregime. Onder druk tegen een veel te lage prijs, zeggen de nabestaanden, die nu in Amerika hun recht proberen te halen.

Dat zit zo. Buitenlandse regeringen en regeringsinstellingen kunnen normaal gesproken niet in de VS aangeklaagd worden als er geen Amerikaanse betrokkenheid bij de zaak is. Maar in de Amerikaanse wet is een uitzondering ingebouwd voor onteigening die in strijd is met het internationaal recht. Het Supreme Court zal beslissen of die uitzondering in deze zaak van toepassing is. Dat zet de deur open om de zaak door Amerikaanse rechters te laten behandelen, in plaats van door Duitse rechters.

Cadeau aan Hitler

De nabestaanden van een consortium van Joodse kunsthandelaren haalden eerder bakzeil bij de Duitse commissie die gaat over de teruggave van kunst die geroofd werd door de nazi’s. De handelaren kochten de Welfenschatz in 1929 aan en verkochten die in 1935 voor ongeveer de helft van de aankoopprijs aan de deelstaat Pruisen. De aankoop was een cadeau van nazikopstuk Hermann Göring, destijds premier van Pruisen, aan Adolf Hitler.

Volgens de Duitse commissie was er sprake geweest van normale onderhandelingen en niet van een gedwongen verkoop gelieerd aan de vervolging van Joden. De prijsdaling zou te wijten zijn geweest aan de grote economische crisis van de jaren dertig. Het grootste deel van de Welfenschatz is nu te zien in Berlijn.

AFP

AFP

AFP

AFP

AFP

Kunsthandelaar Saemy Rosenberg tekende namens zichzelf en andere kunsthandelaren voor de verkoop. De objecten bevonden zich destijds in een bankkluis in Amsterdam en werden verscheept naar Berlijn. Via Amsterdam en Londen, belandde Rosenberg zelf in New York, waar hij een kunsthandel opzette. Een kleinzoon van Rosenberg is de drijvende kracht achter de huidige zaak.

Lagere Amerikaanse rechters besloten dat de VS inderdaad over de zaak mag oordelen. Maar Duitsland vocht die beslissingen aan en zo belandde de zaak bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.

Slachtoffers van slavernij

In Amerika bestaat de vrees dat de uitspraak een doos van Pandora opent. Als het Hooggerechtshof toestaat dat soevereine staten in de VS vervolgd kunnen worden, zou het kunnen dat het in veel meer zaken gebeurt, schrijft de LA Times.

En het is mogelijk dat Amerika in andere landen wordt aangeklaagd voor zaken die Amerika z’n eigen onderdanen heeft aangedaan, vermoedde rechter Gregory Katsas uit Washington, die het oneens was met zijn collega’s die oordeelden dat de VS een uitspraak in de Welfenschatz-zaak kan doen: “Stel je voor hoe de VS zou reageren als een rechtbank in Europa zou oordelen over een claim van tientallen miljarden voor verlies van eigendom door slachtoffers van Amerikaanse slavernij of systemische raciale discriminatie.”

Katsas zei dat het tot diplomatieke spanningen met andere landen kan leiden als het Hooggerechtshof in het voordeel van de nabestaanden oordeelt in deze zaak. Ook de Solicitor General, de landsadvocaat van de Amerikaanse regering bij het Hooggerechtshof, wil dat de zaak wordt afgewezen. Volgens Jeffrey Wall geldt de wettelijke uitzondering niet omdat Duitsland in deze zaak bezit van eigen burgers heeft onteigend en niet van burgers van andere landen.

Advocaat Nicholas O’Donnell, die de nabestaanden bijstaat, vindt die redenering onzin: “Het staat buiten kijf dat nazi-Duitsland het internationale recht schond door eigendom te roven. Het naziregime nam Duitse Joden bescherming via de wet af vanaf het moment dat Hitler aan de macht kwam en verklaarde expliciet dat Joden niet ‘Duits’ waren.”

Koloniale Roofkunst terug naar land van herkomst – nasleep december 7, 2020

Posted by jandewandelaar in Afrika, koloniale tijdperk, kunst, kunstroof, Nationaal Museum van Wereldculturen, roofkunst, slavernij.
Tags: , , , , ,
add a comment

Erfgoed teruggeven

De Raad voor Cultuur adviseerde begin oktober dat Nederland al het koloniaal erfgoed moet teruggeven aan de herkomstlanden, als redelijk zeker kan worden aangetoond dat die landen de stukken onvrijwillig zijn kwijtgeraakt. Het gaat om kunststukken die zijn veroverd tijdens koloniale oorlogen of toen Indonesië en Suriname in handen waren van Nederland.

Nederlandse Universiteiten en musea gaan onderzoeken wat er met objecten uit koloniale collecties moet gebeuren. “In Nederland en onze buurlanden woedt discussie over wat we aanmoeten met koloniale objecten, maar nergens doen ze wat wij nu gaan doen”, zegt Wayne Modest, hoofd van het onderzoekscentrum van het Nationaal Museum van Wereldculturen en een van de initiatiefnemers.

Roofkunst AfricaMuseum België terug naar Congo

Het AfricaMuseum in het Belgische Tervuren maakt Congo eigenaar van alle museumstukken die aantoonbaar illegaal zijn verkregen. In een interview met de krant De Standaard zegt staatssecretaris Wetenschapsbeleid Dermine dat hij hiermee afscheid wil nemen van symboolpolitiek.

“Het is niet van ons, punt. Of er nu wel of geen mogelijkheden zijn om het erfgoed te bewaren in Congo, heeft geen impact op het eigenaarschap”, redeneert Dermine. Het AfricaMuseum houdt alles in bewaring tot Congo stukken terugvraagt, om de overdracht ordentelijk te laten verlopen.

Het museum heeft een omstreden geschiedenis. Het kwam voort uit de collectie van koning Leopold II, die Congo op persoonlijke titel met harde hand had laten kolonialiseren. Na een verbouwing kwam er drie jaar geleden meer aandacht voor die donkere kant van de collectie.

De Congolese president Tshisekedi vroeg België in 2019 bij de opening van een museum voor nationaal erfgoed in Kinshasa om de roofkunst terug te geven. Grote stappen waren daar tot nu toe niet in gezet.

Oorlogsbuit

Dermine zegt nu dat alles wat is geroofd, als oorlogsbuit is verkregen of met geweld werd ontnomen juridisch eigendom wordt van Congo. Het gaat daarbij om 883 stukken, 1 procent van de collectie. Daarbij zitten bijvoorbeeld voorwerpen uit de collectie van generaal Storms, die de bevolking van het Centraal-Afrikaanse land voor Leopold onderdrukte.

Een bilaterale commissie gaat daarnaast onderzoek doen naar de 35.000 stukken waarvan de oorsprong minder duidelijk is. Dermine zegt dat daarbij oog zal zijn voor de ongelijke machtsverhoudingen in de kolonie: als een stuk onder dwang werd geschonken of ver onder de prijs werd verkocht, zal het als onrechtmatig verkregen worden beschouwd. “Er zijn daarbij geen heilige huisjes.”

Bespreekbaar

De laatste jaren is het teruggeven van roofkunst uit voormalige koloniën steeds bespreekbaarder geworden voor musea in het Westen. Zo zei president Macron stappen te willen zetten, wordt er gesproken over de teruggave van topstukken en doet het Rijksmuseum in Amsterdam ook onderzoek.

Veel concrete stappen heeft dat nog niet opgeleverd: zo ging er vorig jaar slechts één object terug uit Nederland. Minister Van Engelshoven van Cultuur nam vorig jaar het advies over dat ook ons land geroofde object moet teruggeven.

Overeenkomst met nazi’s geroofde kunst

Juist vandaag kwam ook een conclusie van de commissie Kohnstamm naar buiten. Die commissie deed onderzoek naar roofkunst door de nazi’s. Volgens de commissie is het “principieel onjuist” om de belangen van musea of andere bezitters te betrekken bij de afweging of door nazi’s geroofde kunst wordt teruggegeven aan de erfgenamen van de oorspronkelijke Joodse eigenaren. Lees daar hier meer over.

Zie: Koloniale Roofkunst terug naar land van herkomst

zie ook: Koloniale roofkunst terug naar de rechtmatige eigenaar

en zie ook: Roofkunst uit Nigeria

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren bij Brussel.

‘Congo wordt eigenaar van alle roofkunst in Belgisch museum’

AD 20.06.2021 Congo wordt weer eigenaar van alle stukken in de collectie van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika bij Brussel die aantoonbaar illegaal verkregen zijn. Ook de rest van de collectie wordt volgens de Belgische krant De Standaard onderzocht.

Roofkunst AfricaMuseum België wordt eigendom Congo

NOS 19.06.2021 Het AfricaMuseum in het Belgische Tervuren maakt Congo eigenaar van alle museumstukken die aantoonbaar illegaal zijn verkregen. In een interview met de krant De Standaard zegt staatssecretaris Wetenschapsbeleid Dermine dat hij hiermee afscheid wil nemen van symboolpolitiek.

“Het is niet van ons, punt. Of er nu wel of geen mogelijkheden zijn om het erfgoed te bewaren in Congo, heeft geen impact op het eigenaarschap”, redeneert Dermine. Het AfricaMuseum houdt alles in bewaring tot Congo stukken terugvraagt, om de overdracht ordentelijk te laten verlopen.

Het museum heeft een omstreden geschiedenis. Het kwam voort uit de collectie van koning Leopold II, die Congo op persoonlijke titel met harde hand had laten kolonialiseren. Na een verbouwing kwam er drie jaar geleden meer aandacht voor die donkere kant van de collectie.

De Congolese president Tshisekedi vroeg België in 2019 bij de opening van een museum voor nationaal erfgoed in Kinshasa om de roofkunst terug te geven. Grote stappen waren daar tot nu toe niet in gezet.

Oorlogsbuit

Dermine zegt nu dat alles wat is geroofd, als oorlogsbuit is verkregen of met geweld werd ontnomen juridisch eigendom wordt van Congo. Het gaat daarbij om 883 stukken, 1 procent van de collectie. Daarbij zitten bijvoorbeeld voorwerpen uit de collectie van generaal Storms, die de bevolking van het Centraal-Afrikaanse land voor Leopold onderdrukte.

Een bilaterale commissie gaat daarnaast onderzoek doen naar de 35.000 stukken waarvan de oorsprong minder duidelijk is. Dermine zegt dat daarbij oog zal zijn voor de ongelijke machtsverhoudingen in de kolonie: als een stuk onder dwang werd geschonken of ver onder de prijs werd verkocht, zal het als onrechtmatig verkregen worden beschouwd. “Er zijn daarbij geen heilige huisjes.”

Bespreekbaar

De laatste jaren is het teruggeven van roofkunst uit voormalige koloniën steeds bespreekbaarder geworden voor musea in het Westen. Zo zei president Macron stappen te willen zetten, wordt er gesproken over de teruggave van topstukken en doet het Rijksmuseum in Amsterdam ook onderzoek.

Veel concrete stappen heeft dat nog niet opgeleverd: zo ging er vorig jaar slechts één object terug uit Nederland. Minister Van Engelshoven van Cultuur nam vorig jaar het advies over dat ook ons land geroofde object moet teruggeven.

BEKIJK OOK;

Belgisch museum geeft Congolese roofkunst terug

MSN 19.06.2021 Congo wordt weer eigenaar van alle stukken in de collectie van het AfricaMuseum in België die aantoonbaar illegaal zijn verkregen. Ook de rest van de collectie wordt onderzocht, schrijft de Belgische krant De Standaard zaterdag.

Het Belgische kabinet besloot vrijdag tot een globalere en bilateralere aanpak van koloniaal erfgoed in België. Van alle onrechtmatig door het land verkregen voorwerpen in de collectie van het AfricaMuseum die afkomstig zijn uit Congo en tussen 1885 en 1960 werden gestolen, wordt het juridisch eigendom overgedragen aan de Congolese regering. Wel blijven de voorwerpen in België tot de Congolese overheid ze terugvraagt.

Daarmee komt staatssecretaris Thomas Dermine (Wetenschapsbeleid) tegemoet aan de vraag van de Congolese president Félix Tshisekedi. Die vroeg bij de opening van het ­museum voor nationaal erfgoed in Kinshasa in 2019 het Congolese erfgoed terug. Wel moest de overdracht geleidelijk gebeuren om de goede bewaring van de stukken te garanderen.

Het museum in Tervuren, vlak bij Brussel, zal door deze beslissing zeker niet leeglopen. Bij 1 procent van de collectie (883 stukken) is vastgesteld dat België ze zo goed als zeker onrechtmatig (via diefstal, geweld of oorlog) heeft verkregen. Van 50.000 stukken, oftewel 58 procent van de collectie, is volgens Dermine onomstotelijk bewezen dat het gaat om rechtmatig verkregen stukken via schenking of aankoop.

Van ongeveer 40 procent is de oorsprong moeilijker vast te stellen. Dermine wil samen met Congo een bilaterale wetenschappelijke commissie samenstellen. Die zal onderzoeken hoe stukken in de collectie zijn terechtgekomen.

Spijkerbeeld uit het Nationaal Museum van Wereldculturen WALBURG PERS

‘We moeten gedupeerden niet de les lezen over teruggave roofkunst’

NOS 05.06.2021 Decennialang vergaapten museumbezoekers in Amsterdam en Leiden zich aan ‘Toi Moko’, gemummificeerde hoofden met complexe Maori-tatoeages. Aandacht was er nauwelijks voor hoe ze 150 jaar geleden door lijkschennis, grafroof of zelfs moord hier eindigden. Totdat Maori zelf een campagne begonnen om hun voorouders terug te krijgen.

Het is een van de weinige echte succesverhalen die Jos van Beurden kan aanhalen in Ongemakkelijk Erfgoed, over de teruggave van koloniaal erfgoed. In dertig jaar haalde Nieuw-Zeeland 600 hoofden en lichaamsdelen terug van over de hele wereld. Ook de hoofden uit Nederland liggen tegenwoordig in een sacrale ruimtebedoeld om de waardigheid van de overledenen te herstellen.

Hoewel westerse onwelwillendheid, stroperige bureaucratie en Oost-Indisch dove musea de boventoon voeren in het boek, is schrijver en onderzoeker Van Beurden hoopvol. Teruggave van roofkunst lijkt de norm te worden: Frankrijk kondigde baanbrekende plannen aan, Nederland volgde en verschillende musea zijn bereid topstukken af te staan.

“Vergeleken met een paar jaar geleden ben ik optimistischer geworden. Of het een waterscheiding is weten we pas achteraf, maar het is niet uitgesloten.”

Procedures verkorten?

De overtuiging dat roofkunst terug dient te gaan wint terrein in de museumwereld. Dat moet onvoorwaardelijk gebeuren, maande de Raad voor Cultuur, een advies dat door het kabinet werd overgenomen. Toch ziet Van Beurden, met zijn decennialange ervaring als onderzoeker koloniale collecties en teruggavekwesties, het in de praktijk nog vaak misgaan. Hij pleit ervoor snel concrete gebaren te maken.

“Het gaat om duizenden objecten, maar als je bijvoorbeeld kijkt naar 2020, toen is er één object teruggegaan. En daar was 2,5 jaar herkomstonderzoek voor nodig. Dat schiet dus niet op.”

“Je kunt een verkorte procedure instellen voor objecten waarvan algemeen wordt aangenomen dat het roofbuit is. Dan heb je tijd voor objecten die veel moeilijker zijn uit te zoeken. De huidige procedures roepen soms irritatie op: Sri Lanka heeft wel wat beters te doen dan het spelletje mee te spelen.”

“Hou dan je zooi maar”, zei Indonesië, aldus Jos van Beurden.

Van Beurden merkt meer onvrede in gesprekken met experts uit de voormalige koloniën, over gebrek aan inlevingsvermogen bijvoorbeeld. Hij wijst op de manier waarop de collectie van Indonesië-museum Nusantara werd verdeeld: eerst mochten Nederlandse musea wensen indienen, wat overbleef kreeg Jakarta. Als Indonesië verzendkosten betaalde.

“Ik vond het een verademing toen Indonesië zei: ‘Hou dan je zooi maar’. Nou ja, ze zeiden natuurlijk: ‘We accepteren uw vriendelijke aanbod niet'”, lacht Van Beurden. “Eindelijk werd er gezegd: zo werkt het niet meer in de 21ste eeuw. Je moet met elkaar in overleg.”

Het voorbeeld laat volgens Van Beurden ook zien dat Nederlandse musea niet bang hoeven te zijn dat hun hele collectie verdwijnt. “Indonesië heeft bijvoorbeeld allang gezegd niet alles terug te willen. Waar moeten we dat allemaal laten, zeggen ze. Ze willen wel zelf komen kijken wat ze precies terug willen hebben. In plaats van dat wij zeggen: hier heb je wat.”

“Nu we onszelf gedefinieerd hebben als rovers, moeten we de gedupeerden niet de les gaan lezen.”, aldus Jos van Beurden.

Belangrijk is het daarbij dat westerse musea hun soms paternalistische houding laten varen. “Stop met stiekem denken ‘jullie kunnen het niet'”, hoorde Van Beurden van een Argentijnse conservator. “Nu we onszelf gedefinieerd hebben als rovers, moeten we de gedupeerden niet de les gaan lezen.”

Dat betekent dat bezwaren over mindere beveiliging, slechte conservatie of corruptie misschien eens moeten worden ingeslikt als neokoloniale smoesjes. “We meten heel vaak met twee maten. In de Kunsthal kwamen dieven ook binnen vanwege een lullig slotje. Als zoiets in Nigeria gebeurt zeggen we ‘zie je wel’, maar we hebben zelf ook de zaak soms niet op orde.”

Kopieën als topstuk

Van Beurden denkt oprecht dat er een win-winsituatie mogelijk is. “Als je een geschonden relatie herstelt, dan is dat winst voor beide partijen.” Hij wijst op de tentoonstelling 100x Congo in Antwerpen, waaraan ook Congolezen en Belgen met een Congolese achtergrond bijdroegen. “Die tentoonstelling gaat niet alleen meer over de objecten, maar ook over een onderlinge relatie. Dat maakt het interessant.”

Voor de lege plekken die achterblijven weet hij ook nog wel een oplossing. “In Azië wordt een perfecte kopie gezien als topkunst. Daarom bood Indonesië in de jaren 70 Museum Volkenkunde aan om vier beelden die ze graag willen hebben perfect na te maken. Ik vind dat een doodnormale oplossing. Je kweekt onderling vertrouwen en Leiden heeft een manier om de beelden te houden. Kunnen ze er bordjes bij zetten met de bijzondere geschiedenis ervan.”

Jos van Beurden – Ongemakkelijk Erfgoed – Walburg – ISBN: 9789462496583

BEKIJK OOK;

114 stukken in Nederlandse musea geroofd in Afrika, maar worden ze ook terug gebracht?

VK 27.03.2021 Nieuw onderzoek wijst meer dan honderd stukken in Nederlandse musea aan als roofkunst uit Afrika. De discussie over restitutie krijgt vleugels, ook in andere landen. Gaan de kostbare ‘Benin bronzes’ in Europese musea straks allemaal terug?

Van 114 stukken in Nederlandse musea is onomstotelijk bewezen dat het koloniale roofkunst is. Het gaat om voorwerpen uit het Nationaal Museum van Wereldculturen die door het Britse leger zijn buitgemaakt bij een gewelddadige strafexpeditie tegen het koninkrijk Benin, in het huidige Nigeria. Dat staat in een onderzoeksrapport van het museum dat maandag verschijnt. De onderzoekers gingen gedetailleerd na hoe de kunststukken in hun collecties zijn beland. Het gaat bijvoorbeeld om waardevolle bronzen hoofden van de oba’s, ofwel koningen, bronzen hanen en gegraveerde olifantenslagtanden.

De discussie over het teruggeven van deze voorwerpen zwelt ondertussen in heel Europa aan. De Duitse overheid wil kunststukken afkomstig van de Britse strafexpeditie permanent teruggeven, werd vorige week dinsdag bekend. Daags erna kondigde de Universiteit van Aberdeen aan ook een bronzen beeld terug te geven. Nu zijn andere landen en instituties aan zet, waaronder Nederland.

Bronzen hoofd uit de 17e eeuw. Een typische ‘Benin bronze’ in de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen. Geroofd bij de plundering van Benin City door de Britten in 1897.Beeld Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen

In het Leidse museum Volkenkunde, waar zich het leeuwendeel van de betreffende voorwerpen bevindt, hangt bij de Afrikatentoonstelling al langer een bordje met tekst en uitleg over de expeditie van 1897 en koloniale roofkunst. De bedenkelijke herkomst van de stukken is inderdaad bekend, zegt hoofd conservatoren en medeauteur van het onderzoek Henrietta Lidchi. ‘Maar als museum moet je daar zo veel mogelijk over te weten komen. En nog belangrijker: die informatie voor iedereen beschikbaar maken.’ Nu het onderzoek vanaf maandag online staat kunnen andere onderzoekers, bijvoorbeeld uit Nigeria, van de bevindingen gebruikmaken. ‘Ook is het belangrijk om de achtergrond van een collectie goed te kennen wanneer je over restitutie begint.’

Cultuuromslag

De discussie rondom restitutie is vorige week in een stroomversnelling geraakt, zegt onderzoeker Jos van Beurden, die later dit jaar het boek Ongemakkelijk erfgoed publiceert over het restitutiedebat in de Lage Landen. Hij ziet het debat al langer kantelen. ‘Tien jaar terug was dit ondenkbaar.’ Toen lag de nadruk sterk op het gebrek aan veiligheid en kennis in de landen die de stukken terug willen. Nu domineert het morele vraagstuk: hoe komen deze stukken in onze collectie terecht? En moeten we deze niet teruggeven?

Er wordt al jaren gesproken over de restitutie van de ‘Benin bronzes’, onder meer door de Benin Dialogue Group, een verbond van musea en specialisten uit Europa en Nigeria. Dat de teruggave van deze museumstukken nu vaart krijgt is een belangrijke ontwikkeling. De kunstvoorwerpen zijn namelijk een schoolvoorbeeld van roofkunst en daarmee een toetssteen voor de wil van Europese landen om museumstukken terug te geven.

Bronzen haan, geroofd uit Benin City in 1897. Uiteindelijk in de collectie van het Museum Volkenkunde in Leiden beland, tegenwoordig onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen.Beeld Collectie Nationaal Museum van Wereldculturen

In 1897 ondernam het Britse koloniale leger een strafexpeditie naar Benin City, de hoofdstad van het koninkrijk Benin. De soldaten roofden de stad en paleizen leeg en staken deze daarna in brand. Ze namen duizenden kunstvoorwerpen mee. Dit soort expedities werden vaak achteraf bekostigd door geroofde voorwerpen te veilen in Europa. Zo raakte de roofkunst van een enkele expeditie verspreid over verschillende Europese musea.

Van Beurden observeert een cultuuromslag bij musea en overheden. Vooral die laatste groep is belangrijk, want veel museumstukken zijn eigendom van de staat. ‘Duitsland en Nederland hebben een voortrekkersrol.’ Minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven gaf in 2019 een onafhankelijke commissie opdracht onderzoek te doen naar roofkunst.

De commissie concludeerde dat de teruggave van voorwerpen aan voormalige koloniën onvoorwaardelijk moet zijn, indien landen om de voorwerpen vragen. Verzoeken die niet uit voormalige koloniën komen, moeten ook worden overwogen. In januari dit jaar kwam het ministerie met een beleidsvisie die dit onderstreept. Het zet ook de deur open voor restitutie van kunst die qua herkomst minder controversieel is.

Niet alle overheden zijn even voortvarend. De Britse regering is momenteel nog tegen restitutie. Daarbij worden ze gesteund door de meer conservatieve musea in het land, zoals het British Museum. Maar nu de Universiteit van Aberdeen een beeld terug wil geven, roeren meer Britse musea zich, schreef The Guardian op vrijdag.

Stroperigheid

De ontwikkelingen maken wellicht een eind aan de stroperigheid die het restitutiedebat lang karakteriseerde. Henrietta Lidchi spreekt van momentum. ‘We lopen niet alsmaar in rondjes met dit debat. Er is een verschuiving gaande.’ Met het onderzoek naar de 114 stukken roofkunst levert het NMVW een belangrijke bijdrage, stelt Lidchi. ‘Musea moeten geen poortwachters meer zijn.’

Horen deze stukken ondertussen nog wel thuis in de vaste tentoonstelling? Er zijn redenen om dit wel te doen, zegt Lidchi. ‘Zo kun je het verhaal achter het voorwerp vertellen en die geschiedenis bespreekbaar maken.’

Of de stukken uiteindelijk teruggaan, daar kan Lidchi niets over zeggen. Bovendien is het kabinet demissionair, pas een volgende regering kan werk maken van eventuele teruggave. Maar uiteindelijk is restitutie van de Beninstukken ‘onontkoombaar’ zegt Pieter ter Keurs, hoogleraar Musea, Collecties en Samenleving aan de Universiteit Leiden. ‘Het gaat om stukken die zo overduidelijk via geweld zijn verkregen, dat er geen enkele morele reden is om de stukken in huis te houden.’

Museum in Benin

Ondertussen verrijst in de Nigeriaanse stad Benin City een museum. Daar moeten vanaf 2025 objecten uit het voormalige koninkrijk Benin worden tentoongesteld. De terugkeer van de kunststukken na 128 jaar in Europa lijkt sinds vorige week een stuk dichterbij.

Lees ook;

MEER OVER; KUNST, CULTUUR EN ENTERTAINMENT KUNST EN ENTERTAINMENT CULTUUR  POLITIEK BENIN  EUROPA NIGERIA AFRIKA ARNOUT LE CLERCQ

Dit bronzen hoofd is een van de geroofde stukken uit Nigeria MUSEUM VOLKENKUNDE

Onderzoek: 114 objecten die Britten roofden in Nigeria in Nederlandse musea

NOS 27.03.2021 Nederlandse musea beschikken over 114 objecten die de Britten eind negentiende eeuw uit het hedendaagse Nigeria geroofd hebben. Dat staat in een onderzoek van het Museum van Wereldculturen. Trouw schreef er vanochtend over.

De 114 objecten bevinden zich in het Museum Volkenkunde in Leiden, het Tropenmuseum in Amsterdam, het Afrika Museum in Berg en Dal en het Wereldmuseum in Rotterdam. De musea voerden het onderzoek, dat twee jaar duurde, zelf uit. Nigeria roept al jaren op de kunst terug te geven.

De objecten maken deel uit van de zogeheten Benin Bronzes, een verzameling van duizenden metalen sculpturen en plaquettes. Die zijn in 1897 geroofd uit het paleis van de koning van Benin City. Die stad ligt nu in Nigeria, maar was destijds de hoofdstad van het Koninkrijk Benin, niet te verwarren met de hedendaagse republiek Benin.

Rooftocht door Britse soldaten

In die tijd was er een Britse militaire campagne in Benin, legt Annette Schmidt – een van de onderzoekers – uit in het NOS Radio 1 Journaal. “De soldaten trokken naar Benin City, omdat ze een conflict hadden met de koning. Toen ze daar aankwamen, hebben ze het hele paleis leeggeroofd en de spullen meegenomen naar Engeland. Daar zijn ze weer verkocht aan handelaren.”

Die stukken waren erg geliefd bij Europese musea, zegt Schmidt. “Die stukken waren zeer uitzonderlijk, omdat ze van buitengewoon hoge kwaliteit waren. Ze zijn verkocht aan musea en zo zijn ze ook in Nederland terechtgekomen.”

Ook Duitsland beschikt over objecten uit de verzameling. Afgelopen week maakte Duitsland bekend te onderhandelen met Nigeria over de teruggave van de sculpturen. In het Ethnologisches Museum in Berlijn zijn meer dan vijfhonderd Benin Bronzes aanwezig. De universiteit in het Schotse Aberdeen kondigde donderdag aan een sculptuur uit de verzameling terug te geven aan Nigeria.

Speciaal museum

De Nederlandse staat is eigenaar van de meeste objecten. Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stuurde in januari een plan naar de Tweede Kamer over het teruggeven van geroofde kunst. Een volgend kabinet moet erover beslissen.

In 2018 zaten de musea al om de tafel met Nigeria. Toen werd afgesproken dat er een speciaal museum in Benin City moet worden gebouwd om de objecten tentoon te stellen. Het idee was toen om de objecten slechts in bruikleen te geven aan dat museum.

BEKIJK OOK;

Nederlandse musea hebben 114 uit Nigeria geroofde objecten in hun collecties

NU 27.03.2021 Onderzoekers hebben ontdekt dat in Nederlandse museumcollecties zeker 114 uit Nigeria geroofde objecten te vinden zijn. Britse soldaten namen de voorwerpen in 1897 mee uit het paleis van de koning van het voormalige Koninkrijk Benin in de huidige Nigeriaanse stad Benin City. Een woordvoerder van de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen bevestigt zaterdag een bericht hierover in Trouw.

Het gaat om onder meer gesneden slagtanden, metalen koningshoofden en plaquettes. Die bevinden zich in collecties in het Museum Volkenkunde in Leiden, het Tropenmuseum in Amsterdam, het Afrika Museum in Berg en Dal en het Wereldmuseum in Rotterdam. Nigeria wil ze graag terug.

Vorig jaar pleitte een speciale commissie voor de teruggave van roofkunst uit ex-koloniën. Demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) heeft hierover inmiddels een plan opgesteld. Het volgende kabinet moet daarover beslissen.

Het rapport dat onderzoekers van de betreffende musea zelf hebben opgesteld over de Nigeriaanse kunst, komt begin volgende week online. Hierin hebben ze onder meer inzichtelijk gemaakt hoe handelaren en Britse officieren de objecten destijds naar Europa hebben gebracht.

Lees meer over: Tropenmuseum Kunst

Museum Volkenkunde | Foto: Peter Hilz

Leids museum heeft uit Nigeria geroofde objecten

OmroepWest 27.03.2021 Onderzoekers hebben ontdekt dat er zich in Nederlandse museumcollecties zeker 114 objecten bevinden die zijn geroofd uit Nigeria. Het gaat om collecties in het Leidse Museum Volkenkunde, het Tropenmuseum in Amsterdam, het Afrika Museum in Berg en Dal en het Wereldmuseum in Rotterdam. Britse soldaten namen de voorwerpen in 1897 mee uit het paleis van de koning van het Beninrijk, in de huidige Nigeriaanse stad Benin City.

Het rapport dat onderzoekers van de betreffende musea hierover zelf hebben opgesteld, komt vanaf begin volgende week online. Hierin hebben ze onder meer inzichtelijk gemaakt hoe handelaren en Britse officieren destijds de objecten naar Europa hebben gebracht.

Nigeria wil de objecten al langer terug. Het gaat onder meer om gesneden slagtanden, metalen koningshoofden en plaquettes. Vorig jaar pleitte een speciale commissie voor de teruggave van roofkunst uit ex-koloniën. Minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) heeft hierover inmiddels een plan opgesteld, waar het volgende kabinet over moet beslissen.

LEES OOK: Museum Volkenkunde geeft roofkunst terug aan rechtmatige eigenaar

Meer over dit onderwerp: MUSEUM VOLKENKUNDE LEIDEN MUSEUM

Koloniale collecties worden tegen het licht gehouden

Kabinet: Herstel onrecht door teruggave van cultuurgoederen aan landen van herkomst

RO 29.01.2021 De oorspronkelijke bevolking van de koloniale gebieden is onrecht aangedaan door het tegen hun wil in bezit nemen van cultuurgoederen, aldus het kabinet in reactie op het advies Koloniale collecties en erkenning van onrecht van de Raad voor Cultuur en de Commissie Nationaal Kader Koloniale Collecties onder voorzitterschap van Lilian Gonçalves – Ho Kang You.

Deze erkenning is de eerste stap in de zorgvuldige omgang met koloniale collecties. Vanwege de ongelijke machtsverhoudingen tijdens de koloniale geschiedenis, is er vaak sprake geweest van onvrijwillig bezitsverlies van cultuurobjecten. Het kabinet wil een bijdrage leveren aan het herstel van dit historisch onrecht door teruggave van cultuurgoederen aan landen van herkomst en het versterken van de internationale samenwerking op dit terrein.

Minister Van Engelshoven: “Het koloniaal verleden is een onderwerp dat vele mensen nog dagelijks persoonlijk raakt. We moeten daarom zorgvuldig omgaan met koloniale collecties. Ik vind het belangrijk dat de koloniale collecties toegankelijk zijn en vanuit verschillende perspectieven de daaraan verbonden verhalen vertellen. Dit kan ook een pijnlijke confrontatie met het onrecht uit ons verleden betekenen, een onrecht dat zich soms nog dagelijks laat navoelen. Geroofde cultuurgoederen horen daarbij niet in de Rijkscollectie thuis. Als een land dat wil, geven we het terug.”

Onafhankelijke beoordelingscommissie

Voor een zorgvuldige omgang met koloniale cultuurgoederen is een onafhankelijke, deskundige en transparante beoordeling van verzoeken tot teruggave essentieel. Daarom komt er een onafhankelijke beoordelingscommissie die hierover zal adviseren. Deze commissie beoordeelt of aan de hand van het herkomstonderzoek voldoende kan worden vastgesteld of er sprake is van onvrijwillig bezitsverlies.

Beleid voor teruggave

Het gaat om verzoeken tot teruggave van cultuurgoederen die in rijksbezit zijn en het verzoek moet van een staat komen. Cultuurgoederen uit rijksbezit zullen in het geval van teruggave dan worden overgedragen aan deze staat.

Drie categorieën cultuurgoederen komen in aanmerking voor teruggave aan de landen van herkomst. Als vaststaat dat een object geroofd is uit een voormalige Nederlandse kolonie zal het cultuurgoed onvoorwaardelijk worden teruggegeven. Cultuurgoederen die geroofd zijn uit een voormalige kolonie van een ander land of die een speciaal cultureel, historisch of religieus belang hebben voor een land, kunnen ook voor teruggave in aanmerking komen.

In deze gevallen zal de beoordelingscommissie een afweging van belangen maken. Denk daarbij aan het culturele belang van het cultuurgoed voor het herkomstland, de betrokken gemeenschappen in de herkomstlanden en in Nederland, het belang voor de collectie Nederland, de toekomstige bewaaromstandigheden en de publieke toegankelijkheid.

Samenwerking met landen van herkomst

Een bijdrage aan het herstel van het onrecht is alleen mogelijk in samenwerking en dialoog met voorheen gekoloniseerde landen. Het kabinet verkent verdere kennisuitwisseling en gezamenlijk onderzoek naar koloniale collecties met Indonesië, Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Nederland zet bij deze gesprekken in op toegankelijkheid en duurzaam beheer van het cultuurgoed na teruggave. Nederlandse musea en het publiek zijn eveneens gebaat bij het delen van verhalen en kennis over de collecties en de koloniale geschiedenis.

Zie ook;

Koloniale collecties worden tegen het licht gehouden

MSN 07.12.2020  Nederlandse musea en universiteiten gaan onderzoeken wat er met objecten uit koloniale collecties moet gebeuren. “In Nederland en onze buurlanden woedt discussie over wat we aanmoeten met koloniale objecten, maar nergens doen ze wat wij nu gaan doen”, zegt Wayne Modest, hoofd van het onderzoekscentrum van het Nationaal Museum van Wereldculturen en een van de initiatiefnemers in Trouw.

De onderzoekers gaan niet alleen de herkomst van de koloniale objecten na, maar denken samen met kunstenaars, maatschappelijke organisaties en mensen uit herkomstlanden na over welke rol die collecties kunnen vervullen. “Met een expositie van Afrikaans cultureel erfgoed willen we de vraag opwerpen wat die collecties betekenen voor mensen met een Afrikaanse achtergrond. Hapin, een ondersteuningsgroep voor Papua, doet ook mee”, aldus Modest.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek heeft 3,5 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld, de deelnemende organisaties 1 miljoen. Elf wetenschappers worden aangesteld om de komende vier jaar collecties van in totaal negen musea te inventariseren en onder te brengen in publieke databestanden. Nederlandse, maar ook enkele Indonesische musea en universiteiten, hebben medewerkers vrijgemaakt om mee te werken aan herkomstonderzoek van objecten, wat moet uitmonden in wetenschappelijke publicaties.

In Nederland gaat het om musea als het Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Ook het Arnhemse Museum Bronbeek en het Rijksmuseum doen mee. Omdat het onderzoek ook gaat over menselijke resten en objecten die zijn vergaard voor wetenschappelijk onderzoek, worden ook collecties van het Museum Vrolik (van het Amsterdamse UMC-ziekenhuis), en het Utrechtse en Groninger Universiteitsmuseum onder de loep genomen.

“Uitgangspunt is niet dat we alle afzonderlijke objecten waar misschien wat mee is gaan bestuderen”, zegt Susan Legêne in Trouw. Zij is als hoogleraar politieke geschiedenis aan de Amsterdamse Vrije Universiteit bij het project betrokken. “We willen proberen algemene richtsnoeren te bedenken, samen met partners in herkomstlanden, voor wat je met hele categorieën objecten zou kunnen doen.”

Universiteiten en musea gaan koloniale kunstcollecties onderzoeken

NOS 07.12.2020 Onderzoekers van academische instellingen en Nederlandse musea gaan de komende vier jaar onderzoek doen naar koloniale kunstobjecten. Doel is om te zien wat er met de objecten moet gebeuren, welke rol ze in Nederland spelen en of ze mogelijk terug moeten. Maar ook wordt onderzocht hoe de objecten hier ooit terecht zijn gekomen. Elf wetenschappers gaan ermee aan de slag.

“Het doen van herkomstonderzoek is enorm van belang in het debat rond collecties uit de koloniale periode, en gaat verder dan alleen roofkunst”, zegt Wayne Modest van onderzoekscentrum van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMWV), dat het Tropenmuseum, het Afrika Museum en het Rijksmuseum Volkenkunde beheert.

Erfgoed teruggeven

De Raad voor Cultuur adviseerde begin oktober dat Nederland al het koloniaal erfgoed moet teruggeven aan de herkomstlanden, als redelijk zeker kan worden aangetoond dat die landen de stukken onvrijwillig zijn kwijtgeraakt. Het gaat om kunststukken die zijn veroverd tijdens koloniale oorlogen of toen Indonesië en Suriname in handen waren van Nederland.

De directeur van het Tropenmuseum sprak toen de verwachting uit dat er nog genoeg kunst zou overblijven in zijn museum.

Directeur Tropenmuseum: er blijft nog genoeg kunst over

Het onderzoek met de naam Pressing Matter komt voort uit de samenwerking tussen het NMWV en de Vrije Universiteit in Amsterdam, en sluit volgens de onderzoekers in grote lijnen aan op dat advies. “Gekeken wordt niet alleen naar roofkunst, maar ook naar andere verzamelgeschiedenissen; zo worden de mogelijke oplossingen voor de menselijke resten in de collecties onderzocht”, zegt Modest.

Volgens Susan Legêne, als hoogleraar politieke geschiedenis aan de VU betrokken bij het project, is het niet zo eenvoudig om kunst terug te sturen. “Dat is meer een politieke wens, want het is helemaal niet makkelijk”, zegt ze op NPO Radio 1. “We hebben het hier over tienduizenden, misschien honderdduizenden objecten. Inclusief menselijke resten. Daar kan je niet één categorische oplossing voor verzinnen.”

Voor een deel wordt daarom gewerkt aan het schrijven van richtlijnen. Legêne: “Hoe stel je het tentoon, waar stel je het tentoon. En voor een deel gaan we met musea en partners in ontwikkelingslanden waar deze collecties vandaan komen praten, over waar ze het beste tot hun recht komen.”

Juist vandaag kwam ook een conclusie van de commissie Kohnstamm naar buiten. Die commissie deed onderzoek naar roofkunst door de nazi’s. Volgens de commissie is het “principieel onjuist” om de belangen van musea of andere bezitters te betrekken bij de afweging of door nazi’s geroofde kunst wordt teruggegeven aan de erfgenamen van de oorspronkelijke Joodse eigenaren. Lees daar hier meer over.

BEKIJK OOK;

Rembrandt-stijl populair in Mariahoeve december 7, 2020

Posted by jandewandelaar in mariahoeve, Marijn Montens, Rembrandt van Rijn.
Tags: , ,
add a comment

Rembrandt-stijl populair bij fotoproject Mariahoeve

Den HaagFM 07.12.2020 De Haagse fotografe Marijn Montens bedacht in deze coronatijd een nieuw foto-kunstproject voor de inwoners van de wijk Mariahoeve. Met ondermeer een bijdrage uit het corona activiteitenbudget van de Gemeente is zij met ‘Mariahoeve in de spotlight’ van start gegaan. De Mariehoevenaren kunnen gratis worden geportretteerd in drie verschillende stijlen; neutraal, in kerstsfeer of in Rembrandt-stijl.

En het loopt storm. “Nou ik sta er eigenlijk van te kijken, want ik heb dus drie verschillende shoots, maar omdat ik een foto op social media heb geplaatst wil nu eigenlijk iedereen een Rembrandt”, zegt Marijn tegen Den Haag FM verslaggever Bob Brinkman, die het ook wel eens wilde uitproberen.

In een tijdelijke fotostudio in het winkelcentrum worden zo’n 40 foto’s van elke deelenemer gemaakt. Voorafgaand wordt in overleg met de wijkbewoner de mogelijkheid geboden om voor de juiste stijl gebruik te maken van accessoires, zoals kragen, hoeden, boa’s, petten enzovoort. En dat alles natuurlijk coronaproof.

De meeste mensen die Marijn nu voor de camera krijgt, zijn natuurlijk geen volleerde modellen, dus moeten er vaak tips en aanwijzingen worden gegeven voor het beste resultaat. Dat geldt ook voor Bob. Op de vraag hoe hij bijvoorbeeld moet kijken, reageert Marijn “Je moet eigenlijk kijken alsof jij in een schilderij meespeelt, dus je mag eigenlijk zeggen van hé ik ben die dichter en ik ga dit nu lezen, die blik wil ik eigenlijk vangen”.

Voor Marijn gaat vooral om het totaal beeld dat ze neer wil zetten. “Dus daarbij gaat het om de uitstraling van de persoon, hoe die daar zit, hoe die kijkt en ook natuurlijk technisch, wat voor mij belangrijk is, hoe het licht staat”, aldus Marijn. Vooral dat spel van licht en donker is wat de stijl van Rembrandt zo kenmerkend maakt.

Na de fotoshoot worden de foto’s in de computer gezet en kan de deelnemer drie mooie uitkiezen Deze worden dan nog nabewerkt en krijg je als digitaal bestand toegestuurd. Tot slot wordt de mooiste vervolgens nog vergroot op fotopapier naar de wijkbewoner toegestuurd.

Maar daar blijft het niet bij, want op 19 december 2020 opent wethouder Saskia Bruines om 15:00 uur een expositie in het winkelcentrum in Mariahoeve met de mooiste foto’s van de wijkgenoten.

Lita Cabellut – van Barcelona tot Nederlands Kunstenaar van het Jaar december 6, 2020

Posted by jandewandelaar in De Zwarte Tulp, Lisse, Lita Cabellut, tentoonstelling.
Tags: , , ,
add a comment

Van Barcelona tot Nederlands Kunstenaar van het Jaar

Beeldend kunstenaar Lita Cabellut: heeft haar vader nooit gekend en haar moeder kon niet voor haar zorgen. Wanneer haar oma, die haar eerste levensjaren voor haar zorgt, overlijdt, zwerft ze door de straten van Barcelona. Maar ze krijgt een tweede kans als ze wordt geadopteerd.

Haar leven verandert fundamenteel wanneer ze het Museum Prado in Madrid bezoekt en haar adoptieouders vertelt dat ze besluit kunstschilder te worden. Zij kan dan nog niet bevroeden dat ze op 59-jarige leeftijd in Den Haag woont, carrière maakt op de Nederlandse televisie met het succesvolle programma Project Rembrandt en verkozen wordt tot Kunstenaar van het Jaar 2021.

zie ook: Lita Cabellut Den Haag expositie 2017 in Barcelona

Meer: lita cabellut paintings – Bing

Moderne schilderijen over de Hollandse zeventiende eeuw

In Museum De Zwarte Tulp in Lisse is de gelijknamige tentoonstelling van Lita Cabellut, met moderne schilderijen over de Hollandse zeventiende eeuw, nog te zien tot en met 31 januari 2021.

Lita Cabellut werd door de Stichting kunstweek uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar 2021. Zij wordt door het panel geprezen om haar indrukwekkende werk, haar indringende en ontroerende droomportretten en haar veelzijdigheid.
Wilt u werk van haar van dichtbij bekijken dan kunt u tot 31 januari 2021 terecht in Museum de Zwarte Tulp in Lisse.

Museum de Zwarte Tulp toont nu een prachtige reeks schilderijen van deze Spaans/ Nederlandse kunstenares uit particulier bezit. De schilderijen zijn gebaseerd op het thema de ‘zwarte tulp’ en grote meesters en denkers van de Gouden Eeuw.

Lita Cabellut werd geboren in Spanje waar zij kennis maakte met de Spaanse meesters in het Prado Museum, waaronder de grote meesters Rubens, Frans Hals, Goya en Velazquez. Daaruit komt haar passie voor kunst voort.

Lita Cabellut is een goede bekende in de Nederlandse museumwereld. Na succesvolle museumtentoonstellingen in Den Bosch (Noord-Brabants Museum, 2013) en Amstelveen (Museum JAN, 2019) is het nu de beurt aan Lisse waar het thema ‘zwarte tulp’ prachtig samenvalt met de naam van het museum en de vaste collectie.

Lita Cabellut (1961, Spanje) is een Spaanse multidisciplinaire kunstenaar die in Nederland woont en werkt. Cabellut is het meest bekend om haar schilderijen op grootschalige doeken met een eigentijdse variatie op de fresco-techniek.

In het museum is een boekje beschikbaar met meer informatie over de tentoonstelling en de kunstenaar ad € 5,99.

Bij de tentoonstelling vinden extra activiteiten plaats, zoals lezingen. Volg hiervoor de website of via Facebook.

Van zwerven door Barcelona tot wereldberoemde kunstenaar: docu over Lita Cabellut

OmroepWest 09.01.2021 Het levensverhaal van Lita Cabellut lijkt een sprookjesboek. Opgegroeid voor galg en rad, maar inmiddels een van de meeste gewilde kunstenaars in de wereld. Haar vader heeft ze nooit gekend en haar moeder kon niet voor haar zorgen.

Wanneer haar oma overlijdt, die haar eerste levensjaren voor haar heeft gezorgd, zwerft ze door de straten van Barcelona. In de Westdoc die zaterdag om 17.00 uur op TV West wordt uitgezonden, vertelt de Haagse kunstenares over haar leven en haar kunst. Ze kreeg in 2020 de prestigieuze titel Kunstenares van het jaar.

Lita Cabellut (1961) beleeft als meisje een keerpunt in haar leven. Haar adoptieouders, een vooraanstaande familie, nemen haar mee naar het Prado Museum in Madrid waar ze voor het eerst kennismaakt met de schilderkunst. Cabellut raakte geïnspireerd door schilderijen van Velázquez, Goya, Frans Hals en de vele fresco’s.

Cabellut raakt als jong meisje in de ban van deze oude meesters en ook haar eerste tentoonstelling in het stadhuis van Masnou (Barçelona) heeft ze al op zeventienjarige leeftijd. Als ze negentien wordt is het tijd voor een volgende stap en ze verhuist naar Nederland voor haar studie aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam.

Levensgrote portretten in een speciale frescotechniek

Inmiddels woont en werkt Cabellut al vele jaren in Den Haag, waar ze haar meer dan levensgrote portretten maakt in een speciale frescotechniek. Hiervoor combineert ze traditionele fresco technieken en moderne toepassingen van olieverf. Op deze manier brengt ze stadsbewoners, prostituees, religieuze mensen, maar ook historische figuren, fictieve personages en invloedrijke mensen tot leven op het doek.

Uitsnede van La Madre (De Moeder) uit de serie Bodas de Sangre (2020) | Beeld: Lita Cabellut

Voor een expositie in India maakte ze portretten van bekende Nederlanders in kleding uit de Gouden Eeuw. Haar reis naar India betekende voor haar een hernieuwde confrontatie met de armoede die ze uit haar eigen jeugd kent. Het werk van Cabellut wordt over de hele wereld tentoongesteld. Onder andere in Seoul, Seattle, Mumbai, Delhi, Tokyo, Berlijn en Den Bosch.

Westdoc: Zaterdag vanaf 17:00 op TV West en daarna op omroepwest.nl/westdoc

LEES OOK: Haagse schilder eert David Bowie met Wall of Fame

Meer over dit onderwerp: LITA CABELLUT WESTDOC KUNST

Van zwerfkind in Barcelona tot Kunstenaar van het Jaar: Lita Cabellut

OmroepWest 05.12.2020 Haar vader heeft ze nooit gekend en haar moeder kon niet voor haar zorgen. Wanneer haar oma, die haar eerste levensjaren voor haar zorgt, overlijdt, zwerft ze door de straten van Barcelona. Maar de beeldend kunstenaar Lita Cabellut krijgt een tweede kans als ze wordt geadopteerd. Haar leven verandert fundamenteel wanneer ze het Museum Prado in Madrid bezoekt en haar adoptieouders vertelt dat ze besluit kunstschilder te worden. Zij kan dan nog niet bevroeden dat ze op 59-jarige leeftijd in Den Haag woont, carrière maakt op de Nederlandse televisie met het succesvolle programma Project Rembrandt en verkozen wordt tot Kunstenaar van het Jaar 2021.

Cabellut heeft een lange weg begaan. Ze vindt het een enorme eer dat ze de opvolger is van grote kunstenaars als Erwin Olaf, Corneille, Theo Janssen en Daan Roosegaarde, die eerder werden gekozen tot Kunstenaar van het Jaar. ‘Iemand heeft mij genomineerd, maar ik heb geen flauw idee wie. Dus er loopt iemand rond die mij heeft voorgedragen, die ik heel graag zou willen ontmoeten en een grote omhelzing wil geven. Want ik voel me heel erg betrokken hier bij Nederland.’

‘En dat ik zo’n prijs krijg, voelt alsof ik ook een van jullie ben. Ik mag écht meedoen. Ik was zo ontroerd, ik kon alleen maar huilen. Ook omdat ik het niet had verwacht. Want de andere genomineerde kunstenaars zijn zo goed, van ongelooflijk hoog niveau. Hoe dan?! Waarom ik? Een enorm grote eer. Voornamelijk ook persoonlijk, vanwege het gevoel: ja, ik hoor er bij. Ik mag meedoen.’

Tweede kans

Sprookjes bestaan niet. Toch leest het levensverhaal van Lita Cabellut als een sprookjesboek. Opgegroeid voor galg en rad, maar inmiddels een van de meeste gewilde kunstenaars in de wereld. De beeldend kunstenaar is haar adoptieouders eeuwig dankbaar: ‘Ik heb het geluk gehad dat ik een tweede kans heb gekregen. Dat was door de ethiek van andere mensen. Dat mijn adoptiemoeder zich zorgen maakte over de toekomst van een kind, die niet van haar was. Is dat niet fantastisch mooi?’

Een ongeluk komt zelden alleen, luidt het spreekwoord. Maar in het geval van Cabellut geldt het tegenovergestelde. Als haar kunstminnende adoptieouders haar meenemen naar het museum Prado in Madrid, vindt ze bij het zien van Rubens’ schilderij De Drie Vrouwen haar roeping: kunstschilder. ‘Het is al lang niet meer mijn lievelingsschilderij. Maar wat ik zag was een canvas, een gekaderde wereld. Ik kon daar gewoon naar binnen stappen. Ik loop nog steeds door deze tuinen. Deze vrouwen straalden vrijheid, blijheid, gezamenlijkheid uit. De bomen, dat landschap, die bloemen. Het was een groot visueel en communicatief feest. Voor mij was het de deur naar een andere wereld. En ik ben er nooit meer uitgekomen.’

Oude verffabriek

Die andere wereld schept ze niet alleen in haar kunstwerken, maar ook bij haar thuis. Ze woont in hartje centrum Den Haag, in een oude verffabriek. Om binnen te komen, moet je voorbij twee grote hekwerken. Het voelt bijna als een gevangenis. Maar als je de hekken achter je hebt gesloten, kom je in een oase van schoonheid en rust. Vanuit de door haar zelf aangelegde tuin loop je rechts de keuken in, links betreed je haar atelier.

Lita Cabellut met het werk Xochiti ut de serie A chronicle of Infinite (2018) | Foto: Lluc Queralt

Het woonhuis is van een adembenemende schoonheid, een kunstwerk op zich. Daarvoor moest de verffabriek wel eerst helemaal worden gestript en opnieuw worden ingericht. Met dertig man heeft ze daar acht maanden over gedaan. Aan de muren hangen haar metershoge kunstwerken, op de vloer liggen de meest prachtige kleden. Het antieke meubilair komt van overal en nergens: Spanje, Italië, Azië, Engeland. Enorme vazen met weelderige boeketten vullen de ruimtes. In een tussendoorgang hangt een levensgroot Jezusbeeld. Het is allemaal zo smaakvol, kleurrijk en fantasierijk ingericht, dat je je ogen uitkijkt.

Schoonheid

Bij alles laat Cabellut zich omringen door schoonheid. Het is een van de belangrijkste lessen die zij heeft geleerd van haar grote leermeester: Rembrandt. ‘Schoonheid moet boven alles zijn. Rembrandt kan de meest dramatische momenten vastleggen met zo’n sublimatie. Rembrandt vangt het licht en zet het neer als een tovenaar. Waar het hele gevoel naar voren komt. Rembrandt heeft mij geleerd dat schoonheid heel belangrijk is voor een kunstenaar. Schoonheid is eigenlijk de toegang naar het donker en het licht.’

Rembrandt was samen met andere meesters als Vermeer en Frans Hals de reden voor de 19-jarige Cabellut om in Nederland te leren schilderen. Hoewel ze in Amsterdam studeert, verpand ze haar hart aan Den Haag. ‘Ik kan geen andere plek in Nederland verzinnen om te wonen. Ik hou van de duinen, van de lucht, van de zee. Als ik in het buitenland ben, zeg ik altijd: ik mis thuis. Waarom? Den Haag is een menselijke stad. Het is eigenlijk een dorp met de status van een stad. Je voelt je hier groot. En als je in een stad bent zoals Madrid of New York, voel je je heel klein. Het is hier heel intiem.’

Project Rembrandt

Enthousiast vertelt Cabellut ook over het succesvolle televisieprogramma Project Rembrandt, waar zij jurylid is. Ze vindt het mooi om te zien hoe de kandidaten, in de zoektocht naar de beste amateurschilder van Nederland, groeien. Het brengt haar zelf ook weer terug naar de basis, hoe zij zelf ooit is begonnen: ‘Ongelooflijk. De verse gretigheid om te leren, om kennis te vergaren, de verwondering van hunzelf. De verwondering als iets gelukt is. De blijheid. Maar ook het onvermogen en de irritatie als het niet lukt.’

‘Dat is passie. Dat is wilskracht. Dat is dromen. Een doel hebben. Oefenen maakt meester hè? Maar dat is ook de valkuil. Het gevaar is, als je meester wordt, verlies je die elementen die dat maakt. Je moet jezelf elke keer opnieuw uitvinden. En het is ongelooflijk dat zij mij dat leren. Door hun ben ik terug gegaan naar waar ik begonnen ben. En dat is waar de echtheid is.’

Bloedhuwelijk

In haar atelier werkt ze momenteel aan haar nieuwste werk Blood Wedding (Bloedhuwelijk, red.) naar het gelijknamige toneelstuk van de Spaanse schrijver en dichter Federico García Lorca. Een serie van eenendertig doeken, waar ze al vier jaar aan heeft gewerkt in de vorm van een omvangrijk boekwerk, dat maar liefst veertien kilo weegt. Hierin wordt de tekst van Lorca geïllustreerd door de werken van Cabellut.

Uitsnede van La Madre (De Moeder) uit de serie Bodas de Sangre (2020) | Beeld: Lita Cabellut

De tragedie, een waargebeurd verhaal, vertelt over een verplicht huwelijk, met de dood tot gevolg. Grote thema’s als armoede, onwetendheid, sociale ongelijkheid, dood, verlangen en misdaad komen daarbij aan bod. ‘Lorca was eigenlijk een mensenrechtenactivist.’ Met trots vertelt ze dat de doeken tentoongesteld zullen worden in het fort La Alhambra in Granada, vlakbij waar Lorca geboren is. Daarna gaat Blood Wedding op tournee over de hele wereld.

Spiegel: wie ben ik?

Met het nieuwe werk bedient ze zich van een techniek, waarbij ze zich laat inspireren door het idee dat alles tijdelijk is. ‘Ik ben mijn eigen doeken aan het breken. Maar dat betekent niet kapot maken. Het is transformeren om een ander perspectief te krijgen, om los te laten en durven te geloven in verandering. Daar gaat toewijding, passie, liefde en professionaliteit aan vooraf. Maar terwijl jij verandert, blijven die essenties. Daar moet je wel vertrouwen in hebben.’

Wat opvalt is dat Cabellut altijd portretten maakt. Uiteraard is dat geen toeval: ‘Ik zou bloemen of landschappen kunnen schilderen. Mooie dingen om vast te leggen. Maar dat interesseert me niet. Ik hou van mensen. Mijn obsessie is begrijpen: wie ben ik? Door jou te schilderen begrijp ik iets meer van mijzelf. Wij zijn allemaal spiegels van elkaar. Wij kennen onszelf niet. Als we in de spiegel kijken, kunnen we nooit raden wie wij zijn. De spiegels zijn nodig om enig idee te hebben van wie wij zijn.’

Geen slachtoffers, maar helden

Cabellut gelooft in de wilskracht van mensen. ‘Wij hebben allemaal slechte dingen in het leven meegemaakt. Waarom zouden wij met die ballast doorlopen als wij kunnen veranderen? Door kennis, begrip, liefde, door hulp en steun van de maatschappij en je geliefden. Wij moeten alles loslaten om het heden te ervaren.’

Uitsnede van Escarcha (Vorst) uit de serie Carnivale (2020) | Beeld: Lita Cabellut

De portretten die zij maakt van zwervers, prostituees, religieuzen en historische figuren zijn misschien getekend door het leven, maar het zijn alles behalve slachtoffers. ‘Wij zijn HELDEN! Wij zijn allemaal helden. Ga je mij niet vertellen dat het moeilijk is om te overleven? Er zijn constant aardbevingen van sociale bewegingen, beschuldigingen, verwachtingen. Er wordt steeds meer van je verwacht. Alleen al de twee woorden: losers en winnaars, die wij hebben gecreëerd. Die zijn funest voor onze ontwikkeling. Twee woorden die absoluut verboden moeten worden. Wij zijn geen losers. En wij zij geen winnaars. Wij zijn helden!’

In Museum De Zwarte Tulp in Lisse is de gelijknamige tentoonstelling van Lita Cabellut, met moderne schilderijen over de Hollandse zeventiende eeuw, nog te zien tot en met 31 januari 2021.

Meer over dit onderwerp: LITA CABELLUT KUNSTENAAR VAN HET JAAR 2021 DEN HAAG CULTUUR PROJECT REMBRANDT