jump to navigation

Resultaat onderzoek commissie-Ekkart – Roofkunst 2e wereldoorlog oktober 10, 2018

Posted by jandewandelaar in commissie-Ekkart, roofkunst, wo2.
Tags: , , , , ,
trackback

De Emmaüsgangers wordt ingepakt, ca. augustus 1939. Geheel rechts Dirk Hannema. © Museum Boijmans VanBeuningen, Rotterdam.

Resultaat onderzoek roofkunst in Nederland

De Nederlandse musea hebben 170 kunstvoorwerpen in bezit die mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd van Joodse eigenaren. Dat is de uitkomst van jarenlang onderzoek dat musea in hun collecties hebben gedaan. Vrijwel alle musea zijn daar nu mee klaar, alleen het Rijksmuseum heeft meer tijd nodig, meldt Trouw.

Het gaat om schilderijen, tekeningen, sculpturen en andere kunstobjecten die mogelijk door de nazi’s zijn geroofd. De werken bestaan soms uit meerdere stukken, waardoor het volgens de krant om honderden voorwerpen gaat. Op de website Museale Verwervingen vanaf 1933 staat een overzicht van alle objecten.

Salomé met het hoofd van Johannes de Doper van Jan Adam Kruseman in het Rijksmuseum is een van de kunstwerken waarvan de herkomst twijfelachtig is. Op de website staat dat het onduidelijk is wie dit schilderij heeft ingebracht bij een Amsterdamse veiling in 1943.

Een woordvoerder van de organisatie die sinds 2009 herkomstonderzoek doet bij Nederlandse musea zegt in een reactie dat dat onderzoek nog loopt.

Na jaren onderzoek is duidelijk welke kunstvoorwerpen waarschijnlijk voor en tijdens de oorlog van Joden zijn gestolen.

42 musea hebben voorwerpen met een dergelijke onduidelijke herkomst, staat in de inventarisatie op de website van het project Museale Verwervingen vanaf 1933. Het gaat onder meer om het werk Salomé met het hoofd van Johannes de Doper van de schilder Jan Adam Kruseman, dat in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt.

De inventarisatie heeft tot doel de oorspronkelijke eigenaren te vinden en het werk terug te geven. De betrokken musea, die kunst afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog in bezit hebben, onderzochten de afgelopen tien jaar of die kunst roofkunst zou kunnen zijn. De meeste musea hebben dat onderzoek nu afgerond, alleen het Rijksmuseum heeft meer tijd nodig vanwege de omvang van de collectie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden de nazi’s in Europa op grote schaal kunst. In Nederland werden duizenden schilderijen, tekeningen en andere kunstvoorwerpen geroofd of voor een te lage prijs gekocht. Ook is er door Joden veel kunst achtergelaten, toen zij tijdens de oorlog op de vlucht sloegen.

In 1997 startte de commissie-Ekkart onderzoek naar het kunstbezit van de Nederlandse Staat. Een jaar later zijn musea begonnen met onderzoek naar hun eigen collecties.

Sinds 2002 zijn inmiddels zo’n 460 kunstwerken teruggegeven !!

In 42 Nederlandse musea hangt mogelijk van Joden geroofde kunst !!

Gemeentemuseum Den Haag, Museum De Lakenhal en Museum Prinsenhof bezitten mogelijk kunstvoorwerpen die zijn geroofd van Joden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt volgens dagblad Trouw uit een inventarisatie van de website Museale Verwervingen vanaf 1933. Landelijk staat de teller op 170 kunstwerken die wellicht onder de noemer roofkunst kunnen vallen. De regionale musea bezitten er samen 25.

De Lakenhal in Leiden en Gemeentemuseum Den Haag zeggen open te staan voor erfgenamen die zich melden voor kunststukken. ‘We willen altijd de dialoog aangaan’, zegt Minke Schat van het Leidse museum.

Anne de Haij zegt dat Gemeentemuseum Den Haag open staat voor gespreken over de herkomst van kunstobjecten. De Prinsenhof kon woensdagmiddag nog geen reactie geven.

Er zijn verschillende redenen dat de kunstwerken een problematische herkomstgeschiedenis hebben. Zo kan het zijn dat het niet duidelijk is dat Joodse verzamelaars of handelaren het object op geheel vrijwillige wijze hebben verkocht of geschonken in de periode 1933 (jaar dat Hitler aan de macht kwam) tot 1945 (einde Tweede Wereldoorlog).

Ook de kunstwerken die de Nederlandse autoriteiten in beslag hebben genomen vlak na de bevrijding kunnen dubieus zijn. Dit was vaak bezit van oorlogsdelinquenten of door de Duitsers achtergelaten.

Bedenkelijke veilinghuizen in Duitsland en Oostenrijk

Daarnaast waren er verschillende twijfelachtige veilingshuizen in Duitsland en Oostenrijk gedurende het Nazi-regime. De ingebrachte kunstwerken daar bestonden herhaaldelijk uit verbeurd verklaarde goederen van Joden. Van verschillende handelaren en particulieren is daarnaast bekend dat ze in de jaren 1933-1945 vaker roofkunst hebben verhandeld.

Ook Nederlandse handelshuizen lieten zich niet onbetuigd. Een voorbeeld is het Haagse handelshuis Van Marle & Bignell dat vooral in 1942 en 1943 in beslag genomen Joodse inboedel op de markt bracht.

Ook waren er anonieme schenkingen aan musea in de jaren na 1945. Vooral schenkingen die kort na de oorlog plaatsvonden en waarvan de herkomst niet duidelijk is, krijgen het kenmerk problematische herkomst.

Dubieuze schilderijen in Delfts bezit

Aan de hand van drie voorbeelden is goed te zien hoe de kunsthandel tijdens de Tweede wereldoorlog eraan toeging. Zo heeft het Delftse museum Prinsenhof twee dubieuze schilderijen in het bezit. Het schilderij Allegorie op de gerechtelijke moord op Johan van Oldenbarneveldt is er daar één van.

De maker is niet bekend. Het schilderij kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog in handen van het Haagse handelshuis Van Marle & Bignell. Hoe het daar terecht is gekomen, is onbeken.Het is daarnaast niet te herleiden hoe het in 1950 in het bezit van Prinsenhof kwam.

Het Leidse museum De Lakenhal heeft vier kunstwerken die wellicht onder roofkunst vallen. Eén daarvaan is een stilleven van Jacob van der Merck. De kunstenaar overleed in 1664 in de Sleutelstad. Zijn schilderij heeft sindsdien een groot gedeelte van West-Europa gezien.

In november 1935 kwam het schilderij aan bij handelshuis Mandelbaum & Kronthal uit Berlijn. Dit bedrijf was in juli van dat jaar ontdaan van alle niet-Arische invloeden. Onbekend is hoe het schilderij in het bezit kwam van het Duitse veilinghuis. Nadat het daar onder de hamer was gegaan, hing het schilderij in Stockholm en Amsterdam, totdat het vlak voor de oorlog in De Lakenhal terechtkwam.

Aanspraak erfenis

Het Gemeentemusem Den Haag heeft maar liefst negentien van de 170 bekende verdachte kunstwerken in zijn bezit. Eén daarvan is nu ook in het museum te zien. De rest staat in de depots. Het gaat daarbij om een object van aardewerk met de naam Albarello, dat het museum al sinds 1936 in bezit heeft. Het werd gekocht bij een veiling van Julius Böhler in München. Deze had hem uit de collectie van de joodse verzamelaar Margarete Oppenheim.

De familie Oppenheim woonde in de villa Oppenheim aan de Wannsee. Dat huis werd later bekend omdat de nationaalsocialisten er de Wannseeconferentie hielden. De weduwe Margarethe Oppenheim overleed in september 1935. De collectie werd in 1936 bij Julius Böhler in Berlijn geveild. Onduidelijk is of de erven Oppenheim ooit enige aanspraak op het tegoed van deze veiling hebben kunnen laten gelden.

Zie ook: Roofkunst 2e wo

De website met mogelijke roofkunstwerken; Website Museale Verwervingen vanaf 1933

Roofkunst voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog – Historiek

Roofkunst – Wikipedia

Doel · ‎Geschiedenis van de … · ‎Commissie en … · ‎Claims, restituties en …

Roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog – De Dokwerker

Grootste kunstroof door de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog …

Roofkunst uit Tweede Wereldoorlog eindelijk voor publiek | Buitenland …

Online zoeken naar roofkunst uit Tweede Wereldoorlog | NOS

Hoe zij hun in de Tweede Wereldoorlog geroofde kunst terugkregen …

Deze man jaagt al decennia op de roofkunst van de nazi’s, en weet …

Teruggave kunst Tweede Wereldoorlog – Rijksoverheid

Documentaire: de zoektocht naar roofkunst WO II – EenVandaag

Roofkunst 2e wereldoorlog

kunstroof tweede wereldoorlog film

gestolen kunst database

roofkunst deventer

register gestolen kunst

goudstikker collectie

kunst tweede wereldoorlog

roofkunst nazis

altaussee zoutmijn

Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende

Roofkunst: ook regionale musea hebben het misschien in bezit

OmroepWest 10.10.2018 Gemeentemuseum Den Haag, Museum De Lakenhal en Museum Prinsenhof bezitten mogelijk kunstvoorwerpen die zijn geroofd van Joden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt volgens dagblad Trouw uit een inventarisatie van de website Museale Verwervingen vanaf 1933. Landelijk staat de teller op 170 kunstwerken die wellicht onder de noemer roofkunst kunnen vallen. De regionale musea bezitten er samen 25.

De Lakenhal in Leiden en Gemeentemuseum Den Haag zeggen open te staan voor erfgenamen die zich melden voor kunststukken. ‘We willen altijd de dialoog aangaan’, zegt Minke Schat van het Leidse museum. Anne de Haij zegt dat Gemeentemuseum Den Haag open staat voor gespreken over de herkomst van kunstobjecten. De Prinsenhof kon woensdagmiddag nog geen reactie geven.

Er zijn verschillende redenen dat de kunstwerken een problematische herkomstgeschiedenis hebben. Zo kan het zijn dat het niet duidelijk is dat Joodse verzamelaars of handelaren het object op geheel vrijwillige wijze hebben verkocht of geschonken in de periode 1933 (jaar dat Hitler aan de macht kwam) tot 1945 (einde Tweede Wereldoorlog). Ook de kunstwerken die de Nederlandse autoriteiten in beslag hebben genomen vlak na de bevrijding kunnen dubieus zijn. Dit was vaak bezit van oorlogsdelinquenten of door de Duitsers achtergelaten.

Bedenkelijke veilinghuizen in Duitsland en Oostenrijk

Daarnaast waren er verschillende twijfelachtige veilingshuizen in Duitsland en Oostenrijk gedurende het Nazi-regime. De ingebrachte kunstwerken daar bestonden herhaaldelijk uit verbeurd verklaarde goederen van Joden. Van verschillende handelaren en particulieren is daarnaast bekend dat ze in de jaren 1933-1945 vaker roofkunst hebben verhandeld. Ook Nederlandse handelshuizen lieten zich niet onbetuigd. Een voorbeeld is het Haagse handelshuis Van Marle & Bignell dat vooral in 1942 en 1943 in beslag genomen Joodse inboedel op de markt bracht.

Ook waren er anonieme schenkingen aan musea in de jaren na 1945. Vooral schenkingen die kort na de oorlog plaatsvonden en waarvan de herkomst niet duidelijk is, krijgen het kenmerk problematische herkomst.

Dubieuze schilderijen in Delfts bezit

Aan de hand van drie voorbeelden is goed te zien hoe de kunsthandel tijdens de Tweede wereldoorlog eraan toeging. Zo heeft het Delftse museum Prinsenhof twee dubieuze schilderijen in het bezit. Het schilderij Allegorie op de gerechtelijke moord op Johan van Oldenbarneveldt is er daar één van. De maker is niet bekend. Het schilderij kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog in handen van het Haagse handelshuis Van Marle & Bignell. Hoe het daar terecht is gekomen, is onbeken.Het is daarnaast niet te herleiden hoe het in 1950 in het bezit van Prinsenhof kwam.

Het Leidse museum De Lakenhal heeft vier kunstwerken die wellicht onder roofkunst vallen. Eén daarvaan is een stilleven van Jacob van der Merck. De kunstenaar overleed in 1664 in de Sleutelstad. Zijn schilderij heeft sindsdien een groot gedeelte van West-Europa gezien. In november 1935 kwam het schilderij aan bij handelshuis Mandelbaum & Kronthal uit Berlijn. Dit bedrijf was in juli van dat jaar ontdaan van alle niet-Arische invloeden. Onbekend is hoe het schilderij in het bezit kwam van het Duitse veilinghuis. Nadat het daar onder de hamer was gegaan, hing het schilderij in Stockholm en Amsterdam, totdat het vlak voor de oorlog in De Lakenhal terechtkwam.

Aanspraak erfenis

Het Gemeentemusem Den Haag heeft maar liefst negentien van de 170 bekende verdachte kunstwerken in zijn bezit. Eén daarvan is nu ook in het museum te zien. De rest staat in de depots. Het gaat daarbij om een object van aardewerk met de naam Albarello, dat het museum al sinds 1936 in bezit heeft. Het werd gekocht bij een veiling van Julius Böhler in München. Deze had hem uit de collectie van de joodse verzamelaar Margarete Oppenheim.

De familie Oppenheim woonde in de villa Oppenheim aan de Wannsee. Dat huis werd later bekend omdat de nationaalsocialisten er de Wannseeconferentie hielden. De weduwe Margarethe Oppenheim overleed in september 1935. De collectie werd in 1936 bij Julius Böhler in Berlijn geveild. Onduidelijk is of de erven Oppenheim ooit enige aanspraak op het tegoed van deze veiling hebben kunnen laten gelden.

LEES OOK:

Meer over dit onderwerp: DELFT DEN HAAG LEIDEN LAKENHAL PRINSENHOF GEMEENTEMUSEUM KUNST TWEEDE WERELDOORLOG

‘Mogelijk honderden kunstwerken in Nederlandse musea geroofd van Joden’

NOS 10.10.2018 Er zijn 170 schilderijen, tekeningen, sculpturen en andere kunstobjecten die mogelijk door de nazi’s zijn geroofd, in kaart gebracht.

In 42 Nederlandse musea staan kunstwerken die mogelijk zijn gestolen van Joden voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat is de conclusie na jarenlang eigen onderzoek door musea, meldt Trouw.

Het gaat om 170 schilderijen, tekeningen, sculpturen en andere kunstobjecten die mogelijk door de nazi’s zijn geroofd. De werken bestaan soms uit meerdere stukken, waardoor het volgens de krant om honderden voorwerpen gaat. Op de website Museale Verwervingen vanaf 1933 staat een overzicht van alle objecten.

Salomé met het hoofd van Johannes de Doper van Jan Adam Kruseman in het Rijksmuseum is een van de kunstwerken waarvan de herkomst twijfelachtig is. Op de website staat dat het onduidelijk is wie dit schilderij heeft ingebracht bij een Amsterdamse veiling in 1943.

Een woordvoerder van de organisatie die sinds 2009 herkomstonderzoek doet bij Nederlandse musea zegt in een reactie dat dat onderzoek nog loopt.

De openbare inventarisatie is bedoeld om de gestolen kunst terug te geven aan de rechtmatige eigenaren.

De website met mogelijke roofkunstwerken; Website Museale Verwervingen vanaf 1933

Musea hebben 170 ’geroofde’ kunstwerken

Telegraaf 10.10.2018 Nederlandse musea hebben 170 kunstvoorwerpen in hun collecties die tussen 1933 en 1945 tijdens het naziregime (vermoedelijk) zijn geroofd, geconfisqueerd of gedwongen verkocht. Daaronder zijn 83 schilderijen, 26 tekeningen en 13 joodse rituele objecten. De stukken liggen momenteel in 42 Nederlandse musea.

Dit blijkt uit een jarenlang onderzoek naar de herkomstgeschiedenis van de collecties in musea. De Nederlandse museumvereniging vroeg haar leden in 2009 ’de roofkunst’ vanaf 1933 tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog in kaart te brengen. Aan het onderzoek deden 163 musea mee.

Dagblad Trouw meldt woensdag dat vrijwel alle musea nu klaar zijn met hun onderzoek en dat alleen het Rijksmuseum meer tijd nodig heeft. De hele inventarisatie stukken is te zien op de website van het project Museale Verwervingen. Het doel ervan is de eigenaren te vinden en het werk terug te geven. Museum Boijmans van Beuningen, dat dertig ’foute’ kunstwerken had, gaf er al zes terug, aldus Trouw.

Bekijk meer van;  kunstwerken musea roofkunst

‘Roofkunst Tweede Wereldoorlog gevonden in 42 Nederlandse musea’

NU 10.10.2018 Ruim 40 Nederlandse musea hebben in totaal 170 kunstvoorwerpen in bezit die mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gestolen van Joodse eigenaren, blijkt woensdag na jarenlang onderzoek door musea.

Sommige van de 170 kunstvoorwerpen bestaan uit meerdere stukken, zodat het uiteindelijk om enkele honderden voorwerpen gaat, meldt Trouw.

42 musea hebben voorwerpen met een dergelijke onduidelijke herkomst, staat in de inventarisatie op de website van het project Museale Verwervingen vanaf 1933. Het gaat onder meer om het werk Salomé met het hoofd van Johannes de Doper van de schilder Jan Adam Kruseman, dat in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt.

De inventarisatie heeft tot doel de oorspronkelijke eigenaren te vinden en het werk terug te geven. De betrokken musea, die kunst afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog in bezit hebben, onderzochten de afgelopen tien jaar of die kunst roofkunst zou kunnen zijn. De meeste musea hebben dat onderzoek nu afgerond, alleen het Rijksmuseum heeft meer tijd nodig vanwege de omvang van de collectie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden de nazi’s in Europa op grote schaal kunst. In Nederland werden duizenden schilderijen, tekeningen en andere kunstvoorwerpen geroofd of voor een te lage prijs gekocht. Ook is er door Joden veel kunst achtergelaten, toen zij tijdens de oorlog op de vlucht sloegen.

In 1997 startte de commissie-Ekkart onderzoek naar het kunstbezit van de Nederlandse Staat. Een jaar later zijn musea begonnen met onderzoek naar hun eigen collecties. Sinds 2002 zijn zo’n 460 kunstwerken teruggegeven.

Lees meer over: Tweede Wereldoorlog kunst

Geroofde kunst ontdekt in 42 Nederlandse musea

AD 10.10.2018 De Nederlandse musea hebben 170 kunstvoorwerpen in bezit die mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd van Joodse eigenaren. Dat is de uitkomst van jarenlang onderzoek dat musea in hun collecties hebben gedaan. Vrijwel alle musea zijn daar nu mee klaar, alleen het Rijksmuseum heeft meer tijd nodig, meldt Trouw.

Sommige van die 170 voorwerpen bestaan uit meerdere stukken zodat het uiteindelijk om enkele honderden voorwerpen gaat. 42 Musea hebben met een dergelijke onduidelijke herkomst te maken, blijkt uit een inventarisatie op de website van het project Museale Verwervingen vanaf 1933. Het doel van deze inventarisatie is om de eigenaren te vinden en het werk terug te geven.

In 1997 startte de commissie-Ekkart onderzoek naar het kunstbezit van de Nederlandse staat. Een jaar later zijn de Nederlandse musea dat voor hun eigen collecties ook gaan doen. Sinds 2002 zijn al 460 kunstwerken teruggegeven.

 

Reacties»

No comments yet — be the first.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: